Peuters en kleuters

Agnès De Lestrade, Valeria Docampo (ill.): Het land van de grote woordfabriek

door Marit Trioen

Filosofie met de toverstaf. Over de bijzondere waarde van woorden
 
5+ - Een prentenboek over "het magische vermogen van mensen om woorden inhoud te geven", zo wordt Het land van de grote woordfabriek op de achterflap omschreven. Niet meteen een thema dat je met kleuters associeert. Met haar eenvoudige, originele verhaal slaagt Agnès De Lestrade er echter in dit filosofisch getinte thema ook voor jonge kinderen toegankelijk te maken. De wondermooie illustraties van Valeria Docampo interpreteren de tekst op een eigenzinnige manier en tillen het verhaal zo een niveau hoger.
 
Het verhaal vertrekt vanuit de metafoor van woorden als tastbaar koopwaar om hun bijzondere waarde aan kinderen duidelijk te maken. De Lestrade neemt je mee naar het land van de grote woordfabriek, een land waar woorden als massagoed uit machines rollen en in winkels verkocht worden. Een land ook waar het onvoorstelbaar stil is. Enkel wie rijk is, zegt wat hij wil; de anderen moeten het doen met weggegooide woorden, woordkoopjes of de loswaaiende woorden die af en toe door de lucht dwarrelen.  
 
Dat een handjevol oprechte woorden vaak waardevoller zijn dan een legertje dure, grote woorden, legt De Lestrade uit via het verhaal van de kleine Florian. Net zoals de steenrijke Oscar is hij tot over zijn oren verliefd op Siebelle ? alleen heeft hij, in tegenstelling tot Oscar, maar weinig woorden om dat uit te drukken. Op Siebelles verjaardag staan beide jongens voor haar deur. Oscar met een fortuin aan woorden: "Ik hou van jou met heel mijn hart, Siebelle mijn. Later, als we groot zullen zijn, dan zal ik met jou trouwen!" Florian met slechts drie woorden, die hij die ochtend in zijn vangnet vond: "kersenrood, pannenlapje, stoelendans". Als hij Oscar ziet, is Florian zwaar ontmoedigd: hoe kan hij Siebelle ooit voor zich winnen als hij maar zo weinig woorden heeft om haar te overtuigen van zijn liefde? Hij fluistert zijn woorden echter zo gevoelvol - "als schitterende vlinders" - dat Siebelle hem spontaan een kus geeft. Eindelijk kan Florian dat ene kleine woord, dat hij zo lang opspaarde, gebruiken: "Nog!".
 
Wat Het land van de grote woordfabriek doet, is niet vanzelfsprekend: kinderen een stapje dichter brengen bij de bijzondere waarde van woorden en lichaamstaal. Met haar ontroerende en ook spannende verhaal haalt De Lestrade dit thema binnen in de leefwereld van kleuters. Vooral de consequent uitgewerkte metafoor, een uitgebalanceerde verhaalstructuur, duidelijke personages en herkenbare emoties dragen hiertoe bij. Dat dit thema echter zo concreet gemaakt wordt, is voor een groot deel ook te danken aan de betoverende illustraties.  
 
Docampo werkt de metafoor van woorden als een tastbaar goed gretig uit: ze haalt de sterkste elementen uit het verhaal en bouwt vanuit haar eigenzinnige interpretatie een eigen verhaal in beelden op. De illustraties hebben een sterke narratieve waarde: ze vullen het verhaal aan en voegen vooral sfeer en emotie toe. In die zin gaat de boodschap die in het verhaal vervat zit - woorden zeggen niet noodzakelijk alles - ook op metaniveau op: de waaier aan emoties die Docampo in haar illustraties oproept, kan je niet zomaar in woorden uitdrukken. Zo zegt de tekst, behalve dat het een "vreemd land" is, niets over de sfeer in het land van de grote woordfabriek. Voor Docampo is het echter duidelijk: een buitengewoon kil land moet het wel zijn, daar waar je niet kosteloos spreken kan. Kijk maar hoe het er in woordenwinkelstraat aan toe gaat: mensen lopen er als schimmen langs elkaar, ieder voor zich, met norse, haast vijandige gezichten. Of hoe clean is de woordfabriek, waar robotachtige mannetjes - zonder ogen - op automatische piloot ellenlange woordenlinten lukraak in stukken knippen. Hoe eenzaam de godverlaten vuilnisbelt, waar een vrouwtje verwoed naar een overschotje weggegooide woorden zoekt. En hoe gevoelloos, zelfs betekenisloos, bast Oscar - niet toevallig ook zonder ogen getekend - zijn peperdure liefdesverklaring naar Siebelle.
 
In het kleurgebruik domineren donkere, bruine tinten het beeld. Toch blijft de toon in de illustraties, net zoals in het verhaal, positief, warm en hoopvol. In alle afstandelijkheid en bitterheid van een land waar enkel rijken ongeremd spreken, benadrukt Docampo de saamhorigheid van zij die geen woorden nodig hebben om oprecht te zeggen wat ze willen. In duidelijk contrast met de troosteloze, bruine tinten, kiest Docampo hier voor rood: rode kledingsstukken voor Siebelle en Florian (en alle andere kinderen in het boek), rode vangnetten om de "lekkere woorden" in de lucht te vangen, een rode achtergrond wanneer Florian zijn "cadeautjes" uitspreekt, die op de laatste pagina als rode vlinders uit zijn mond de hemel in fladderen. De hoopvolle toon blijkt ook in de evolutie van het kleurenpalet: naar het einde werpen de rode tonen een schaduw over de bruine.

Docampo speelt ook met het perspectief om dit contrast tussen kilte/anonimiteit (zij die overvloedig maar gevoelloos spreken) en warmte/initimiteit (zij die met weinig woorden maar boordevol gevoel spreken) uit te drukken: gedistantieerde perspectieven voor de winkelstraat, de fabriek en de vuilnisbelt tegenover close-ups van Florian en Siebelle. In dit schitterende, hartverwarmende prentenboek hebben een knappe auteur met frisse, originele ideeën en een getalenteerde illustratrice elkaar gevonden.
 
Agnès De Lestrade, Valeria Docampo: Het land van de grote woordfabriek, De Eenhoorn, Wielsbeke 2017, 36 p. : ill. ISBN 9789058385697. Vertaling van La grande fabrique de mots door Siska Goeminne
 
Oorspronkelijk verschenen in De Leeswelp

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2021

Baksteen

Femke Vindevogel

Brandingen

Paul Verrept

de Lach van de Sfinx

Frans Kuipers

Onder buren

Juli Zeh

Ons deel van de nacht

Mariana Enriquez

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2021

Een leven vol kleur. Alles is kunst, als je maar goed kijkt

Cara Manes, Fatinha Ramos (ill.)

Ik wil een hond (en het maakt niet uit welke)

Kitty Crowther

Ik wil een wiegje worden zei de wilg

Bette Westera, Henriëtte Boerendans (ill.)

Vanaf hier kun je de hele wereld zien

Enne Koens, Maartje Kuiper (ill.)

Victorine

Jet van Overeem, Annemarie van Haeringen (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri