Vanaf zes jaar

JEUGDBOEKEN NR. 3, MAART 2021

Paul Van Ostaijen, Paul Verrept: Marc

door Jen de Groeve

Marc worden, of ‘Poëzie is kinderspel’ (Lucebert, 1959)

2021 wordt een Paul van Ostaijen-herdenkingsjaar. We vieren niet alleen de 125ste verjaardag van de dichter, het is ook precies 100 jaar geleden dat zijn meesterwerk Bezette stad verscheen. Het Paul van Ostaijengenootschap, dat zich sinds meer dan tien jaar inzet om het werk en de nalatenschap van Van Ostaijen levendig te houden, stelde voor LangZullenWeLezen een lijstje van tien leestips samen om het oeuvre van Paul van Ostaijen te (her)ontdekken. Met dat ontdekken kan al vroeg worden begonnen. ‘Het kinderversje was voor Van Ostaijen misschien wel de meest volmaakte vorm van taalspel’, staat te lezen bij leestip 7: Paul Verrepts prentenboek Marc, dat ter gelegenheid van dit feestjaar door het Poëziecentrum heruitgebracht wordt en voor een symbolisch prijsje te koop is.  

‘Dag ventje met de fiets op de vaas met de bloem
                                         ploem ploem
dag stoel naast de tafel
dag brood op de tafel
dag visserke-vis met de pijp
           en
dag visserke-vis met de pet
          pet en pijp
     van het visserke-vis
          goeiendag

Daa-ag vis
dag lieve vis
dag klein visselijn mijn’

‘Marc groet ’s morgens de dingen’ hoeft wellicht niet meer voorgesteld te worden, maar ik kon het niet laten. Van zodra ik de eerste regels intikte, volgde, aangedreven door ritme en klank, de rest vanzelf. Het was waarschijnlijk Marc, het zoontje van beeldend kunstenaar Floris Jespers, tweeëneenhalf jaar oud toen, die Paul van Ostaijen inspireerde tot dit gedicht. De kinderlijke optiek van de kleuter, die opsomt wat hij om zich heen in huis ziet, waaronder allicht ook zijn vaders schilderijen, en Van Ostaijens gevoel voor klank en ritme maken samen een gedicht dat speels aansluit bij poëzieopvatting van de dichter.

Een van de kernpunten van Van Ostaijens poëtica is dat een gedicht de uitdrukking moet zijn van wat hij ‘het eerste zien’ noemt. Kijken zoals een kind, met een ongefilterde blik, zonder kennis vooraf. En kijk, dat onbelemmerd kijken is precies wat er in Marc gebeurt, in tekst en beeld. Marc begroet de dingen die hij om zich heen ziet, Paul Verrept maakt er prenten bij. Zijn vrije blik ziet dingen die niet in het gedicht beschreven staan en hij weeft doorheen de woorden een nieuw verhaal.

De eerste prent, het ventje dat op de rand van de vaas-met-de-bloem-met-de-vis fietst, opent de weg daarnaartoe. Het is een spannend beeld, op de grens tussen werkelijkheid en verbeelding. De klankassociatie van de ‘bloem ploem ploem’ is geschilderd in twee kleurige verfdruppels als zijn ze net van een penseel gevallen, met daaronder de bloem – of is het een wuivende, of reikende hand? Kind en dichter proeven de taal en exploreren haar mogelijkheden, Verrept schildert wat daaruit aan nieuwe dingen ontstaat.

Hij schildert een verhaal dat er wel en niet in woorden staat. Uit het ritme en de klank van nieuw bedachte woorden laat hij vorm en kleur ontstaan. Uit woord- en klankassociaties komen onverwachte beelden voort, die echter snel vertrouwd en zelfs onontbeerlijk worden – alsof het altijd zo had moeten zijn: ‘het visselijn-mijn’ hangt aan het haakje, Marc gaat – ‘Da-aag vis’ -- de deur uit en vervolgt zijn weg. Op de groet aan de dingen van alledag volgt een afscheid. De bloem in de vaas verwelkt, Marcs wereld wordt ruimer en complexer. De anekdotiek van een klein verhaaltje brengt wezenlijke vragen naar boven.

De lezer kan uit tekst en prenten én uit de ruimte ertussen zelf een verhaal opdiepen. Spannend is de dialoog die hierin is ontstaan tussen Van Ostaijen en Verrept, tussen tekst en tekening, literair erfgoed en literatuur van vandaag, werkelijkheid en verbeelding, kind en kunst en spel. Dit kleine boekje is helder, open en toch ook enigszins enigmatisch. Ontwapenend eenvoudig en tegelijk zo rijk. Dat maakt dat de lectuur ervan onmiddellijk aanspreekt en intenser wordt naarmate, samen met het kind, de literaire ervaring groeit.

Marc verscheen voor het eerst in 1996 en het boekje, klein en bescheiden, markeert het begin van een eigenzinnig auteurschap dat een heel aparte plaats heeft ingenomen in het literaire veld. Marc bevat de kwintessens van Verrepts poëtica en maakt zichtbaar wat hem met Van Ostaijen, zijn maître à penser, verbindt. En al meer dan 25 jaar resoneert dat eerste geluid uit Marc mee in zijn veelzijdig en gewaardeerd oeuvre.

Marc is opnieuw beschikbaar vanaf 23 maart. Het is onontbeerlijke lectuur.

Paul Van Ostaijen, Paul Verrept: Marc, Poëziecentrum, Gent 2021, 28 p. : ill. ISBN 9789056553692 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 5, MEI 2021

De gast uit het Rifgebergte

Khalid Mourigh

De hemelproef

Olli Jalonen

Dingen die je meeneemt op reis

Aroa Moreno Durán

Kraaien in het paradijs

Ellen de Bruin

Oude afdekkerij

Wolfgang Hilbig

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 5, MEI 2021

De eik was hier

Bibi Dumon Tak, Marije Tolman (ill.)

Fruitvliegje

Geert Vervaeke

Misschien…

Chris Haughton

Noem me Nathan

Catherine Castro, Quentin Zuttion (ill.)

Witje

Paul de Moor, Kaatje Vermeire (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri