Vanaf negen jaar

JEUGDBOEKEN NR. 10, SEPTEMBER 2016

Philippe Lechermeier en Rébecca Dautremer (ill.): Het grote boek van vergeten prinsessen

door Isabelle Schoepen

9+ - Verplaatst u zich even in mij: encyclopedieliefhebber, woordenboekgrasduiner, prentenboekfanaat, en een prinsessenverleden zorgvuldig gekoesterd in een klein hoekje van mijn hart. U zult snel begrijpen waarom ik wég ben van Het grote boek van vergeten prinsessen. En helemaal mooi is dat dit magistrale boek uit 2006 dit jaar een nieuwe druk heeft gekregen.

Philippe Lechermeier (Frankrijk, 1968) componeerde een encyclopedie over vergeten of onbekende prinsessen en doet dat met een grenzeloze verbeelding. Hij geeft elke prinses een dubbele pagina, met op de linkerpagina uitleg over haar leven, haar specifieke eigenaardigheidjes (ook de fantasierijke namen van de prinsessen onthullen hierover al een en ander), andere beroemde leden van haar familie (zo piepen o.a. ook de beroemdere Schone Slaapster en Doornroosje om de hoek)... Op de rechterbladzijde leeft Rébecca Dautremer zich picturaal uit in het verbeelden van de prinses in kwestie, prenten die zich meer dan eens uitstrekken tot in de tekst. Bovendien draagt elke bladzijde een handgeschreven spreuk die op de prinses van toepassing is. Een paar voorbeelden geven meteen een voorproefje van het lekkers dat u als lezer nog wacht: Prinses Grilhelmina ("Een gril is niets anders dan een vonkje van een slecht humeur"), Jazzy Ezzy ("Dansen is vliegen, laag over de grond"), De Prinses van de Nacht ("De nacht is een gat -- op de bodem ervan kun je je verstoppen"), De Prinses van Jatjatjat ("Een dief is een goochelaar voor wie niemand klapt"), Prinses Amnesia ("Wanneer ik iets vergeet speelt er een gedachte diep, diep in mij verstoppertje"). De woordenkunstenaar die deze rijke fantasie voor ons naar het Nederlands heeft omgetoverd is niemand minder dan Edward van de Vendel. En wat een prachtprestatie! Doorheen zijn poëtische en onvoorstelbaar vindingrijke woordkeus komt deze prinsessenwereld zinderend tot leven.

Ook de adembenemend mooie prenten van Rébecca Dautremer (Frankrijk, 1971) dragen daar op majesteitelijke wijze toe bij. Dautremer schildert met haar meesterhand de prinsessen in de meest nauwkeurige details en fijne lijntjes, wekt hun omgeving tot leven en doet dat met verve. Elke prinses krijgt haar eigen uitstraling en karakter, wat maakt dat de prenten een kleurrijke aanvulling vormen op de tekstportretten. Zoals in eerder werk van Dautremer springt ook hier haar kleurengebruik in het oog (zie o.a. Ik val op jou): rood en roze in alle mogelijke warme schakeringen (van vermiljoen over wijn- en rozenrood tot auberginepaars), maar ook duistere kleuren (De Prinses van de Nacht draagt zwart, bruin en nachtblauw; de barse Prinses Elizabits gaat somber gehuld in zwart) en meer bleke tinten van blauw dan je voor mogelijk hield. De prints van jurken, zetels en behang (die bloemmotieven!) zijn een beetje retro, tot soms zelfs psychedelisch. De heimwee naar vergane glorie is trouwens iets wat doorheen alle prenten van Dautremer waart, en dat zie je bv. in het antieke bad of de parfumkruikjes van Grilhelmina, maar ook in de lampjes, de sieraden... Dautremer plaatst zichzelf in een rijke traditie van meesterschilders: bij De Prinses van de Nacht is Rembrandt niet veraf, Grilhelmina koestert zich net als de meisjes van Vermeer in het binnenvallende zonlicht, en het decor van de Vertrouwelinge roept zelfs Rothko op.De vormgeving van dit boek is hoogst origineel. Een harde kaft omsluit de glanzende pagina's waarover de prinsessen dansen. De letters variëren in grootte (extra belangrijke weetjes worden extra uitvergroot) en de kleur van de tekst volgt de schakeringen in de prenten op de tegenoverliggende bladzijde. Bovendien staan bij kleine tekeningetjes die tussen de tekst door geweven worden vaak handgeschreven stukjes (over prinsessenkorrels, de etiquette of prinsessentranen ("Worden zij als inkt gebruikt, dan schrijft men er de zachtste gezangen mee, de gewichtigste gedichten, de felst vonkende liefdesbrieven"), of over muziekinstrumenten zoals het Knipboogje, dat wordt bespeeld door de ogen dicht te knijpen (pluim voor Van de Vendel!).
 
Naast de portretten van de prinsessen zelf biedt dit standaardwerk ook een schat aan neveninformatie. Zo worden we o.a. ingewijd in het Internationale Waaiertaal-alfabet, de Wapenschilden en Vaandels (het zwarte gat van Prinses Amnesia!), de Dieren die je tegenkomt in de prinsessenwereld, het Woud met de Blauwe Eiken (die kleuren!), en Paleizen en Andere Verblijven. Een schets mét legende van het paleis is zeer verhelderend: kast voor losse schoenen, kelder voor afgewezen prinsen, bewaakdraak en geheime tuin mogen zeker niet ontbreken. Ook het mokhok is van essentieel belang (Prinses Gudrun Von Kadoink: "Mokken is duwen tegen een onbeweeglijke muur"). We vernemen ook dat prinsessen veelal per olifant reizen, maar, om een en ander comfortabeler te maken, wordt aangeraden om op de olifantenrug een paleisje te bouwen (met hangmat voor het middagslaapje en zwaaibalkon om het volk te groeten uiteraard). Het onvergetelijke zomerbezoek van de Olifant in Antwerpen krijgt er een mooie dimensie bij. Het naslagwerk wordt afgesloten met enkele Praktische Wenken ("Wat je moet weten over prinsessen, zoals foefjes en kneepjes om namaakprinsessen te onderscheiden van echte"), een test ("Wat ben jij voor en prinses?"), een lijst Spreekwoorden ("Niet elke pad bevat een prins", Turks spreekwoord), een Woordenlijst ("een prinsesje doen" betekent gaan zitten mokken, of "padvinden": verliefd worden), een heuse gefingeerde bibliografie en een inhoud op alfabet en op onderwerp.

Deze encyclopedie beschrijft prinsessen van over de hele wereld, en nodigt je uit mee te reizen door die fascinerende wereld ("En wie weet, misschien herken je jezelf?" -- In welke prinses ik me herken, verklap ik niet). De prinsessen lijken door de melancholische toets uit een ver verleden te komen, maar worden anderzijds ook zo levendig beschreven en verbeeld dat ze erg tastbaar en van vlees en bloed lijken. Dit boek zweeft op de dromerige grens tussen fantasie en werkelijkheid. Ik stap de deur uit en neem me stellig voor vanaf nu alle namaakprinsessen genadeloos te ontmaskeren.
 
Het grote boek van vergeten prinsessen is een prentenboek en kinderen vanaf vijf à zes jaar zullen zeker van de prenten genieten. Maar de teksten lenen zich niet echt tot voorlezen en zijn veel te complex voor eerste lezers. Zelf lezen kan vanaf een jaar of negen en de finesses in tekst en illustraties zijn ook een uitgesproken uitnodiging aan volwassenen.
 
Leuven : Davidsfonds/Infodok 2016, [91] p. : ill. Vert. van Princesses oublieés ou inconnues ... door Edward Van de Vendel. ISBN 9789059081840 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri