10+
- Soms is een vervolgdeel niet los te lezen van een eerste boek. In dit geval
zou je kunnen verdedigen dat boek twee, De sleutelrobot, wel zonder het
eerste boek, Hart
van staal zou kunnen, maar het eerst niet zonder het tweede. In dat
eerste deel waren een paar belangrijke open plekken.
Hierin ontdekt een groepje door
muziek verbonden kinderen (Zina, Ravi, zus en broer Blinker en Mink, op reis voegt
zich nog Isham bij hen), dat hun ouders vervangen zijn door robotten. Ze delen
dit met de andere kinderen van hun eilandstad door zomaar ineens ergens luid,
met een protestlied, een optreden van hun bandje te geven. De leider van hun
eiland, de Gouverneur, ook de echte schurk in het vervolgboek, beseft dat
muziek een sterk middel van verzet is en probeert van alles om de rebellen te
ontmaskeren. We kwamen er echter nog niet achter wat de motieven van de hogere
leiders, boven de Gouverneur dus, waren voor dat hele project met de
robotouders. En ook niet waar de echte ouders verblijven.
De sleutelrobot leunt helemaal
op de beantwoording van deze vragen. De echte ouders blijken onder erbarmelijke
omstandigheden aan het werk te zijn op een moeraseiland ver weg. En dat
betekent dat de groep, als ze de ouders willen bevrijden, op reis moet, een
aloude queeste dus met als oerschema home-away-home. Dat kan een voordeel zijn:
voortdurend spannende gebeurtenissen. Tegelijk is het een nadeel: er is al gauw
sprake van veel bekend werk. Het verhaal lijdt aan talloze situaties met net
niet gevonden of gezien worden en spectaculaire en ongeloofwaardige entrees en
ontsnappingen.
Het mooiste stuk is de finale. Ook dat is bekend van vele avonturenboeken en
-films, maar daar wordt een fijne metagrap mee gemaakt. Onze helden zitten vast
in stoelen onder de ogen van twee interessante, gezellige gemeneriken, een
tweeling, die hen zo meteen aan een goor experiment gaat onderwerpen. Isham weet
de boel te rekken (ze moeten immers net op tijd gered gaan worden) door te
stellen dat de schurken voor ze de held(en) definitief uitschakelen altijd
uitvoerig vertellen hoe ze tot hun daden gekomen zijn. En zo komt de lezer dus
ook het hoe en waarom van alles te weten.
Maar dit laatste deel is ook
interessant door de nodige verdieping. In de eerste plaats door Zina en haar twee
vaders. Ze houdt zielsveel van haar echte vader, maar is zich ook erg gaan
hechten aan haar pappobot. En hij aan haar. Deze robot zou je mislukt kunnen
noemen: hij heeft sterke (ouder)gevoelens, en komt in stil verzet tegen het
regime. Ook bij de ‘schurken’tweeling speelt de vermenselijking van de robots.
Zij blijken goed in staat te reflecteren op hun experiment. Hier valt het
titelwoord.
Dat
het verhaal dicht op de eigen tijd zit (heel sterk in het oproepen van een
andere tijd is het boek niet), zie je aan de werkomstandigheden van de echte
ouders. Die wijkt niet erg af van die van werknemers in de mijnen, van oude,
maar ook van de nieuwe grondstoffen voor onze technologie. Mooi actueel, maar
dat gold ook al voor Hart van staal, is ook de rol van de muziek.
Muzikanten, in het algemeen kunstenaars, worden in autocratieën als
ondermijners beschouwd. De teksten van de band, geschreven door Zina en op
muziek gezet door Ravi (en Mink), spelen een belangrijke rol in het kritisch en
op de hoogte houden van de kinderen/jongeren.
Helaas moet er in het uiterste slot dan ook nog een
‘dreigende’ scène met de Gouverneur en een van de kinderen komen. Net naast een
ravijn, je kent dat wel. Er is ook de geheel uit clichés opgetrokken liefdesgeschiedenis
Zina-Ravi, maar goed, zoiets moeten jongere lezers uiteraard een keer leren
kennen.
Op twee hoofdstukken na kijken
we vanuit de personages die de meeste aandacht krijgen: Zina en Ravi. In het
slothoofdstuk hebben we een geinig, filmisch vogelperspectief. Het zijn bijna
allemaal korte, snelle hoofdstukken (70 stuks + 1), elk voorafgegaan door een
kleine, meestal simpele illustratie. Deze tekeningen zijn puur begeleidend, wat
niet wil zeggen dat er niet een paar heel aardige/doeltreffende bij zitten.
Zoals de reuzenhand met een klein robotonderdeel (te zien op de cover), een
lieflijk portret van Zina, een inktzwart neergezette wandeling van Ravi met
zijn robotmoeder en -hond.
Dit dan verdeeld over acht delen, met ieder een paginagrote
illustratie als start, alles in zwartwit. Dat werkt best goed. Martijn van der
Linden laat er fraai de donkere zaken van de nieuwere wereld mee uitkomen,
zoals de wachttorens (gedeeltelijk ook op het voorplat) . Nou vooruit, op de
slotprent schijnt de zon, maar niet erg fel.
Alles bij elkaar: een
toegankelijk, avontuurlijk boek, in vlotte, wel vrij vlakke taal. Met wat
actuele toetsen, maar wat weinig originele elementen. De liedjes die een rol
spelen in het boek, kun je beluisteren door de QR-code achterin te scannen of
op te zoeken op Spotify of YouTube.
Simon van der Geest, Martijn van der Linden: De
sleutelrobot, Querido, Amsterdam 2025, 359 p. ISBN 978904513107. Distributie
L&M Books
deze pagina printen of opslaan