Vertaald proza

BOEKEN NR. 11, DECEMBER 2017

Egon Hostovský: De missie

door Laurent De Maertelaer

Al een decennium lang brengt de uitgelezen reeks ‘Moldaviet’ van uitgeverij Voetnoot de mooiste korte verhalen en novelles uit de Tsjechische literatuur. ‘Moldaviet’ — genoemd naar de groen-transparante edelsteen die wordt aangetroffen in de vallei van de Moldau, de rivier waaraan Praag gelegen is — staat onder de deskundige redactie van topvertalers Edgar de Bruin, Hank Geerts, Kees Mercks en Irma Pieper. Deze reeks wint steeds maar aan belang en prestige, en toont nog maar eens aan hoe eindeloos veelzijdig de Tsjechische literatuur wel niet is.
 
Elk deel krijgt een verhelderend, literair-historisch nawoord en heeft een distinctieve, meteen herkenbare vormgeving, een ontwerp waarvoor meestergraficus Henrik Barends zich liet inspireren door de Tsjechische driekleur. Inmiddels liggen delen 25 en 26 in de boekhandel: het laat negentiende-eeuwse Praagse kleine luyden van Jan Neruda en het verzetsdrama De missie van Egon Hostovský. Topliteratuur in zakformaat, voor de prijs van een filmticket. 
 
Hoewel Egon Hostovský (1908-1973) tijdens het Interbellum een van de leidende figuren van de Tsjechische literatuur was, is hij vandaag een vergeten auteur. Zijn werk moet qua reikwijdte, ambitie en consistentie nochtans niet onderdoen voor dat van Midden-Europese grootheden als Franz Kafka, Joseph Roth of Stefan Zweig (die laatste was overigens volgens sommige bronnen een verre neef van Hostovský). In de jaren veertig en vijftig had Hostovský bovendien veel succes in zijn nieuwe thuis, de Verenigde Staten. Maar liefst negen van zijn boeken verschenen in het Engels. Na de Praagse Coup van 1948 (een communistische machtsovername in Tsjecho-Slowakije) werd het Hostovský verboden nog in eigen land te publiceren en emigreerde hij. Had Hostovký na de Praagse Lente van 1968 de wijk genomen, zoals zijn collega’s Josef Škvorecký en Milan Kundera deden, dan was zijn invloed op de Tsjechische literatuur wellicht groter geweest, zo stelt vertaler Edgar de Bruin in zijn nawoord bij De missie. Nu is Hostovský een writers’ writer en is het nog steeds wachten op een integrale heruitgave van zijn werk.
 
Hostovský debuteerde eind jaren twintig, maar werd pas echt bekend toen hij in 1935 voor De brandstichter de Staatsprijs voor Literatuur kreeg. In deze roman legde hij de onderhuidse spanningen tussen Tsjechen, Duitsers en Joden in een Oost-Boheems grensdorp bloot. In 1937 werd Hostovký diplomaat, in 1939 was Brussel zijn standplaats. Als Jood ging hij op de vlucht toen de oorlog uitbrak, verliet vrouw en kind en kwam via Frankrijk en Portugal terecht in New York. In zijn veelgeprezen roman De schuilplaats (1943) verwerkte Hostovský zijn traumatische ervaringen als oorlogsvluchteling. Het broeierig verhaal De missie herneemt enkele motieven uit deze verzetsroman. De sfeer doet in eerste instantie denken aan de thrillers van Graham Greene (overigens een groot bewonderaar van Hostovský’s boeken), zij het met een grotere existentiële slag.
 
De missie is een van de vier verhalen in de bundel Osamělí buřiči (‘De eenzame rebellen’) uit 1948. Jan zit in het verzet. Op een zolderkamer aan de rand van Amsterdam wacht hij op een missie. Hij hoopt op een ‘politieke actie’. Na lang wachten krijgt hij van ‘de koerier’ de opdracht om een zekere Albert, een Belg, in Parijs te helpen. Jan moet op diens jonge vrouw Marie en hun tweejarige dochter Lize letten: ‘Je zult een beetje voor chauffeur, voor kok, voor kindermeisje moeten spelen’. De koerier benadrukt dat Jan erop moet toezien dat Albert zijn gezin niet alleen laat. Jan staat aanvankelijk afkerig tegenover zijn opdracht, maar gaat er uit plichtsbesef toch op in, maar niet zonder eerst een dosis vergif te kopen: ‘Maar de toekomst kwijtraken, dat hoort tegenwoordig gewoon bij het leven.’ Het hele gezelschap vlucht naar de anonimiteit van enkele Normandische dorpen.

De sfeer wordt steeds grimmiger, iedereen loopt op zijn tandvlees. Jan speelt zelfs met de gedachte om Lize te vermoorden, zo hard werkt ze op zijn zenuwen. Ook Marie is zeer labiel en onbetrouwbaar: ‘[…] mijn hart was vervuld van woede, mijn hoofd van moord.’ Wanneer Albert een Spaanse gezelschapsdame, Andrea, voor Marie ten tonele brengt, begint Jan een complot te vermoeden. Pétain komt aan de macht, Albert zijn missie is voorbij en de plot gaat over de rooie. De groep wil vluchten, over de Spaanse grens, maar Jan wordt overmeesterd door Alberts handlangers, raakt gewond en ziet nog voor hij het bewustzijn verliest hoe de vrouwen ontvoerd worden. Wanneer Jan hersteld is, neemt Albert hem mee naar ‘een vergadering van de top’. Daar houdt de koerier uit Amsterdam, die de voorzitter van de top blijkt te zijn, een toespraak. Jan wordt diplomaat in New York, maar zijn verleden achtervolgt hem. Hij belandt in de psychiatrie. Tot de oorlog voorbij is. In Brussel ontmoet hij nog een laatste keer Albert. Die zegt dat Marie en Lize nog steeds vermist zijn. Jan besluit hen zijn verdere leven te zoeken en te vinden.
 
Zoals gezegd, de uitzinnige spionagethrillers (‘entertainments’) van Greene zijn in De missie nooit veraf. De grillige plot, de angst voor samenzweringen, de macht van geheime genootschappen, het delirium van de spionagewereld: het roept klassiekers op als The ministry of fear. De film noir sfeer herinnert dan weer aan Greenes novelle The third man, waarop hij later zijn scenario voor de gelijknamige film baseerde. Wat Hostovský’s korte verhaal onderscheidt van het werk van de Britse schrijver-spion, is de psychologische verdieping van de personages, in het bijzonder van Jan. Greene zweerde bij de plot, de constructie van het verhaal. Met zijn bezwerende verteltoon laat de ik-verteller van De missie de lezer toe tot zijn meest duistere en verborgen gedachten. Je kan niet anders dan aan zijn lippen hangen.
 
Egon Hostovský: De missie, Voetnoot, Antwerpen 2017, 77 p. ISBN 9789491738357. Vertaling van Poslání door Edgar de Bruin. Distributie: EPO 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 5, MEI 2018

Het genootschap van onvrijwillige dromers

José Eduardo Agualusa

Ik wordt

Harry Vaandrager

niets=iets

Wouter Godijn

Pachinko

Min Jin Lee

Terug naar Reims

Didier Eribon

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 5, MEI 2018

De muis en de muur

Britta Teckentrup

Ei! Ei!

Harriët van Reek en Geerten Ten Bosch

Het wonderlijke verhaal van Angelino Brown

David Almond

Liebermann. De zee van meneer Max

Koos Meinderts, Annette Fienieg (ill.)

Veertien

Tamara Bach

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri