Vanaf zes jaar

JEUGDBOEKEN NR. 14, DECEMBER 2016

Sylvia Vanden Heede & Thé Tjong-Khing: O ma! O pa!

door Jürgen Peeters

7+ - ‘Ik leer lezen met Vos en Haas’, een reeks boeken op maat van beginnende lezers, is weer een telg rijker. O ma! O pa! maakt deel uit van het tweede van de drie leesniveaus, ‘Ik lees als Vos’, en is daarmee geschikt voor kinderen met niveau AVI 2 en 3 (België) en AVI M3 tot E3 (Nederland).

Zoals de titel al doet vermoeden, focust Vanden Heede in dit nauwelijks dertig bladzijden tellende boekje op familierelaties en afstamming. Het overbrengen van kennis overheerst en gaat de verhaallijn gaandeweg volledig domineren. Vanden Heede vertrekt zoals wel vaker vanuit een zogenaamd problematische situatie of een wat gratuit misverstand: wanneer Uil twee fotolijstjes met portretten van familieleden laat vallen, roept hij verschrikt: ‘O ma! O pa!’. De inderhaast toegesnelde Haas heeft echter ‘Oma! Opa!’’ begrepen.
 
Die misvatting vormt de aanleiding om familierelaties toe te lichten, waarbij Vanden Heede zich beperkt tot de verwantschap tussen ouders, grootouders en kleinkinderen. Opvallend is de traditionele visie die uit het verhaal spreekt: iedereen heeft twee ouders en twee grootouders. Voor andere familievormen blijkt geen ruimte, ze worden zelfs niet vermeld. Vervolgens worden begrippen als herkomst en bloedverwantschap kort toegelicht. Dat leidt alweer tot spraakverwarring wanneer Vos, die zich aan een stuk glas gesneden heeft, ‘bloedverband’ verstaat. Wat volgt, is een oppervlakkige uitleg, gerelateerd aan de verwantschap tussen de dieren onderling.
 
Blijft O ma! O pa! inhoudelijk onder de verwachtingen, dan stelt Vanden Heede ook stilistisch teleur. Tot meer dan het inspiratieloos aan elkaar rijgen van eenvoudige zinnetjes komt de auteur niet. Sporadisch worden woorden in een iets groter lettertype gedrukt. De bedoeling hiervan blijft onduidelijk, aangezien noch moeilijke woorden, noch voor het verhaal belangrijke termen meer nadruk krijgen. De humoristische intermezzo’s en gevatte woordspelingen die we kennen uit andere boeken in de Vos-en-Haas-reeks krijgen ditmaal geen navolging. In plaats van ‘ouders’ spreekt Uil liever over ‘pa en ma’, want zij zijn immers niet ‘oud’.
 
Nog een dooddoener bij de introductie van de stamboom: ‘Uil weet niet wat dat is. Elke boom heeft toch een stam?’ De dierenfiguren overtuigen nergens als unieke personages; Vanden Heede herleidt hen tot typetjes met enkele opvallende karaktertrekken, zoals de praktisch ingestelde Haas, de flauwe, dommige Uil en de immer hongerige, spotzieke Vos. Enkel in de kleurrijke illustraties van Thé Tjong-Khing overtuigen de dieren in hun uniciteit en krijgen ze een eigen expressie. Zijn humoristische, vaak dynamische prenten beginnen meermaals waar de magere tekst stopt.
 
Leren lezen betekent behalve de kennismaking met de wondere wereld van letters en woorden vooral ook leesplezier ontwikkelen. Dit deeltje in de Vos-en-Haas-verhalen kan echter aan die verwachtingen in niet voldoen. Vanden Heedes inspiratie is blijkbaar zoek. Dat ze met een beperkte woordenschat wel degelijk boeiende verhalen kan vertellen waar het vertelplezier vanaf spat, bewijzen verschillende boeken uit de uitgebreide reeks over Vos en Haas  
 
Tielt : Lannoo 2016, 30 p. ISBN 9789401435673 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 5, MEI 2020

De lus

Martha Heesen

In galop het duister in

Baltasar Porcel

Jaag je ploeg over de botten van de doden

Olga Tokarczuk

Melancholie II

Jon Fosse

Verdwijnpunt

Wytske Versteeg

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 5, MEI 2020

De fantastische vliegwedstrijd

Tjibbe Veldkamp, Sebastiaan Van Doninck (ill.)

De verhuisdieren

Pieter van den Heuvel

Doe die deur dicht

Koen Van Biesen

Dokter Vos

Daan Remmerts de Vries

Waar mijn vrienden wonen

Cláudio Thebas, Violeta Lópiz (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri