Peuters en kleuters

JEUGDBOEKEN NR. 5, MEI 2020

Ru de Groen, Thysa Zevenbergen (ill.): Kleine Vos en het mooiste wat er is

door Jan Van Coillie

3+ - Een jaar na Kleine Vos op zoek naar Overal en Nergens is er een vervolg. Het eerste boek sloeg aan en dat ligt ongetwijfeld aan de overweldigende, ragfijn uitgesneden illustraties van Thysa Zevenbergen, van wie de naam niet voor niets bovenaan op de kaft prijkt. Overigens is papiersnijkunst momenteel heel erg in binnen de kinderboekenwereld, denk aan het verbluffend mooie Middag van Rebecca Dautremer of het sfeervolle Arabische sprookjes met knipkunstwerk van Geertje Aalders.
 
Net als in het eerste boek over Kleine Vos heeft het verhaal een levensbeschouwelijke grondlaag en een duidelijke boodschap, die in dit boek gelukkig minder expliciet wordt opgedrongen. Kleine Vos leert dat zij als Vos best waardevol is, maar zich pas ‘volledig’ kan voelen in het gezelschap van een andere vos. Bij het begin van het verhaal zit ze niet zo goed in haar vel. Ze zou liever een eend zijn, dan kon ze heerlijk drijven op het water, of een olifant, dan torende ze boven iedereen uit, of misschien een mus, dan kon ze vliegen met broertjes en zusjes.
 
Een hechte lijn in deze ontmoetingen had het verhaal verhaaltechnisch sterker kunnen maken. Wat doet die olifant in deze rij? Bij de eenden en de mussen bedenkt Vos dat ze verlangt naar gezelschap, maar waarom doet ze dat niet bij de olifanten? Want om dat gezelschap draait het uiteindelijk. Dat wordt duidelijk op het kantelpunt van het verhaal:  
 
‘Ik wou dat ik twee vosjes was,
dan kon ik lekker samen spelen.’
 
Een variant op het beroemde gedicht ‘Spleen’ uit de verzamelbundel Ongerijmde rijmen van Michel Van der Plas (‘Ik zit mij voor het vensterglas/ onnoemlijk te vervelen./ Ik wou dat ik twee hondjes was,/ dan kon ik samen spelen.’). ‘Eenzaam en bedrukt’ vraagt Vos zich af of ze als dier niet mislukt is. Maar net dan komt de redding of liever redder, uit Frankrijk nog wel. Waarom uit Frankrijk, daar heeft de lezer het raden naar…
 
Aan de opbouw van het verhaal schort nogal wat, het bevat te weinig samenhang en spankracht. Jammer genoeg bevat ook de vorm veel onvolkomenheden. Net als in het eerste boek over Kleine Vos worden veel strofen ontsierd door rijmdwang en een kreupel ritme. Als voorbeeld de vierde strofe:
 
‘Want ook een vos moet kunnen leven,
en wij eten nooit eens biet.
Echt, het is niet overdreven,
van spinazie houden wij dus niet.’
 
Om het metrum toch nog min of meer in de pas te laten lopen, grijpt de auteur naar nietszeggende opvullers als ‘echt’, ‘zowaar’, ‘dan’ of ‘moet je weten’. Hoe onnatuurlijk die soms klinken wordt pijnlijk duidelijk in de slotstrofe:
 
‘Het was een lange reis kun je wel stellen,
wat ben ik blij dat ik er ben.
En Kleine Vos, ik wil je wel vertellen:
jij bent het mooiste wat ik ken.’
 
Gelukkig wordt die slotstrofe begeleid door een prachtige illustratie waarbij je samen met de vossen heerlijk kunt wegdromen. De papiersnijkunstwerken van Thysa Zevenbergen zijn vaak oogverblindend mooi. De combinatie van gekleurde vlakken met witte uitsneden is intrigerend en zet je haast vanzelf aan het dromen omdat je verbeelding al dat wit kan invullen. Dat ze veel ruimte laat voor de verbeelding komt ook door het kleurgebruik: geen flashy, opdringerige kleuren maar lichte tinten bruin en groen tussen zwart en wit. Het indrukwekkendst zijn de soberste prenten over twee pagina’s, bijvoorbeeld die van de vos die reikhalzend naar de vogels kijkt onder een stralende zon in een desolaat duinenlandschap, dat de kunstenares met enkele golvende lijnen oproept. Bij deze verstilde prent is ook de tekst op zijn sterkst:
 
‘Wat hebben vogels een mooi leven,
want de wind die voert hen mee.
Wat een feest te kunnen zweven
over land en over zee.’
 
Zweven op vleugels van verbeelding, dat is de ervaring die de papiersnijkunst in dit boek je kan bieden.
 
Ru de Groen, Thysa Zevenbergen (ill.): Kleine Vos en het mooiste wat er is, Samsara, Amsterdam 2020, 40 p. : illl. ISBN 9789492995513. Distributie L&M Books 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2020

Brieven in de nacht

Hoda Barakat

De onvolmaakten

Ewoud Kieft

De poort

Natsume Sōseki

Het verschroeide land

Emiliano Monge

Ieder zijn eigen meer

Nenad Joldeski

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2020

Dick Bruna

Bruce Ingman, Ramona Reihill

Het boek van Jongen

Catherine Gilbert Murdock, Ian Schoenherr (ill.)

Ik heet Reinier en ons huis is afgebrand

Joke van Leeuwen

Offerkind

Rob Ruggenberg

Vogel Vliegop

Julia Donaldson, Catherine Rayner (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri