Vanaf negen jaar

JEUGDBOEKEN NR. 7, SEPTEMBER 2021

Griet Op de Beeck, Linde Faas (ill.): Jij mag alles zijn

door Henk van Viegen

Je eigen mens zijn  

9+ - Een tijdje had ik het idee dat dit een herhalingsoefening zou zijn van het eerste deel van Kom hier dat ik u kus (Prometheus 2020). Ook vanuit een kind geschreven (daar de negen- à tienjarige Mona, hier Lexi, die negen wordt), in de ik-vorm, met observaties die nu en dan echt uit de koker van de volwassen verteller komen. Niet dat er niet meer overeenkomsten zijn. Ook in dit boek voelt het hoofdpersonage dat een broertje liever gevonden wordt, is er een crisissituatie rond de moeder (moeder verongelukt/moeder zwaar depressief) en wordt een meisje eigenlijk gedwongen snel volwassen beslissingen te nemen. Maar daarmee is het meeste wel gezegd. Bij Mona zijn de volwassenen te beroerd om attent te blijven als het om kinderen gaat, hier gaat Op de Beeck een heel andere kant op. Lexi loopt niet de, ook zelfdestructieve, schade op die Mona voor het leven zal tekenen. Er zijn in Jij mag alles zijn verantwoordelijke, origineel denkende en meelevende volwassenen, die Lexi ervan overtuigen dat zij niet de schuld moet dragen van dingen waar zij geen schuld aan heeft. En er is een sterk hoopvol slot.
 
Het verhaal speelt zich af in de grote vakantie. Lexi probeert tegen de klippen op haar depressieve moeder aan het eten en uit bed te krijgen. Die is, met enige regelmaat nog steeds, na acht jaar, diep verdrietig om het verlies van haar zoontje, Amos. Dit tweelingbroertje van Lexi is maar elf maanden oud geworden. Lexi denkt dat moeder tegen de tijd dat zij jarig is extra verdrietig is. Na een lang gesprek (prachtige tekening van Linde Faas van Lexi wachtend bovenaan de trap, met lange schaduwen van haar en de poes) besluiten vader en moeder dat het niet langer gaat, en dat moeder een tijdje opgenomen gaat worden. Vader, die moet werken, besluit dat Lexi een poosje zal gaan wonen bij haar tante Arizona. Bij haar fijne, originele oma kan ze niet terecht, want die moet voor opa zorgen.
 
Tante Arizona heeft in zekere zin ook een zoon verloren, in de tijd van de scheiding van haar gewelddadige man. Tussen het huilen en verdrietig zijn door hongert ze niet, zoals Lexi’s moeder, maar eet ze juist als een bootwerker. Van de artistieke buurvrouw van tante, Erika, hoort Lexi hoe een en ander bij tante gegaan is. Lexi besluit eerst tante Arizona’s problemen op te lossen. Daarna neemt ze een zeer ingrijpende en ontroerende beslissing, die te maken heeft met haar lange haar. Zo meent ze haar moeders verdriet de wereld uit te kunnen helpen.
 
Uiteraard herkennen we in Lexi het dappere, actieve meisje dat in zoveel goede jeugdboeken rondloopt, met bijbehorende helpers. Maar ook Lexi mag er zijn. Het is aardig om te zien dat Griet Op de Beeck de tragiek van haar boeken voor volwassenen weliswaar weet aan te wenden, maar er voor kinderen een absoluut positieve draai aan kan geven. Lexi voelt zich schuldig aan het verdriet van haar moeder (want zij bleef leven) en ook aan het feit dat die naar een inrichting moet. Zij had immers aan papa verteld dat mama al een flink aantal dagen eigenlijk niet gegeten had. Evengoed had ze van haar zakgeld zomaar een cadeauboekje voor haar moeder gekocht: ‘Blijf positief, vind je innerlijke optimist’ heet het.
 
Gelukkig is daar haar creatieve oma, die haar niet alleen zelfvertrouwen geeft, maar ook leert dat er niet iets bestaat als ‘zo moet je zijn’, integendeel: een beetje anders is juist leuk. Erika kan dit voorwerk afmaken. Niet alleen is zij ook zo’n puur type, ook qua uiterlijk, zij houdt Lexi voor dat dit het mooiste streven is: je eigen mens zijn. Een moeilijke tekst, maar Lexi begrijpt ‘m na enige uitleg wel. Al helemaal aan het eind van de gebeurtenissen: ze hoopt uiteraard heel erg nog steeds dat haar moeder geneest, maar ondertussen zal ze de ruimte vinden haar eigen mens te zijn.
 
Een geslaagd boek voor een misschien niet heel grote groep negen-plussers, maar zeker ‘voor mensen die wel eens in het hoofd van een negenjarige willen wonen’, zoals op het achterplat te lezen valt. En Op de Beecks fans zullen ongetwijfeld erg tevreden zijn. Een minpuntje is het vaak voorkomende paginaatje met een lijstje. Dat is enige tijd erg in de mode geweest in de jeugdliteratuur, maar daar kun je nu niet meer mee aankomen.
 
Wat het boek nog aantrekkelijker maakt, zijn de tekeningen van Linde Faas. Die heeft veel ruimte gekregen: behalve voor omslag, schutbladen en illustraties zo te zien ook voor de kleur van de teksten van de hoofdstuktitels. In deel drie verandert die van het meer stemmige blauw naar een vrolijk oranje, een kleur overigens die we in deel een en twee al een paar keer aangekondigd krijgen op gelukkige momenten (Lexi aan het schilderen met oma, Lexi met papa aan het strand en in de zee en Erika achter de piano). Alle illustraties zijn paginagroot. Op één keertje na, dan loopt er ineens een mier tussen de letters, enige tijd daarna gevolgd door een paar pagina’s vol mieren. Faas blijkt een zinnetje opgepikt te hebben, verderop:
 
‘De zenuwen krioelen rond in haar borstkas, zoals mieren in een mierennest die je met een spade hebt opengelegd’.
 
En laat het ook maar over aan Faas om een zin over het originele, jungleachtige behang in het huis van Erika om te zetten in twee uitbundige tekeningen. Er zijn opvallend veel fraaie blauwe luchten met vogels, waarmee Faas terugkeert naar haar vroege werk. Aan portretterende gezichten doet ze nauwelijks, ze typeert de personages en hun interactie door en met hun ruimte. Een juweeltje is de prent waar Lexi het schilderijtje boven haar bed ondersteboven bekijkt, ook typografisch. Verrassende keuzes, meestal, nooit gemakkelijk begeleidend. De aangrijpendste tekening, bij Lexi’s daad van zelfopoffering, moet hier, in het belang van het niet-verklappen, onbesproken blijven. Op de Beeck knijpt haar handen dicht met deze illustrator.
 
Griet Op de Beeck, Linde Faas: Jij mag alles zijn, Prometheus, Amsterdam 2021, 208 p. ISBN 9789044649192. Distributie L&M Books

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2021

Baksteen

Femke Vindevogel

Brandingen

Paul Verrept

de Lach van de Sfinx

Frans Kuipers

Onder buren

Juli Zeh

Ons deel van de nacht

Mariana Enriquez

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2021

Een leven vol kleur. Alles is kunst, als je maar goed kijkt

Cara Manes, Fatinha Ramos (ill.)

Ik wil een hond (en het maakt niet uit welke)

Kitty Crowther

Ik wil een wiegje worden zei de wilg

Bette Westera, Henriëtte Boerendans (ill.)

Vanaf hier kun je de hele wereld zien

Enne Koens, Maartje Kuiper (ill.)

Victorine

Jet van Overeem, Annemarie van Haeringen (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri