Sebastiaans neus. Zo luidt de veeleer
aparte titel van Allard Schröders tiende roman. En over die neus van
Sebastiaan, die in de roman de hoofdrol speelt, valt wel het een en ander te
zeggen, en niet alleen dat het een uitzonderlijk groot exemplaar betreft.
Gezegend met een weinig fijne neus voor de wereld rondom hem, komt het voor
Sebastiaan als een donderslag bij heldere hemel wanneer hij met vervroegd
pensioen wordt gestuurd. Doordat zijn routinematige dagindeling daardoor
wegvalt, komt hij in een neerwaartse spiraal van eenzaamheid en melancholie
terecht. De enige lichtpuntjes in zijn bestaan zijn de momenten waarop hij een
sigaret opsteekt en de geur hem op Proustiaanse wijze meeneemt naar de wereld van
zijn jeugd en zijn grote jeugdliefde, Henriëtte Clinger, kortweg Henri.
Toen ze kinderen
waren, zaten Sebastiaan en Henri vaak samen met hun neus in de boeken, maar
naarmate hun puberteit vorderde, was Henri Sebastiaan volledig ontgroeid: zij
was inmiddels bezwangerd door haar pianoleraar, had een abortus ondergaan en
leidde een liederlijk leven in Amerika, terwijl hij in Nederland was gebleven
en zijn conformistische bestaan verder had uitgebouwd. Sebastiaans pensioen
betekent evenwel een keerpunt in zijn doodnormale leven. Na een hersenoperatie
te hebben doorstaan die hij hem een totaal geheugenverlies veroorzaakt, klampt
hij zich vast aan de enige foto die hij van Henri heeft, vergezeld van haar
uitnodigende boodschap: ‘Wanneer kom je nou? H.’ Na een aantal omzwervingen die
hem op zijn zoektocht naar Henri zelfs in Amerika brengen, treft hij haar
doodleuk weer aan in Nederland. Daar wordt hij echter met de neus op de feiten
geduwd: was Henri wel wie hij dacht dat ze was?
Schröder grijpt de
verhaallijn over Sebastiaans jeugdliefde aan om grotere thema’s over de
herinnering, het al dan niet betrouwbare geheugen en de rol van de verbeelding
aan te kaarten. Sebastiaan dient zijn eigen verleden te reconstrueren:
letterlijk, wanneer hij met een volledig geheugenverlies te kampen krijgt, maar
ook wanneer hij minder aangename gebeurtenissen te verwerken heeft: in welke
mate wist hij van het naziverleden van zijn vader af en hoe sterk mag zijn band
met de jonge Henri wel worden genoemd? En dan heeft Henri zelf nog geen boekje
opengedaan over haar eigen geconstrueerde leven. Schröder exploiteert deze
onderwerpen met bravoure, creëert onverwachte wendingen en laat de lezer een
aantal keren in de waan over wat nu werkelijk en mogelijk gebeurd kan zijn.
Karakteristiek
voor de romans van Schröder is dat het als het ware complete
levensgeschiedenissen zijn: nagenoeg alle aspecten van het bestaan van de
hoofdrolspelers komen op de een of andere manier minutieus aan bod. Het pad van
het realisme wordt daarbij niet altijd gevolgd: de gebeurtenissen die
Sebastiaan meemaakt, zijn niet altijd even geloofwaardig voor de verhaallijn,
maar ze creëren vaak wel een onverwacht of opvallend effect. Wanneer Sebastiaan
in Amerika is om Henri te zoeken, blijkt zij zich net in Nederland te bevinden.
Dezelfde situatie herhaalt zich wanneer Henri’s dochter Ariëlle naar Amerika
vertrekt om haar grote liefde Duke te zien, terwijl Duke speciaal vanuit
Amerika naar Nederland onderweg is om haar zijn liefde te verklaren. Soms doet
de veelheid aan informatie en onverwachte wendingen wat overdadig aan en de
vraag kan worden gesteld of een compactere versie van de roman het verhaal niet
had kunnen versterken.
Die opmerking gaat
niet op voor de magnifieke barokke schrijfstijl die Schröder in Sebastiaans neus hanteert. De zinnen
vormen een ware streling voor het oog, zoals de openingsscène van de roman
meteen al laat zien: Intussen dwarrelden bruiden als sneeuwvlokken van de
trappen van het gemeentehuis, met blije kinderogen nagelachen door jonge vaders
met hoog opgeschoren hoofden, die zich daar al vroeg in lange rijen bij het
loket van de burgerlijke
stand hadden opgesteld om hun kind bij de overheid aan te geven. Gehaast
doorkruisten vroedvrouwen in gesteven schort het dorp, de lucht was zwaar van melk,
de wereld had een strik in het haar. En zo gaat Schröder meer dan 400 pagina’s
door, waarmee hij zijn talent van taalvirtuoos opnieuw bevestigt.
Sebastiaans neus is geen voor de hand
liggende doorleesroman, maar een literaire kanjer die de lezer die daarvoor de
nodige tijd neemt menig aangenaam leesvertier kan bezorgen.
Amsterdam : De
Bezige Bij 2016, 447 p. ISBN 9789023496687
© 2025 | MappaLibri