Vanaf negen jaar

JEUGDBOEKEN NR. 9, OKTOBER 2020

Elisabeth Mollema, Martijn Van der Linden (ill.): De reis van Sofie Grossman

door Henk van Viegen

Na twee voornamelijk door humor gestuurde romans (over Siggi de Viking) op het gebied van de historische fantasie komt Elisabeth Mollema nu met een echte historische roman. De personages zijn verzonnen, maar, zo schrijft ze in haar nawoord, er was ook een heleboel aan feiten: de ramp in 1913 met een schip van de The Uranium Shipping Company, de Volturno, en informatie over de zogenoemde landverhuizers. Heel veel daarvan, uit heel Europa, vertrokken vanuit Rotterdam.   

De 11- (misschien al 12-)jarige Sofie Grossman gaat met haar drie jaar jongere zusje Beile en haar 14-jarige neef Joshua van het arme Russische platteland richting Rotterdam. Daar zal ze op de boot stappen richting Amerika (het paradijs!), waar haar vader al een poosje werkt. Sofies moeder is net overleden. Met uiteraard enkele spannende momenten onderweg belanden de drie per trein veilig in het indrukwekkende Rotterdam. Ze worden uitvoerig gescreend, ontluisd en verder schoongeboend en krijgen toestemming te vertrekken.
 
Na een heldendaad van Joshua, hij redt een Duits vluchtelingenmeisje, Sulke, uit het water, worden ze een paar dagen opgevangen door een rijke mevrouw van de vereniging Montefiori (deze Rotterdamse vereniging heeft eind 19de/begin 20ste eeuw enorme aantallen (joodse) vluchtelingen opgevangen en materieel geholpen). Goed gevoed en mooi aangekleed stappen de drie op een enorme boot met de naam de Volturno. Midden op de oceaan breekt er brand uit op het schip. Ze worden gered en door een van de te hulp geschoten schepen teruggevaren naar Rotterdam. Hoe nu verder? Voor de rest van de geschiedenis heeft Mollema slechts enkele bladzijden nodig, in het nawoord krijgen de fictieve personages nog een heus ‘hoe het verder ging’.
 
Mollema schrijft op de haar bekende wijze. De nadruk ligt op het avontuur, waar het kan met enige humor. Aan psychologiseren doet ze niet, de structuur is helder. Voor een happy end zit je bij haar goed. De taal moet niet de vaart uit het verhaal halen en die is dus gemakkelijk, met weinig beelden. Wat niet wil zeggen, dat ze geen sfeer kan oproepen. Mooi, net als de illustratie ernaast trouwens, is bij voorbeeld de beschrijving van (de schepen op) de rivier vanuit de Rotterdam binnenrijdende trein. De historische feiten zijn soepel en nergens ook maar enigszins opdringerig in het verhaal opgenomen. Hoewel ze vaak tamelijk expliciet is, laat ze in dit boek toch ook een paar keer erg goed de lezer het werk doen. Zo moet die zelf langzamerhand ontdekken dat het hier kennelijk om joodse kinderen en vaak om joodse landverhuizers gaat. Verder maakt ze met maar enkele woorden duidelijk dat Sofies moeder overleden is, en ze doet dat zonder enige sentimentaliteit.
 
Het is jammer dat het stuk over de eigenlijke ramp aan de trage, rommelige kant is, met ook nog een rare herhaling: ‘De brand op het voordek was nu zo groot geworden dat je de warmte hier op het achterdek kon voelen’. Exact hetzelfde wordt opgemerkt op de tegenoverliggende, vorige pagina, waar het uren eerder is. Rond dezelfde pagina’s staan twee illustraties in de verkeerde volgorde, waardoor een tekening met naar walvissen kijkende schepelingen, een scène van een week eerder, nu geplaatst is naast een pagina over de brand.  
 
De geslaagde illustraties in sfeervol zwartwit zijn van mede-Rotterdammer Martijn van der Linden. Boven elk hoofdstuk staat een herhaalde tekening van een koffertje met daarin de korte hoofdstuktitel. Voor het schip kon hij zich baseren op foto’s, er staan historische foto’s, ook van het schip, achterin het boek. En hij kon op basis van de beschrijving in de tekst een van de mooiste oude gebouwen van Rotterdam tekenen: Het Witte Huis aan de Gelderse kade, toen, met 11 verdiepingen en 43 meter hoog een heuse wolkenkrabber. Op de illustratie zien we, doordat het gebouw er bijna helemaal op staat (het is erg mooi net even schuin afgesneden, anders zou je trouwens een moderne naam zien!), daardoor heel klein, maar fraai, de dramatische redding door Joshua van het meisje Sulke. Ook zette hij de villa aan de Westzeedijk die de stichting Montefiori toen gebruikte, erop, met een oude automobiel ervoor.  
 
Alles bij elkaar een echt Rotterdams project dus, maar ook interessant voor iedereen buiten de stad. In de eerste plaats omdat het een avontuurlijk boek is voor de doelgroep. Verder zul je het onderwerp ‘landverhuizers’ niet heel gemakkelijk vinden in de jeugdliteratuur. Ook zijn er voldoende parallellen in het boek met de moeilijkheden van de huidige vluchtelingen.  
 
Het boek ligt nu in de boekhandel, en zal ongetwijfeld ergens een plekje krijgen op de thematafel van de Nederlandse Kinderboekenweek (onder het motto: ‘En Toen’) die nog loopt t/m 11 oktober.
 
Elisabeth Mollema, Martijn Van der Linden: De reis van Sofie Grossman, Volt, Amsterdam 2020, 137 p. : ill. ISBN 9789021421971. Distributie L&M Books 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2021

Baksteen

Femke Vindevogel

Brandingen

Paul Verrept

de Lach van de Sfinx

Frans Kuipers

Onder buren

Juli Zeh

Ons deel van de nacht

Mariana Enriquez

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2021

Een leven vol kleur. Alles is kunst, als je maar goed kijkt

Cara Manes, Fatinha Ramos (ill.)

Ik wil een hond (en het maakt niet uit welke)

Kitty Crowther

Ik wil een wiegje worden zei de wilg

Bette Westera, Henriëtte Boerendans (ill.)

Vanaf hier kun je de hele wereld zien

Enne Koens, Maartje Kuiper (ill.)

Victorine

Jet van Overeem, Annemarie van Haeringen (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri