Vanaf zes jaar

JEUGDBOEKEN NR. 11, DECEMBER 2018

Riet Wille & Riske Lemmens (ill.): Troon zoekt kroon. Sprookjes voor jonge lezers

door Jan Van Coillie

7+ - ‘Knibbel knabbel knuisje/ Wie knabbelt er aan mijn huisje.’ ‘Waarom heb je zo’n grote oren? Dat is om je beter te kunnen horen.’ Veel sprookjes bevatten onvergetelijke rijmen en die vormden een bron van inspiratie voor de bewerkingen die Riet Wille maakte voor beginnende lezers. En om maar meteen met de deur in het peperkoekenhuisje te vallen: het zijn echt sterke, verfrissende bewerkingen. Dat komt zowel door de speelse manier waarop ze omgaat met de taal als door de waarlijk sprookjesachtige illustraties van Riske Lemmens.
 
Het is geen sinecure om sprookjes te bewerken voor kinderen met een jaar leeservaring (AVI (M) 4, CLIB 5). Door de beperking tot een- en tweelettergrepige woorden en korte zinnen, verlies je onvermijdelijk heel wat van de beeldrijke, literaire taal van Perrault, Grimm en Andersen, laat staan van de bloemrijke stijl van de sprookjes van duizend-en-één-nacht. Riet Wille slaagt erin dit verlies te compenseren door een heldere woordkeus en vooral door haar speelse omgang met de taal.  
 
Zo laat ze heel wat, vooral gemene personages de hele tijd in rijmen spreken: de wolf van Roodkapje, Blauwbaard, de heks van Hans en Grietje en Hoessein, de vrekkige broer van Hassein uit ‘Ali Baba en de twaalf rovers’. Slechts een paar keer klinken de rijmen onnatuurlijk, zoals in het lied dat de koning uit ‘De Prinses op de erwt’ zingt op het einde. Dat lied is trouwens als geheel overbodig. Meestal echter passen de rijmen wonderwel in het geheel en zorgen ze voor extra lees- en voorleesplezier.  
 
Zoals in vrijwel al haar boeken speelt Riet Wille ook veelvuldig met klanken. Zo zijn de vele klanknabootsingen in ‘De wolf en de 7 geitjes’ een plezier om voor te lezen. Ook alliteraties verlevendigen de tekst: ‘Dat is kras, krast de raaf.’ Wille last ook geregeld beeldspraak in en uitdrukkingen die de stijl plastischer maken. De ouders van het meisje in ‘De 7 raven’ ‘doen hun mond op slot’, bij iemand zit er ‘onweer in zijn ogen’ en nog iemand anders heeft ‘een brok in de keel.’
 
De belangrijkste inbreng van Riet Wille bestaat echter uit de speelse opdrachten die ze inlast. Ze prikkelen de aandacht van de kinderen en zorgen voor rustmomenten. Het begint al vóór het eerste verhaal, waar de lezers de opdracht krijgen te tellen hoeveel keer het woord ‘KROON’ in het boek staat. De meeste opdrachten hebben met taal te maken. Rosa uit ‘De schone en het beest’ houdt van lekker eten, waarbij de lezer wordt uitgenodigd om op de tekeningen tien lekkernijen te benoemen door letters te vervangen, bijvoorbeeld s door v bij een tekening van sla.  
 
Niet alleen bij die opdrachten maar ook elders in de sprookjes spreekt Wille de lezers rechtstreeks aan: ‘Weet je ook wat een stamboom is?’ of ‘Luister je mee’?, wat de betrokkenheid nog vergroot. Zoals in veel van haar verzenbundels last ze ook beeldgedichten in. Het huis van de heks in Hans en Grietje bestaat uit woorden voor lekkernijen, geschikt in de vorm van het peperkoekenhuisje.
 
Positief is ook dat Wille de kern van de sprookjes goed weet te bewaren. Natuurlijk laat ze veel weg, maar ze voegt ook zinnen toe, vooral om sommige passages concreter te maken, zoals een dialoog tussen de moeder en de zonen uit ‘De 7 raven’. Net als Jacques Vriens in zijn sprookjesbewerkingen doet, geeft ze alle personages namen en last ze grappige details in. Ook bij haar roept het jongetje naar de blote keizer: ‘Ik zie zijn piemel’.
 
Riske Lemmens overtreft zichzelf. In het spoor van grote sprookjesillustratoren als Thé Tjong Khing en Lidia Postma geeft ze eigenzinnige interpretaties van de sprookjes in een overweldigend kleurenpalet. Haar benadering is vaak origineel en gedurfd. Blauwbaards schaduw slaat een klauw om zijn toekomstige bruid heen en op een andere prent bij dit gruwelsprookje zie je de gedode vrouwen in verschillende staat van ontbinding, met een grote plas bloed op de vloer. Van de blote keizer zie je zowel zijn billen als zijn piepkleine piemeltje in de spiegel. De reus van Klein Duimpje ziet er afschuwelijk uit en ook het Beest is angstaanjagend. Rosa uit ‘De Schone en het beest’ is zwart Afrikaans en ook Hans en Grietje, Roodkapje, de prinses op de erwt krijgen een eigen persoonlijkheid, wars van de bekende clichés.
 
Troon zoekt kroon verdient een kroontje. Het is een heerlijk boek om samen met jonge kinderen de sprookjes te lezen of hen die zelf te laten ontdekken.
 
Riet Wille & Riske Lemmens: Troon zoekt kroon. Sprookjes voor jonge lezers, De Eenhoorn, Wielsbeke 2018, 152 p. : ill. ISBN 9789462913592 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 2, JANUARI 2019

Bakermat

Luuk Gruwez

De Bourgondiërs. Aartsvaders van de Lage Landen

Bart Van Loo

There There / Er is geen daar daar

Tommy Orange

Toekomstkoorts

Annelies Beck

Vorosjylovhrad

Serhi Zjadan

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 2, FEBRUARI 2019

De schelmenstreken van Reinaert de Vos

Koos Meinderts (bew.), Carll Cneut, Charlotte Dematons e.a. (ill.)

De sprookjesverteller. Sprookjes van overal

Thé Tjong-Khing

Feo en de wolven

Katherine Rundell

Lepelsnijder

Marjolijn Hof, Annette Fienieg (ill.)

Mijn oma is kwijt…

Peter Theunynck, Lies van Gasse (ill.)

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri