8+ - Het
prentenboek Elvis doet het verhaal van de arme jongen uit het diepe
zuiden van de Verenigde Staten, die van zijn vader een gitaar krijgt en de
kracht van de muziek ontdekt. Hij trekt zich terug in het moeras aan de
Mississippi en leert de blues. Iedereen raakt betoverd door zijn liedjes. Hij
laat mensen dansen en meisjes vallen flauw van emotie. Hij is een ster en trekt
een schitterend wit pak aan. Dan ontmoet hij Priscilla. Hij zou een liefdeslied
willen schrijven, maar realiseert zich dat hij niets van de Liefde weet. Een
oude man die in het moeras woont, zegt hem dat hij op reis moet gaan. Hij
koopt een ‘snoeproze’ Cadillac en rijdt naar het westen. Daar heeft hij drie
belangrijke ontmoetingen. Een indiaan toont hem de ruimte die de wereld hem
biedt, een wat sinistere man, ‘de Kolonel’, stuurt hem naar Las Vegas, en een
vrouw in het wit knipoogt naar hem, waardoor hij weet dat zijn doel nabij is.
Elvis
realiseert zijn droom. Als hij zijn gitaar neemt, gaan alle lichten aan in Las
Vegas, de zon verdwijnt achter de horizon om het schitterende schouwspel niet
te storen. Hij leeft voortaan in immense luxe, hij kan alles hebben wat hij
wil, men zegt zelfs dat hij koning werd. ‘Maar dat zijn waarschijnlijk maar
verhalen.’ Het medaillon dat zijn moeder hem had meegegeven, is hij echter
kwijt en Elvis voelt zich verschrikkelijk verloren. Hij verlaat Las Vegas en
trekt verder tot hij niet meer verder kan: hij staat voor de zee. Elvis verdwijnt,
niemand weet waarheen. Het moet wel zo zijn dat hij een lied ‘van
uitzonderlijke schoonheid’ gehoord heeft, en dat hij ‘het allermooiste
liefdeslied ooit’ schreef. En dat hij terug naar huis ging en speelde. Voor
zijn vader en moeder, en voor Priscilla.
Een prentenboek over de mythe
Elvis Presley, enigszins onverwacht is het wel. Maar uit de heilloze levensloop
van een megaster, waarin onsterfelijke roem en de diepste persoonlijke ellende
samengaan, valt, wanneer je de juiste accenten legt, best een sprookjesachtig
verhaal te distilleren. De mens koestert immers een groot verlangen om los te
komen uit de sleur van alledag en zijn wensdromen werkelijkheid te zien worden.
De vraag is echter wat er nodig is om van een pseudosprookje een literaire
verwerking te maken die standhoudt.
Rebecca Dautremer schildert
grootse prenten en haar boeken hebben onveranderlijk een melancholische toets,
met warme kleuren en enigszins exotische figuren. Het spel met licht en donker
zorgt hier voor erg esthetische beelden met ingehouden dramatiek: de spotlights
en de glitter van de showbizz steken af tegen het donker buiten de feesttenten
en de podia. Dautremer weet zeer goed hoe ze zich, zonder uit balans te raken,
op de grens tussen gevoeligheid en sentimentaliteit moet bewegen. Er zit ook
een onnadrukkelijke dubbelheid in de beelden; de vrouw in het wit, die in een
sprookjescontext de functie van een lichtelf heeft, is — mede ingegeven door
wat volwassen contextinformatie natuurlijk — hier een nogal dubieuze figuur. Er
valt voor wie iets van de feitelijke geschiedenis af weet overigens heel wat te
ontdekken in deze prenten — de liedjes van Elvis bijvoorbeeld, duiken her en
der op. De sfeer van de beelden evolueert gaandeweg: van stille, melancholische
prenten aan het begin van het verhaal, prenten met een onderliggende dreiging —
de Kolonel als ‘Devil in disguise’, de Hell’s Angels die hem vergezellen —,
donkere en lethargische scènes op het toppunt van Elvis’ roem, tot in de
laatste prent het gewicht van dit leven wegvalt en twee speelse, jonge figuren
die elkaar in de liefde gevonden hebben, het sprookjesgegeven bevestigen.
Mooi is ook
hoe Dautremer door een bijna filmisch spel met voor- en achtergrond beweging en
verhaal in haar prenten brengt: bij een van Elvis’ eerste optredens zie je van
op een afstand de eenzame figuur van de zanger in de schijnwerpers op het
podium staan. Op de voorgrond is levensgroot en half in het donker een stuk van
de jurk en de hand van een vrouw te zien. Pas op de volgende dubbele bladzijde
kun je afleiden dat het om Priscilla gaat. Zij is nu scherp afgetekend op
de achtergrond te zien, terwijl de voorgrond gevuld is met wazige
mensenfiguren. Het is dezelfde setting als de dubbele bladzijde daarvoor, maar
vanuit een andere gezichtshoek. Elvis ziet haar vanaf het podium door de
drommende menigte heen. Om haar zal het verder gaan, want zij brengt hem ertoe
om op reis te gaan, om te leren over de Liefde. De figuur van Priscilla keert
pas op de laatste bladzijde terug, wanneer Elvis ‘thuisgekomen’ is. Deze
beeldopbouw heeft een sterk effect, het doet je terugbladeren en kijken wat je
voorheen gemist hebt, of nog niet helemaal begrepen. Een mooie rode draad door
het verhaal in beelden zijn de vuurvliegjes. Ze worden pas voor het eerst in de
tekst genoemd bij Elvis’ derde belangrijke ontmoeting, — ze schermen de vrouw
in het wit af ‘van de zwarte nacht’, — maar lichtstipjes als deze zijn van in
het begin al hier en daar onopvallend in de prenten aanwezig. In Vegas
verdwijnen ze in het schitterende lichtfeest van de bruisende stad die nooit
slaapt, maar ze zijn er weer wanneer Elvis zijn grootste concert aller tijden
geeft en Dautremer hem in het ijle zwevend luchtgitaar laat spelen. Het is een
beeld zonder tekst, de lichtstipjes — vuurvliegjes, dat is de verbinding die de
lezer zelf kan leggen — schermen hem af van het duister rondom hem. Dautremer
speelt op die manier prachtig in op de mogelijkheden die de sobere tekst haar
biedt. Die tekst is bij momenten licht poëtisch, maar blijft al met al
onopvallend op de achtergrond. Hij vertelt het verhaal op een adequate manier,
maar opmerkelijk vind ik hem niet. De herhaling — ‘Maar dat zijn waarschijnlijk
maar verhalen.’ — en de korte, affirmatieve zinnetjes die een tekstblokje
afsluiten — ‘Hij speelde de blues’, ‘Elvis zong’, ‘Elvis nam het
aan’ — geven wel een mooie cadans aan de tekst.
De keuze van de auteurs om een
duidelijke link met de historische figuur van Elvis Presley te bewaren, doet
voor mij een beetje af aan de magie van het literaire verhaal. Voor de beoogde
doelgroep gaat dat waarschijnlijk niet op, want er zijn allicht niet veel acht-
à negenjarigen bekend met de evolutie van Presley’s leven en carrière. Elvis
is al bij al een erg knap uitgewerkt prentenboek, uitgegeven in een exclusief
groot formaat, dat ik in de eerste plaats vanwege de prenten koester.
Leuven
: Davidsfonds/Infodok 2011, [42] p. : ill. Vert. van Elvis door Edward Van de
Vendel. ISBN 9789059084186
deze pagina printen of opslaan