Yannick Dangre geldt als een van de opmerkelijke jonge talenten in
de Nederlandse literatuur. Hij publiceert met De idioot en de tederheid zijn derde roman. Het is een ambitieus
werkstuk waarin de auteur een familiekroniek schrijft. Hij speelt daarbij
evenwel met het vertelstandpunt op een manier die tegelijk zijn ambities
duidelijk maakt maar ook op zijn beperkingen stoot.
De jonge Tristan schrijft het
leven van zijn oom Arthur, die samen met zijn broer een fietsenwinkel begon
nadat de kruidenierswinkel van hun ouders van de hand werd gedaan. Dat verhaal
is het referentiepunt van waaruit terugblikkend de complexe en gekwelde familiegeschiedenis
wordt verteld (die uiteraard ook de geschiedenis van Tristans eigen ouders en
grootouders is). Met deze constructie knoopt Dangre aan bij een belangrijke
trend in de hedendaagse literatuur, en vooral in de non-fictie, namelijk het
bloeiende veld van de life writing:
hoe worden (auto)biografieën verteld, in elkaar gestoken, geconstrueerd? Door
het verhaal van Arthur via Tristan te laten rapporteren opent Dangre
interessante perspectieven om met het vertelstandpunt te spelen en dus vragen
op te roepen over de betrouwbaarheid (en eenkennigheid) van (auto)biografische
teksten.
Maar tegelijk speelt dit hem ook
parten. Van zodra we ons in het verhaal van Arthur begeven (zoals dat door
Tristan wordt gerapporteerd) laat Dangre zich al te makkelijk verleiden om
gewoon als auctoriële verteller te werk te gaan. Dat betekent dat de tekst toch
veel observaties en beschouwingen over het innerlijk leven van de personages
bevat, evenals uitgebreide dialogen, die weliswaar toegankelijk zijn voor een
auctoriële verteller, maar uiteraard niet voor Arthur of Tristan. Dat betekent
dat Dangre zich vertilt aan zijn eigen ingenieuze constructie: hij vertelt heel
veel dingen die hij narratief-technisch eigenlijk niet kan vertellen. Hij
springt iets te laks om met de complexe vertelstructuur die hij heeft gekozen.
Die complexe structuur maakt het voor de lezer ook soms moeilijk
om voor ogen te houden wat nu precies de familie-relaties tussen de
verschillende personages zijn en hoe de lijnen tussen de generaties lopen. Dat
probleem stelt zich vooral aan het begin van de roman.
Daar staat echter tegenover dat Dangre zeer vlot schrijft
en interessante observaties inlast over de condition humaine in de
alledaagsheid. Kortom: een interessant talent vertelt een vlotte
familie-kroniek, maar stelt uiteindelijk toch teleur voor de lezer die aandacht
heeft voor de manier waarop romans worden geconstrueerd en voor de manier
waarop auteurs hun informatie presenteren. In beide gevallen is de auteur te
weinig bedachtzaam te werk gegaan, waardoor er een afstand blijft bestaan
tussen lezer en personages, ook al is alles zeer levendig geschreven.
Amsterdam : De Bezige
Bij 2016. 317 p. ISBN 9789023496441
© 2025 | MappaLibri