De jongste bundel van Frans
Kuipers, de Lach van de Sfinx (met de
wat vreemde hoofdletters in de titel), is geheel opgebouwd rond twee reeksen
waarvan de gedichten de opeenvolgende letters van het alfabet dragen. Die
reeksen worden van elkaar gescheiden door een lang fragmentarisch gedicht dat
de titel ‘Zonnesteen’ heeft meegekregen. De zonnesteen is een mineraal waaraan
allerlei magische, antidepressieve eigenschappen worden toegeschreven, maar het
is ook een steen die als navigatiemiddel in de richting van de zon zou kunnen
dienen. Voor de dichter is het allereerst een magisch woord, ook al door de
wijze waarop hemel en aarde, licht en zware substantie erin worden
samengebracht.
De zon vormt daardoor een soort van leidmotief in een caleidoscopische wirwar
van associaties. Die stukjes verwijzen naar mythologieën maar ook naar de
wetenschap of naar de alledaagse ervaring om de weldoende effecten van de zon
te omcirkelen; zelfs citaten uit vroegere gedichten vinden daarin een plaats.
Dat leidt tot een overdaad aan informatie, een woekering van betekenissen en
meningen, maar vooral tot een sprankelend vuurwerk aan ideeën die gelanceerd
worden en meteen weer verdwijnen achter andere uitspraken. Het is de werkwijze
van een dichter die weigert zich achter een vaststaande waarheid of een
statische werkelijkheid te verschuilen.
Die enorme beweeglijkheid is ook
kenmerkend voor de twee grote reeksen in deze bundel. In het spoor van de
dichter wordt de lezer bruusk van associatie naar associatie gevoerd: een
wirwar van beelden en motieven, maar ook een meerstemmige veelheid aan stijlen.
Sommige passages zijn geschreven in een ‘gewoon’ taalgebruik, maar het gaat
evenzeer om pathetische retoriek of om haast hymnische aaneenschakelingen van
beelden waarmee een personage wordt opgeroepen of aanroepen. Het ik wil
duidelijk komen tot een soort van positiebepaling, maar die identiteit is erg
vluchtig en tegenstrijdig. Links en rechts worden verwijzingen ingelast naar
een kindertijd, een studietijd, een verblijf op kamers en zoveel meer maar die
autobiografische gegevens worden niet uitgewerkt. Het zijn echo’s van een leven
dat uiteindelijk tot stand komt in de magie van de taal zelf. In die zin is het
geen toeval dat de realistische laag maar een onderstroom vormt, dat de
gedichten uitpuilen van verwijzingen naar de literatuur, naar de mythologie,
naar de verbeelding van sprookjes.
Op die manier is deze bundel een lofzang op de menselijke
geschiedenis maar nog meer op de natuur en de kosmos. De vitaliteit die aan elk
bestaan ten grondslag ligt, wordt geroemd en verbeeld op alle denkbare
manieren. De ouder wordende dichter weigert te vervallen in gezeur of in
elegische herinneringen. Integendeel, hij laat zich voortdrijven op de intense
ritmiek van de poëtische taal, die even raadselachtig is als evocatief. Er
staat op elke bladzijde in deze meeslepende bundel meer dan er staat, en net
dat houdt de lezer van de eerste tot de laatste letter vast.
Frans Kuipers: de
Lach van de Sfinx, Atlas/Contact, Amsterdam 2021, 78 p. ISBN 9789025470579. Distributie VBK België
© 2023 | MappaLibri