Vanaf negen jaar

JEUGDBOEKEN NR. 8, JULI 2016

Udo Weigelt, Marieke Nelissen (ill.): Rover gezocht

door Ine Muys

9+ - In het eilandrijkje van koning Ignaz leidt iedereen een zorgeloos bestaan. Wanneer de bewoners hun buik vol hebben van het vissen aan de waterkant, smullen ze van mevrouw Steenstra’s koeken. Totdat wachtmeester Ravenhorst dit vredelievende luxeleventje in vraag stelt. Meer nog, het gebrek aan criminele activiteit maakt hem ziek van verveling. Beste vriend en stalknecht Finn is vastbesloten de wachtmeester aan werk te helpen. Tegen het advies van dokter Janus in trekt hij naar het onheilspellende Noordrijk om een rover te strikken. Want alleen een echte rover kan Ravenhorst nog redden.
 
Rover gezocht kent een veelbelovend en tragikomisch uitgangspunt, maar een teleurstellende uitwerking. In de eerste hoofdstukken probeert gevestigd kinder- en jeugdauteur Udo Weigelt zijn hoofdpersonages aan de man te brengen. Het verhaal vangt aan met een conversatie tussen koning Ignaz en diens lijfarts Janus, tevens leraar en heimelijke tovenaar. Een (bebaarde en bebrilde) geleerde met meerdere gezichten dus. De koning op zijn beurt is er een van het dommige type. Wanneer de dokter hem van Ravenhorsts penibele toestand op de hoogte brengt, reageert hij verward en vermoeid. De passages aan het hof eindigen steevast met Ignaz’ enige oplossing voor de eerste staatscrisis in zijn leven: een koninklijk dutje. Vervolgens worden hoofdpersonage Finn en diens speelkameraadje prinses Alicia voorgesteld. Geheel volgens de verwachtingen ontpopt Finn de eenvoudige stalknecht zich tot een vredelievende —en jawel— koninklijke held. Ook prinses Alicia is een voorspelbaar lot beschoren, dat Weigelt op weliswaar spitsvondige wijze weet te verwoorden:
 
‘Zoals iedereen weet, bestaan er twee soorten prinsessen: de aardige en de minder aardige. Prinses Alicia was van een derde soort. Dat wil zeggen: ze was in haar hart wel aardig, maar ze geloofde er heilig in dat ze als prinses niet aardig, maar verwend en hooghartig moest zijn.’
 
Voor andere vrouwelijke personages zijn er grotere, maar minstens even wispelturige rollen weggelegd. Goudlibel Liesje bijvoorbeeld werpt zich in opdracht van dokter Janus als Finns beschermengel op. Tegelijkertijd geeft ze iedereen die haar als ordinaire postduif behandeld lik op stuk. Ook het roversmeisje dat halverwege het avontuur haar opwachting maakt, bijt van zich af:  <br /> 
‘Oké, dus alleen jongens mogen rover zijn? Wie heeft dat dan bedacht?’  
 
Met haar wilde voorkomen vormt ze wel een amusant tegenwicht voor de prinsesselijke ijdeltuiten. Toch valt ook Leonie uiteindelijk in zwijm voor roekeloze avonturier (Huckleberry) Finn. <br /> 
Ook qua verhaalopbouw komt Weigelt weinig verrassend uit de hoek. Finn is nauwelijks op pad wanneer hij beseft dat hij geen flauw idee heeft waaraan hij een echte rover kan herkennen. Waar de ontmoeting met rover-schoenmaker Louis nog voor grappige misverstanden zorgt, ontlokken de volgende overvallen op z’n best nog een glimlach. Want al gauw blijkt dat Finn uitsluitend aardige rovers weet aan te trekken. Stuk voor stuk biechten de passanten op hoe ze uit noodzaak aan het stelen gingen, waarna Finn ze richting Ignazië stuurt om er een nobel ambacht uit te oefenen. Na deze verteltechniek tot treurens toe te hebben herhaald, laat Weigelt een échte (lees: stereotiepe) roversbende op Finn los. Leider Schoppenboer probeert samen met trouwe handlanger Zwarte Klikspaan en de suffige Droeftoeter de jongen voor zijn kar en die van de sinistere graaf Zaban te spannen. De roverzoektocht maakt plots plaats voor een andere heldhaftige onderneming, waarbij een mysterieuze steen en een vuurspuwende draak niet mogen ontbreken.
 
Niettemin weet Weigelt net door middel van sprookjesreferenties een bijzondere sfeer te creëren. Ignazië bevindt zich namelijk op de grens tussen een relatief realistisch, maar exotisch aandoend eilandkoninkrijk en een volkomen fantastische wereld. Zo houdt dokter Janus zowel zijn toverkrachten als een eeuwenoude goudlibel verborgen. Naarmate het verhaal vordert, stapelen de sprookjesachtige elementen zich op. Waar Finn tijdens zijn eerste nacht in het bos nog doodgewone vleermuizen aantreft, zijn het in de buurt van het magische Noordrijk kraaienheksen die hem de stuipen op het lijf jagen. En ook in Ignazië zelf wemelt het hoe langer hoe meer van de excentrieke creaturen.
 
Verder moet Rover gezocht het van de situationele humor en woordmopjes à la Kulderzipken hebben. Zo grijpt koning Ignaz zijn lijfarts bij de baard wanneer hij het even niet meer weet: ‘Hoe kan de wachtmeester nou een rover missen? Is er een ontsnapt?’ Verderop kiest Weigelt er herhaaldelijk voor om de spanning met humoristische intermezzo’s te doorbreken. Zo doen Droeftoeter en Finn hun uiterste best om hun metgezellen niet te wekken. Fluisteren is geen optie want dan wordt Schoppenboer wakker. Maar hardop praten haalt Zwarte Klikspaan uit zijn slaap: ‘Wat doen we nu dan?’ vroeg Finn vertwijfeld. ‘Iets ertussenin’, antwoordde Droeftoeter halfluid. ‘Zodat het geen fluisteren en ook net geen gewoon praten is.’ Andere passages ogen daarentegen onnodig complex of weinig trefzeker, al zijn de stilistische tekortkomingen mogelijk aan de vertaling uit het Duits toe te schrijven:

‘Als Finn ongelukkig of verdrietig was, vond hij bij de wachtmeester altijd een luisterend oor. Hij bromde dan een paar woorden die aanvoelden als een pleister op zijn verdriet, waardoor hij de pijn niet meer voelde.’
 
Rover gezocht leest met andere woorden als een doorsnee avonturenverhaal. Toch valt het boek op door de voortreffelijke vormgeving, inclusief dust jacket, en bovenal dankzij de illustraties van Marieke Nelissen, winnares van de Lemniscaat Illustratiewedstrijd 2015. Zij is het die de personages leven inblaast, met de roversbende van Schoppenboer te beginnen. Met wollige baard en haakneus houdt het drietal zich namelijk op de aantrekkelijke cover schuil. Verder voorziet Nelissen het verhaal zowel van decoratieve, ondersteunende illustraties als van paginagrote kunstwerken. Sommige figuren maken een wat houterige indruk, maar met een fijnzinnige uitwerking van fantasiefiguren als de magnozampa weet ze de blik vast te houden. Hoewel Weigelts open einde een vervolgverhaal suggereert, is het dus vooral uitkijken naar Nelissens eerstkomende boekpublicatie, Ollie en het kronkeldier.

Rotterdam : Lemniscaat 2016, 216 p. Vert. van Achtung: Rüber gesucht!
door Merel de Vink. ISBN 9789047706182
 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2020

De Ghanese diaspora in het werk van Yaa Gyasi

Ontworteling en identiteit

De opgang

Stefan Hertmans

Het hele leven

Bart Moeyaert, Peter Van den Ende (ill.)

Het huis met de kersenbloesem

Sun-mi Hwang

Het leven speelt met mij

David Grossman

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, OKTOBER 2020

De lijst van dingen die niet zullen veranderen

Rebecca Stead

Dier vrienden. Een boek vol beestige duo's

Coco & June

Het geheim van de tuin

Jan Paul Schutten, Joris Bijdendijk, Floor Rieder (ill.)

Over het werk van Joukje Akveld

Speels, scherpzinnig en met heldere inzichten

Stilte heeft een eigen stem

Ruta Sepetys

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri