Vanaf zes jaar

JEUGDBOEKEN NR. 1, SEPTEMBER 2015

Toon Tellegen: De tuin van de walvis

door Jan van Coillie

Alle ruimte van de wereld 
  
Beste sprinkhaan,
Ik wil graag iets bestellen.
Ik wil graag een bank op mijn rug.
Voor bezoek, om op te zitten, met een leuning.
Maar eigenlijk wil ik een tuin, met een bank.
Een fontein heb ik al.
Ik kan niet goed naar je toe komen.
Kun jij alles hier bezorgen?
Ik woon midden in de oceaan.
De walvis.
 
Toon Tellegen heeft iets met brieven. Deze brief van de walvis aan de sprinkhaan is typisch voor hem. Hij lijkt heel gewoon - iemand bestelt een tuin met een bank – maar de aanspreking plaatst het verhaal meteen in een andere wereld. De derde regel ondergraaft de gewone orde verder: wie wil er een bank op zijn rug? De ondertekening door de walvis maakt die wens begrijpelijk, maar enkel als je meegaat in de wondere wereld die Tellegen schept.
Vanaf de eerste pagina duik je mee met de walvis naar het midden van de oceaan, waar hij alle ruimte heeft, een fontein, maar geen tuin. Die tuin wordt zijn grootste wens. Hoe gezellig zou het niet zijn als alle dieren op bezoek zouden kunnen komen en genieten van zijn tuin. Dus schrijft hij een brief aan de sprinkhaan, onder water, vanzelfsprekend. Als (volwassen) lezer kun je je alleen maar verbazen over de vanzelfsprekendheid waarmee Tellegen zijn wonderlijke dierenuniversum schept. Je aanvaardt de eigen regels van dat universum, omdat ze nergens in vraag worden gesteld. Bovendien krijgen de wonderlijkste zaken vaak een ‘logische’ verklaring. Over de sprinkhaan die een hele tuin verhuist, lees je ‘Hij schuifelde daarheen want het was een zware last die hij op zijn rug droeg. Vliegen, wat hij anders deed als het om kleine afstanden ging, was nu niet mogelijk.’
Niet alleen de fantasiewereld, maar ook de spanning bouwt Tellegen op een ingenieuze manier op. Er is allereerst de spannende vraag of het zal lukken om de wens van de walvis te vervullen. Die spanning houdt hij hoog door de tocht van de sprinkhaan te vertragen met allerlei ontmoetingen en een storm. De wensen van de dieren die de sprinkhaan ontmoet, versterken die van de walvis. Ook de aanleg van de tuin zelf neemt wel wat verteltijd in beslag. Als de tuin eenmaal af is, is het verhaal nog niet afgelopen, en dat heeft te maken met de diepere, emotionele spanning. De tuin blijkt namelijk voor problemen te zorgen: de walvis kan niet meer omhoog springen uit het water en hoe zal hij kunnen schoffelen? Aanvankelijk wuift hij deze minpunten weg, maar als alle bezoekers langs geweest zijn en hij alleen is, komt de walvis tot een wezenlijk besef: iedereen kan van zijn tuin genieten, alleen hij niet. Uit pure ellende maakt hij een sprong, die voor een ware bevrijding zorgt. Op het einde is de cirkel rond, ook woordelijk, want de laatste woorden zijn een echo van de eerste.
De emotionele spanning ondersteunt Tellegen met verschillende motieven. Twee keer droomt de walvis over de eekhoorn. De eerste droom heeft iets zorgwekkends, maar de tweede geeft de walvis vleugels. Zijn fontein – het belangrijkste motief in het verhaal - krijgt er extra betekenis. Een opmerkelijk motief is ook het zuchten van de walvis, dat evolueert van verlangen over opwinding naar een heel diep gezucht, waarvan de lezer de betekenis zelf moet invullen. Dit uitnodigen van de lezer om zelf in of aan te vullen, is zonder twijfel een van de meest wezenlijke kenmerken van Tellegens dierenverhalen. In dit verhaal wordt de lezer vooral geprikkeld door de toenemende spanning tussen de vreugde en de trots van de walvis enerzijds en het groeiende besef van de beperkingen anderzijds. Daarbij voelt de lezer een sterke sympathie voor de walvis. Niet alleen zal hij zijn diepste wensen en twijfels herkennen, ongetwijfeld wordt hij ook gecharmeerd door zijn zorg voor de anderen en zijn bescheidenheid (‘Vind je mij veeleisend?’)
Niet alleen de originele fantasie, de ingenieuze opbouw en de sympathieke personages nemen de lezer op sleeptouw, maar ook de kracht van Tellegens taal. Als de walvis fantaseert over een feest dat hij in zijn tuin zal geven voor de sterren en de maan, weet Tellegen in en door zijn taal het gevoel van gelukzaligheid op de lezer over te brengen: ‘De sterren fonkelden en twinkelden van plezier en soms was er één zo vrolijk dat hij opsprong en van louter geluk langs de hemel omlaag roetsjte tot achter de horizon. Wat verder herhaalt Tellegen het beeld, waarbij hij de sterren nog helderder laat fonkelen en harder omlaag roetsjen. Vaak is Tellegens taal ook speels, zoals wanneer hij de eendagsvlieg een taart laat wensen met duizend kaarsen, en geregeld doet hij de lezer stilstaan bij bijzondere woorden, bijvoorbeeld bij het verschil tussen ‘veeleisend’ en ‘veelzeggend’. De klankrijkdom en speelsheid van Tellegens taal maken zijn verhalen bijzonder geschikt om voor te lezen voor jong en oud.
De taal van de schrijver vindt in dit boek een waardige pendant in de taal van de illustrator. Annemarie van Haeringen illustreerde eerder al dierenverhalen van Tellegen (o.a. Wat dansen we heerlijk, 2010), en met haar uitstekende beheersing van de waterverftechniek voelde ze zich in dit walvisverhaal duidelijk als een vis in het water. De gevoelens van de walvis zet ze meesterlijk neer. Wat een expressiviteit spreekt er niet uit die ene extra krul in de mond van de walvis op de omslag. Haar schilderij van de walvis en de maan, dansend met een staart van sterren, drukt het gelukzalige gevoel uit de tekst perfect uit. En ook de sprong van de walvis waarmee alles verandert, vergeet je niet meer. Wie aandachtig kijkt, ontdekt ook allerlei extra grapjes, zoals de kleine inktvis die de walvis helpt om zijn brief te schrijven.
Voor velen zal Tellegens dierenwereld intussen heel vertrouwd zijn, maar vervelen doet die nooit en al helemaal niet met de illustraties van Annemarie van Haeringen. Wie openstaat voor de kracht van de verwondering en de verbeelding, kan telkens opnieuw wegduiken in dit warme verhaal, dat doet nadenken over geluk, wensen, tevredenheid en het belang van wat je hebt en niet hebt.
 
Amsterdam: Querido, 2015, 55 p. : ill. ISBN 9789045117607

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 4, APRIL 2020

Bloot

Ted van Lieshout

De gek van de tsaar

Jaan Kross

De veelstemmige man. Verzameld toneelwerk 2007-2020

Ilja Leonard Pfeijffer

De vlakte

Gerald Murnane

Hogere natuurkunde

Ellen Deckwitz

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 4, APRIL 2020

De bende van Lieke

Robbert-Jan Henkes, Aart Clerkx (ill.)

De jongen op het dak

Aline Sax, Sassafras De Bruyn (ill.)

Een giraf met een probleem

Jory John, Lane Smith (ill.)

Elke dag iemand anders

Jef Aerts & Merel Eyckerman

Rodrigo de Ruige en Hummel, zijn hulpje

Michael Ende, Wieland Freund, Regina Kehn (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri