Vanaf negen jaar

JEUGDBOEKEN NR. 3, MAART 2018

Siska Goeminne, Judith Vanistendael (ill.): Ik wil de koning zijn. Naar Macbeth van Shakespeare

door Jan Van Coillie

10 + - Ik wil de koning zijn. Zelden zag ik een omslag met zo’n sterk aanzuigeffect. Je wordt echt het boek ingezogen, als door een grot waarvan de wanden de kern van het verhaal brengen. Je ziet Macbeth en zijn vrouw met zwaard en dolk waar het bloed vanaf stroomt. Boven hen de drie heksen, de demonen die Macbeth de slaap ontnemen en twee armen die een gekroonde doodskop vasthouden. De titel staat gedrukt in goud tegen een witte achtergrond.
 
Ook binnenin zijn het op de eerste plaats de illustraties van Judith Vanistendael die de aandacht trekken. Met krachtige streken drukt ze de wisselende stemmingen van het verhaal uit. De eerste prent oogt luchtig, met een kijk op de binnenplaats van Macbeths kasteel, waar geschranst en geflirt wordt. Maar steeds meer gaan zwart en grijs domineren, soms gemengd met bloedrood en gifgroen. Wanneer bij het begin van het verhaal Macbeth bij zijn mooie vrouw in bed ligt, ligt de onrust al op de loer: zijn ogen zijn wijd opengesperd, het trapje naar het bed heeft klauwen en het rood van de gordijnen roept het bloed op dat verder rijkelijk vloeit. Wanneer hij de heksen ontmoet, slaat het duister helemaal toe, enkel doorbroken door het bloedrood van zijn mantel en de gifgroene schijn rondom de heksen.
 
De illustratie bij de moord op Duncan is zo mogelijk nog duisterder. Het wit van de kleren van Macbeth en zijn vrouw steekt schril af tegen de inktzwarte achtergrond en is bevlekt met bloed. Wanneer Macbeth verteerd wordt door zijn demonen, houden ze een reusachtige, bebloede hand boven hem, terwijl hij ineengedoken knielt. Het volgende schilderij is nog akeliger, met een grijnzende doodskop onder een gifgroene geest. Na de zelfmoord van zijn vrouw zoomt Vanistendael in op Macbeths hoofd, waarbij het bloed uit zijn ogen stroomt. Pas na de eindafrekening komen de vrolijkheid en het wit terug, al heeft dat een lugubere kant: op de feesttafel prijkt Macbeths afgehakte hoofd op een bedje wortels. Pas op de slotprent komen ook de kleuren in het landschap terug.
 
Shakespeares donkerste tragedie werd al vele keren vertaald en bewerkt in het Nederlands, onder andere door Hugo Claus (2003) en Imme Dros (1990). Siska Goeminne levert knap werk. Ze zet het berijmde toneelstuk van Shakespeare om in poëtisch proza. De ritmische, klankrijke taal met veel herhalingen neemt je meteen op sleeptouw:
 
‘Een kasteel had hij,
en stallen met twintig glanzende paarden
Een bos eromheen, en vanaf de torens
een schitterend uitzicht over de zee.’
 
Niet alleen kort ze de oorspronkelijke tekst sterk in, ze herschikt die ook en voegt hier en daar iets toe. Haar versie begint als een verhaal en niet met de zang van de heksen zoals bij Shakespeare. Ze vertelt ook uitvoerig hoe Macbeth en Banquo als kinderen allerbeste vrienden werden, waardoor ze beide personages dichter bij de jonge lezers brengt.
 
De essentie van Shakespeares stuk behoudt ze, met de bovennatuurlijke verschijningen en voorspellingen, de zucht naar macht, het wantrouwen en de radeloosheid. Sterker dan in het origineel beklemtoont ze Macbeths hebzucht en ontevredenheid. De zin ‘Hij had van alles, maar nooit genoeg’ duikt als een leidmotief meermaals op. Het eigenlijke verhaal laat ze voorafgaan door een variant op een van de beroemdste citaten uit het stuk:
 
‘Het leven is een sprookje,
een verhaal vol drukte en kabaal
dat wordt verteld door een sul –
een hoop flauwekul’

Het is een vlotte maar wel minder krachtige vertaling van:
 
‘Life is a walking shadow […]
it is a tale told by an idiot,
full of sound and fury,
signifying nothing.’
 
Op het eind varieert ze hierop:
 
‘Het leven is een spookje,
als een dwaas kind dat
even lacht en huilt in de zon
en dan voor altijd
verdwijnt.’
 
Het doodshoofd en de zotskap die Vanistendael bij deze verzen plaatst, confronteren de kijker nog eens extra met de vergankelijkheid en de dwaasheid van het leven.
 
Siska Goeminne, Judith Vanistendael (ill.): Ik wil de koning zijn. Naar Macbeth van Shakespeare, Lannoo, Tielt 2017. 64 p. ill. ISBN 9789401412131 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 6, JUNI 2018

De avond is ongemak

Marieke Lucas Rijneveld

De belofte. Requiem voor de misdaadroman

Friedrich Dürrenmatt

De integratie van heden en verleden bij Arnaldur Indriðason

Eenzaamheid en existentiële koudbloedigheid

Habitus

Radna Fabias

Menselijke voorwaarden

Junpei Gomikawa

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 6, JUNI 2018

Aluna

Karla Stoefs

De tunnels

Dave Eggers, Aaron Renier (ill.)

Een indiaan als jij en ik

Erna Sassen, Martijn van der Linden (ill.)

Mijn grote vriend Leeuwwitje

Jim Helmore, Richard Jones (ill.)

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri