Peuters en kleuters

JEUGDBOEKEN NR. 9, AUGUSTUS 2016

Sally Grindley & Pascal Lemaitre (ill.): Wat een ei!

door Ine Muys

3+ - Met Wat een ei! richten Sally Grindley en Pascal Lemaitre zich tot jonge luisteraars en hun voorlezende ouders. De eerste pagina geeft meteen van dit publieksbewustzijn blijk. In ‘een diepe, donkere grot’ ontdekt een Eend een ei met vlekken. Dit lichtjes onheilspellende verhaalbegin wordt echter door een pastelkleurige illustratie vergezeld. De grot die ook op de cover prijkt, is allerminst donker, maar baadt in plaats daarvan in een zalmrozige gloed. En wanneer de lieve moedereend besluit om het ei uit te broeden, delen drie enthousiast rondfladderende vleermuisjes en een kleine spin in de feestvreugde.

Tot de dieren hun grote ontsteltenis komt er na een tijdje een volkomen onbekend wezen uit het ei gekropen. Ongerust vraagt de pleegmoeder zich af wat ze met dat ‘kleine, grappige diertje’ moet aanvangen, want ‘een eendje ben je niet, dat is een ding dat zeker is’. De spanning stijgt tijdens een confrontatie met de boerderijmaatschappij. Haan, Konijn en Varken keuren het beestje namelijk geen blik waardig: ‘Dat wezen is niet zoals wij. Dat wezen willen we hier niet!’. Onbekend maakt onbemind, zo lijkt het, maar Eend vertrouwt op haar moederinstinct en is vastbesloten om zich over de dino te ontfermen. Een dikke knuffel moet een herkenbare en liefdevolle mama-kindrelatie onderstrepen.
 
Ook de veelvuldige herhalingen maken deel uit van het toegankelijke verhaalopzet. Grindley voorziet haast alle zelfstandige naamwoorden van epitheta, zoals ‘diepe, donkere grot’, ‘ei met vlekken’, ‘lieve moedereend’, ‘klein, grappig diertje’. Een gelijkaardig principe past ze ook binnen eenzelfde zin toe: ‘Och, och, och, wat kun jij eten!’. Dergelijke woordkettingen maken geregeld een omslachtige indruk, maar ook andersoortige zinnen bekken allesbehalve vlot: ‘Dat maakte Mama Eend zo kwaad dat ze zei dat haar vrienden dan maar ergens anders naartoe moesten gaan’. Daarenboven kent het prentenboek een nogal stereotiep, patroongebonden verhaalverloop, al is er wel ruimte voor enkele beeldende mopjes.  
 
Na de kennismaking met de dino is het tijd voor actie. De roze wolk maakt plaats voor een pastelblauwe buitenlucht, waarin het pleegkind van welgeteld drie levenslessen (vliegen, zwemmen en lopen) proeft. Al rennend ontdekt de dino niet alleen zijn eigen talent, maar ook de wijde wereld. Moeder Eend blijft vervolgens alleen achter en tuurt de nachtelijke hemel af op zoek naar haar kind. Lemaitre kiest hierbij voor een paars-roze leegte waartegen de waterachtige blik van mama goed uitkomt.
 
Het ‘happy end’ dat zich na dit eenzame moedermoment ontvouwt, vraagt echter om nadere toelichting. Na lange tijd klopt dino opnieuw bij zijn moeder aan. Maar hij is niet alleen. Hij heeft een vriendinnetje meegebracht dat perfect bij hem past, een oranje meisjesdino ‘uit een ver land’. Samen met zijn metgezellin settelt dino zich in de grot waar hij destijds door Mama Eend werd grootgebracht. En dan komt de (onaangename) verrassing. Op de laatste spread is niet het pageboren jong van de dino’s te zien, wel Mama Eend met een Papa Eend en een nestje met eigen eieren. Met dergelijk einde suggereren de auteurs dat je pas echt gelukkig zijn kan met een soortgenoot aan je zijde. Voor diversiteit is er in dit prentenboek met andere woorden geen plaats. Want ook Mama Eend accepteerde haar pleegkind niet. Ze drong dino haar eigen manier van leven op, met alle vluchtgevolgen van dien.  
 
Emily Gravetts Het vreemde ei (2008) richt zich tot eenzelfde doelgroep, maar maakt een geëmancipeerdere indruk. Ook hier is het een eend die besluit om andermans ei uit te broeden. En ook deze eend wordt door de andere dieren als pechvogel afgeschilderd. Maar Gravett koos een mannetjeseend als hoofdpersonage. En dat laat ze de lezer op humoristische wijze ontdekken. Eend kan misschien zelf geen ei leggen, maar het vertroetelen kan hij wel. En dat doet hij in zijn eentje, en met een breinaald onder de vleugel.
 
Wielsbeke : De Eenhoorn 2016, 32 p. Vert. van: Quel Oeuf! Door Edward van de Vendel. ISBN 9789462911291 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2021

Baksteen

Femke Vindevogel

Brandingen

Paul Verrept

de Lach van de Sfinx

Frans Kuipers

Onder buren

Juli Zeh

Ons deel van de nacht

Mariana Enriquez

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2021

Een leven vol kleur. Alles is kunst, als je maar goed kijkt

Cara Manes, Fatinha Ramos (ill.)

Ik wil een hond (en het maakt niet uit welke)

Kitty Crowther

Ik wil een wiegje worden zei de wilg

Bette Westera, Henriëtte Boerendans (ill.)

Vanaf hier kun je de hele wereld zien

Enne Koens, Maartje Kuiper (ill.)

Victorine

Jet van Overeem, Annemarie van Haeringen (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri