6+ - Twaalf
liedteksten, tegen de achtergrond van evenveel illustraties. Ze werden vaak
gespeeld door Theater Snater, de Mannen van Hee en Muziektheatergroep WIJS. Bij
het boek werden nieuwe versies gemaakt, die je kan beluisteren door een QR-code
te scannen op de achterflap.
Het boek opent met het titelvers, een ondeugend liedje,
verwoord vanuit het standpunt van een meeuw die zichzelf ‘de schrik van
Terschelling’ noemt en het liefste ‘op je kop schijt / dan brengt dat geluk.’
Ook het laatste lied gaat over Terschelling, voor de ik de ideale
vakantiebestemming, ze wil er nooit meer weg, ‘ook al is het windkracht negen’
[…] ‘ook al zeikt het van de regen’. De zee staat ook centraal in het tweede
lied ‘Zeebenen’: ‘Landrotten hebben een hekel aan varen / zijn aan de wal heel
tevree / Ze voeren de vissen bij woelige baren / zij worden ziek van de zee.’
De paar
citaten leggen meteen de zwakke plek van deze uitgave bloot: gedrukt als gedichten
vallen de zwakke rijmen, de voorspelbare, stereotiepe combinaties en de soms
hortend ritmes op. Nog een voorbeeld uit ‘Doe toch normaal, papa’: ‘In een
restaurant voel ik me nooit op mijn gemak / Als mijn vader eet, hoor je geslurp
en gesmak / En één keer riep hij: ‘Ober, waar is de wc? / Want mijn dochter
hier is aan de diarree!’ En wat te denken van de volgende twee regels uit
‘Zusje’: ‘Ze heeft nog helemaal geen haar, maar wel twee hele grote blauwe ogen
/ en ook een plekje op haar hoofd, mijn vingers worden ernaartoe gezogen.’
Die stoorzendertjes
in de teksten verdwijnen echter als je de liedjes beluistert. En het moet
gezegd: de muziek ondersteunt knap de inhoud van de teksten. Zeebenen krijgt
een golvend ritme, versterkt door de accordeon. Het huppelende, stampende ritme
past helemaal bij het rebelse ‘Ik wil’. Mooi is het contrast met ‘(Geen)
liefdesliedje, met een trager ritme en zachtere stem. Bij ‘Dromelotje’ wisselen
dromerige stukken af met snellere. ‘Blabla’ klinkt ook als een protestliedje
tegen het hoogdravende taalgebruik van veel volwassenen ‘(kon ook hier de tekst
sterker, met meer zin voor nuance). ‘Opa’ is wat mij betreft het sterkste lied,
met enkele beklijvende beelden en een compactere vorm die meer beklijft. Mooi
gezongen ook, op een melodie die de liefde tussen kleinkind en opa goed
ondersteunt. Het volgende lied zorgt opnieuw voor afwisseling: ‘Doe toch
normaal, papa’ rockt net als de rockende papa. Bij ‘Lichtjes kijken’ passen de
mondharmonica en het langzame ritme helemaal bij de dromerige inhoud. En bij
‘Emmertje’ over misselijk worden in de auto versterkt het roffelende ritme de
humor.
De
composities en kleurenkeuze in de illustraties van Donna Kroes roepen prima de
sfeer van de teksten op. Kijk bijvoorbeeld naar de twee kinderen, vrolijk
dansend op de golven bij ‘Zeebenen’. Ervaar de nostalgie in de bruine tinten
bij ‘Opa’ of de dromerige sfeer in het dromerige blauw bij ‘Lichtjes kijken’.
Je moet de
liedjes beluisteren om er volop van te kunnen genieten. Als poëtische teksten
bevatten ze iets te veel ‘gesnater’. Maar ik kan me voorstellen dat kinderen de
liedjes met plezier luidkeels meezingen.
Inge Besaris, Chris Oelmeijer, Donna Kroes: De schreeuw van de meeuw en
ander gesnater, Lemniscaat, Rotterdam 2025, 28 p. : ill. ISBN 9789047717133
deze pagina printen of opslaan