10+ - Maatschappelijk onrecht is een terugkerend thema in het werk van
de Franse schrijver Xavier-Laurent Petit. In De zoon van de berentemmer (Ploegsma
2023), dat bekroond werd met een Zilveren Griffel, vertelt hij over een
familie van Roma die in een vluchtelingenkamp in Frankrijk belanden. Ze leven
er in onmenselijke omstandigheden, maar als de jongste zoon Ciprian een
schaakwonder blijkt te zijn, is er licht aan het einde van de tunnel.
Voor Kinderen van de straat, dat hij lang
voor De zoon van de berentemmer schreef,
liet Petit zich inspireren door de waargebeurde lotgevallen van een Boliviaanse
dirigent tijdens de rellen in 2003. Saturnino, veertien jaar, vertelt hoe hij
na de dood van zijn ouders op straat leeft met zijn zevenjarig zusje Luzia en
zijn vriend Tullidito. De jongens trachten de kost te verdienen als schoenenpoetser
en Luzia verkoopt ansichtkaarten. Iedereen op straat gaat gebukt onder het
dictatoriaal regime en is bang voor de onvoorspelbare, gewelddadige
uitbarstingen van de macaco’s, de wrede militaire politie onder het bevel van
de president.
Op
een dag probeert Saturnino een toerist te bestelen omdat die hem onvoldoende
betaalde voor zijn werk. De man brengt de jongen zonder pardon naar de macaco’s,
die hem geboeid willen afvoeren. Aan alles is voelbaar dat Saturnino deze
confrontatie waarschijnlijk niet zal overleven. Maar de macaco’s worden
tegengehouden door een mysterieuze, in het wit geklede vreemdeling die beweert
de president persoonlijk te kennen.
De vreemdeling, die zich ook wel
‘de maestro’ laat noemen, nodigt Saturnino, Luzia en Tullidito uit in zijn
muziekschool. Een beetje argwanend gaan de drie op de uitnodiging in en hun
verbazing is groot als ze er nog meer straatkinderen aantreffen. Saturnino is meteen
verkocht wanneer hij de maestro op zijn cello hoort spelen. ‘Zijn muziek deed
me iets, diep in mijn hart. Ze vlinderde, steeg op, daalde neer, golfde… Ik had
het idee dat ik deel uitmaakte van wat hij speelde, dat ik me binnen in zijn
instrument bevond.’ Een redelijk ongeloofwaardige, al te fraai verwoorde
uitspraak van een kind dat gehard door de rauwe werkelijkheid.
Petit verstaat de
kunst om personages te creëren die schuren langs je binnenste. Via flashbacks
ontdek je dat Saturnino’s ouders een na een vermoord zijn door de entourage van
de president omdat zijn vader het voortouw nam tijdens een mijnstaking. Saturnino’s
herinnering aan de dag van zijn begrafenis is vlijmscherp: ‘In de stromende
regen goot men benzine over de kransen die de president had gestuurd. Mama was
degene die de lucifer erbij afstreek en ze brandden goed, ondanks de stromende
regen.’ En dan is er de geschiedenis van Tullidito, wat ‘Hinkepoot.’ betekent. Zijn
moeder zou hem de dag van zijn geboorte in de steek hebben gelaten zonder hem
een naam te geven. Hij blijft echter geloven dat iemand anders hem ooit een
echte naam moet hebben gegeven.
De maestro slaagt erin om de straatkinderen steeds meer te
laten openbloeien en tegelijkertijd worden ze als groep steeds hechter. Onder
zijn leiding evolueren ze uiteindelijk naar een orkest waarin ze elk hun eigen
instrument spelen. Terwijl de kinderen in de muziekschool zichzelf steeds beter
ontplooien, groeit de sociale onrust op straat. Knap hoe Petit deze twee
tegengestelde evoluties parallel laat accelereren.
Het geweld in Kinderen van de
straat is uiterst brutaal: Tullidito wordt tijdens één van de rellen ‘tegen
de grond geknuppeld’, Saturnino treft hem de volgende ochtend ‘stijf én
ijskoud’ aan, overleden aan inwendige bloedingen. Petit laat het geweld een
climax bereiken wanneer de president in de school naar een orkestrepetitie komt
luisteren. Opstandelingen, waaronder mensen die Saturnino kent van op straat,
dringen binnen en branden de school plat. Bodemloos zinloos geweld.
Het ondoorgrondelijke
personage van de maestro blijft vragen oproepen. Hij zorgt voor een veilige
plek voor de kinderen en organiseert met veel warmte Tullidito’s begrafenis; de
zelfgekozen naam van de jongen, Johann Strauss, laat hij in zijn grafsteen
graveren. Maar hij is wel een jeugdvriend van de president en hij dineerde onlangs
nog met hem. Hij gaat goed gekleed, komt met de taxi naar school en de macaco’s
gaan voor hem een stapje opzij. Staat de maestro op tegen de dictatuur of
bedient hij er zich via slinkse achterpoortjes juist van voor persoonlijke
projecten? Zoals de maestro zelf zegt: ‘Het is gecompliceerder dan dat, Saturnino.
Véél gecompliceerder.’
Xavier-Laurent Petit weeft door dit rauwe verhaal ook een
sprankje geloof in een betere toekomst. De kinderen maken een ketting om zoveel
mogelijk instrumenten uit de brand te redden en proberen de schade eraan zo
goed mogelijk te herstellen. Met de nog nasmeulende, verwoeste muziekschool in
de achtergrond, spelen ze voor de voorbijgangers op straat. De maestro
dirigeert vanop een muurtje met een stuk betonijzer. Dit is hun eerste optreden
voor de buitenwereld. Een mooi beeld van niet-aflatende hoop.
Xavier-Laurent Petit: Kinderen
van de straat, Ploegsma, Amsterdam 2025, 184 p. ISBN 9789021686363. Vertaling
van Maestro door Leny van Grootel. Distributie Standaard Uitgeverij
© 2026 | MappaLibri