Peuters en kleuters

JEUGDBOEKEN NR. 13, DECEMBER 2016

Mattias De Leeuw (ill.): Circusnacht

door Ine Muys

4+ - De Nederlandse boekenmarkt kent intussen een rijke traditie aan woordeloze prentenboeken. Zo oogst Charlotte Dematons succes met Sinterklaas (2007) en Nederland (2012) en ook in De gele ballon (2003, 2009) daagt ze de lezer via een wereldreis uit om de blik te verruimen. Soberder zijn de prentenboeken van Marije en Ronald Tolman. In De boomhut (2009) en het vervolg Het eiland (2012) zwemt een nieuwsgierige ijsbeer de meest diverse dieren tegemoet. Binnen dit genre verdiept een aantal illustratoren zich in een intervisueel spel met aloude maar bekende kunstwerken. In Holland op z’n mooist (2015) verbeeldt Dematons Nederlandse landschappen naar voorbeeld van de negentiende-eeuwse Haagse School, Thé Tjong-Khing brengt eerbetoon aan Jheronimus Bosch in Bosch. Het vreemde verhaal van Jeroen, zijn pet, zijn rugzak en de bal… (2015) en in Babel (2016) associeert Arnoud Wierstra het bekende schilderij van Pieter Bruegel de Oude met de mythe over Icarus.

Met Circusnacht bewijst ook de Vlaamse illustrator Mattias De Leeuw dat hij geen tekst nodig heeft om een verhaal te vertellen. In plaats van een schilderkunstenaar is het dit keer een circusartiest die uit zijn affiche stapt om een jong meisje naar de clowneske wereld van haar dromen te begeleiden. Zowel op inhoudelijk als stilistisch vlak getuigt Circusnacht van vindingrijkheid. Onder het motto ‘niets is wat het lijkt’ balanceert De Leeuw voortdurend op de grens tussen verbeelding en realiteit. Zo anticipeert de illustrator via de eerste spread niet alleen op het nakende avontuur, hij zet ook zijn eerdere werk in de kijker. Het hoofdpersonage heeft haar slaapkamer volgestouwd met allerlei circusattributen die later een eigen leven zullen leiden, en bezit tevens een exemplaar van De steltenloper (2012) en een knuffelbeer die herinnert aan de berenfamilie uit Mijn fijne geluidenboekje (2013).

Verder springt het openstaande slaapkamerraam in het oog. Deze plek markeert het ‘grensgebied’ nog het best. Het is namelijk via het raam dat een zwarte circushond het meisje tegemoet trippelt. Dorst heeft die allerminst, honger naar circusacts des te meer. Via kleine venstertjes of snapshots belicht De Leeuw de ene na de andere uitgebalanceerde truc. Zo blijkt de waterbak een uitstekende frisbee. Wanneer het acromaatje als sneeuw voor de zon verdwijnt, zweept het meisje tevergeefs haar lappenpop en dierenknuffels op. Teleurgesteld nestelt ze zich vervolgens in het raamkozijn in de hoop het hondje langs dezelfde weg te verwelkomen. Eens ingedommeld is het echter de pierrot van op de poster die de benen strekt. Hij draagt het slapende meisje op handen richting circuskamp en geeft haar meteen de kans de hoepels uit de delen.

Waar De Leeuw de slaapkamernummertjes in postzegelformaat weergeeft, ontwierp hij voor het circus paginagrote en meesterlijk gechoreografeerde performances, die dankzij het omvangrijke prentenboekenformaat tot hun recht komen. Telkens weer verleent hij zijn illustraties de nodige dynamiek. In het eerste deel contrasteert het zwarte springerige hondje met de witruimte tussen de verschillende tekeningetjes. Aaneensluitend laat de illustrator alle hoeken van de circustent zien, door verschillende perspectieven uit te kiezen. Zo aanschouwt de lezer vanuit een low angle behalve een koorddanseres ook de nok van de tent en een stukje sterrenhemel.

Circusnacht omvat tenslotte enkele vernuftige zoekelementen. Zo kan de lezer al terugbladerend nagaan welke dieren en voorwerpen er een circusleven op nahouden en toont het hondje zich in iedere act van zijn beste kant, tekens in een bijpassende outfit uitgedost. En dan is er nog een acrobaat die zijn blauwe hoedje achternaloopt. Ook het multifunctionele gebruik van bepaalde attributen draagt bij tot een humoristische ondertoon: zowel de hoed als de schoen van de opperclown komen de andere artiesten goed van pas.

In andere recente prentenboeken treedt dergelijk beeldspel nog prominenter op de voorgrond, bijvoorbeeld in Tom Schamps Het grootste en leukste beeldwoordenboek ter wereld (2016). In zijn nieuwste werk verbeeldt De Leeuw de heerlijk dunne grens tussen dromerige circusnachten en de daaropvolgende onbewogen ochtenden. Het is aan de lezer om vanuit het raamkozijn de eigen clowneske avonturen uit te stippelen. De affiche van een levensgrote circusartiest krijg je alvast bij het boek cadeau.

Tielt : Lannoo, 2016, [48] p. : ill. ISBN 9789401435628

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2021

Baksteen

Femke Vindevogel

Brandingen

Paul Verrept

de Lach van de Sfinx

Frans Kuipers

Onder buren

Juli Zeh

Ons deel van de nacht

Mariana Enriquez

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2021

Een leven vol kleur. Alles is kunst, als je maar goed kijkt

Cara Manes, Fatinha Ramos (ill.)

Ik wil een hond (en het maakt niet uit welke)

Kitty Crowther

Ik wil een wiegje worden zei de wilg

Bette Westera, Henriëtte Boerendans (ill.)

Vanaf hier kun je de hele wereld zien

Enne Koens, Maartje Kuiper (ill.)

Victorine

Jet van Overeem, Annemarie van Haeringen (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri