Peuters en kleuters

JEUGDBOEKEN NR. 4, APRIL 2020

Ed Franck, Thé Tjong-Khing (ill.): Panda en Eekhoorn

door Jan Van Coillie

4+ - Kan een eekhoorn bevriend zijn met een panda? Natuurlijk kan dat in een kinderboek. En net als bij mensen is het niet altijd koek en ei tussen de twee vrienden. Na een ruzie barricadeert Panda zelfs de toegang tot zijn hol met een bamboeschutting. Maar eekhoorn zou geen echte vriend zijn als hij niet beetje bij beetje de schutting zou doorbreken, letterlijk en figuurlijk.  
 
Elk van de zes verhalen in de bundel laat op een andere manier zien én voelen wat vriendschap inhoudt. Eekhoorn wil voor Panda zelfs de maan uit de hemel plukken. Dat lukt natuurlijk niet, maar ze ontdekken samen wel iets veel mooiers. Als Panda op een dag luidkeels brult dat hij niet gestoord wil worden, stuurt hij alle dieren weg die komen vragen wat er scheelt. Tot eekhoorn komt, die het gedrag van Panda in een ander licht stelt dat hun vriendschap nog eens extra doet oplichten.  
 
Mooi is ook dat de verhalen nooit voorspelbaar zijn. Als de twee vrienden samen op reis vertrekken, nodigen ze de slak uit om mee te gaan. Die confronteert hen met traagheid en hoe die tijd laat om na te denken, al wordt die tijd gerelativeerd door de verschillende houding van de twee vrienden. Vriendschap betekent ook zorg dragen en kunnen loslaten. Dat ervaren ze wanneer ze samen een achtergelaten eendenkuiken grootbrengen. Meteen ervaren ze ook hoe dat loslaten gepaard gaat met verdriet.
 
Het laatste verhaal is het grappigste. Panda wil verstoppertje spelen met Wolf of Berggeit of Hert ‘of een ander groot dier’. Die toevoeging zet je aan het denken over winnen en verliezen, en eerlijk spelen. Die gedachten worden versterkt als Eekhoorn erbij komt. Het blijkt niet eenvoudig om iets te vinden dat ze samen kunnen spelen zodat het spel fair verloop voor allebei. Ze raken er niet uit, maar net dat zet het belang van samen nadenken in de verf. De verbeelding wint het van de realiteit en ook dat motief loopt als een rode draad door de verhalen.
 
Ed Franck vertelt de verhalen in heel eenvoudige bewoordingen en korte zinnen. Die worden bovendien geschikt als poëzie met regels van maximaal tien woorden. Het aandeel van de dialogen is groot, waardoor de verhalen zich extra goed laten voorlezen. Ook gevoelens verwoordt Franck sober, maar net daardoor komen ze zuiverder tot hun recht. Hoe dat werkt wordt duidelijk uit volgend fragment:
 
‘”Ik heb een raar gevoel vanbinnen,
maar ik vind er geen woord voor”,
zucht Panda heel stil.
“Verdriet?” fluistert Eekhoorn.
“Is dat het woord dat je zoekt?”
Panda knikt.
“Jij begrijpt me, Eekhoorn”, zegt hij.’
 
Op de omslagillustratie zie je Panda en Eekhoorn op een maanverlichte, witte rots liggen, met boven zich de volle maan en onder zich een geheimzinnig, ongerept bos. Sprookjesachtiger kan haast niet, het is een Thé Tjong Khing pur sang. In het boek ligt de nadruk heel terecht op de twee hoofdfiguren en hun onderlinge relatie: zo spat de boosheid van de bladzijde wanneer de twee vrienden met opengesperde mond en wijzende vinger tegenover elkaar staan en op de slotprentnzie je meteen het v erschil tussen de speelse eekhoorn en de bedachtzame Panda.  

Panda en Eekhoorn
is luxueus uitgegeven op prentenboekformaat. Wel is elk verhaal uiteindelijk maar van enkele prenten voorzien en er is minder wisselwerking tussen tekst en illustraties dan in de meeste prentenboeken. Voor een verhalenbundel zijn zes verhalen dan weer weinig, waardoor het boek moeilijk kan concurreren met bijvoorbeeld de bundels dierenverhalen van Toon Tellegen, waar de teksten op zichzelf wel een mooi, lichtvoetig alternatief voor bieden.
 
Ed Franck, Thé Tjong-Khing: Panda en Eekhoorn, Davidsfonds/Infodok, Leuven 2020, 51 p. : ill. ISBN 9789002268717. Distributie Standaard Uitgeverij 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2020

Brieven in de nacht

Hoda Barakat

De onvolmaakten

Ewoud Kieft

De poort

Natsume Sōseki

Het verschroeide land

Emiliano Monge

Ieder zijn eigen meer

Nenad Joldeski

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2020

Dick Bruna

Bruce Ingman, Ramona Reihill

Het boek van Jongen

Catherine Gilbert Murdock, Ian Schoenherr (ill.)

Ik heet Reinier en ons huis is afgebrand

Joke van Leeuwen

Offerkind

Rob Ruggenberg

Vogel Vliegop

Julia Donaldson, Catherine Rayner (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri