Ripley Bogle

Robert McLiam Wilsons debuutroman Ripley Bogle (1989) leverde hem de Rooney Prize, The Hughes Prize, The Betty Trask Prize, de David Higham Prize en -- als belangrijkste bekroning -- The Irish Book Award op. Robert McLiam Wilsons alter ego, de 21-jarige Ripley Bogley, zoon van een foeilelijke Ierse ex-prostituee en een Welshe werkloze alcoholicus, dwaalt moeizaam als hongerige en onderkoelde zwerver doorheen Londen. Vier dagen lang trakteert hij je op een onstuitbare woordenvloed die vorm geeft aan zijn bewogen levensloop. Hoogbegaafd als hij is, reconstrueert hij minutieus zijn intrede in het aardse tranendal, onder luidruchtige begeleiding van zijn moeder. Ouders en slijmerig biotoop ten spijt, ontpopte hij zich tot een abnormaal begaafde little shit dat met amper vijf jaar Dickens en Thackery al achter zijn kiezen had, op een drafje de 19de-eeuwse literaire output nuttigde, als zesjarige -- enige depressieve bijwerkingen ten spijt -- Orwell, Camus, Sartre, Mann en Eliot exploreerde. Briljant en vol van zichzelf zeurt Ripley meer dan 300 bladzijden lang aan je hoofd met spitsvondige en uitgebalanceerde uitlatingen. Naar aloude Ierse traditie hanteert Bogle (alias Wilson) met nonchalant gemak overdrijvingen en verdraaiingen ten behoeve van de toehoorders. Grootmeester Flann O'Brien indachtig kiemt hier het zaad van een mythevorming zonder weerga. Robert McLiam Wilson is verplichte lectuur binnen de moderne Anglo-Ierse literatuur.

Robert MacLiam Wilson, Ripley Bogle, De Geus Breda, 2000, 413 p., € 998. ISBN 9052265461. Vert. van: Ripley Bogle door Smits, Manon

Oorspronkelijk verschenen in de Leeswolf 2000

© 2021 | MappaLibri