Adolescenten

JEUGDBOEKEN NR. 7, DECEMBER 2015

Emiel de Wild: Wie ik ben

door Lien Devos

14 + - Jelmer is dood. De wijverige jongen met de eeuwige capuchon heeft zichzelf opgehangen in de garage. Jeroen hoort het nieuws van de klassenleraar en paniek neemt over. Wat volgt zijn vijf dagen waarin Jeroen er alles aan doet om zichzelf ervan te overtuigen dat Jelmers dood niet zijn schuld is. En dat is helaas (minstens deels) niet waar: Jeroen en zijn vrienden Rico en Willem (de vechtersbaas en de sportieveling) pestten Jelmer al een hele tijd, iets wat moest uitmonden in een haatwebsite. Het drietal maakte filmpjes van hun geterg, dat Jeroen verantwoordt als pogingen om Jelmer duidelijk te maken ‘dat hij normaal moest doen’.

Emiel de Wild gunt ons een overtuigende blik in de psyche van een veertienjarige jongen, die vereerd is dat de gewelddadige en stoere Rico zijn vriend zou willen zijn. Jeroen koopt Rico’s vriendschap door Jelmers geheim te onthullen: Jelmer is gek op paarden. Willem en Jeroen laten zich inpakken door Rico, die intimiderend is en hen plots een coole reputatie bezorgt. Vanzelfsprekend blijkt Rico later zo slim geweest te zijn zich nooit te vertonen op de filmpjes die ze maken. Hoe het trio met elkaar omgaat, hoe ze praten en hoe hun schijnbare vriendschap ontaardt in bedreigingen: het doet allemaal akelig realistisch aan. 
Vijf dagen lang volgen we Jeroens worsteling met zijn geweten, en gelukkig is dat gevecht op het einde van het boek nog niet beslecht. Innerlijke monologen over hoe Jelmer zélf zijn dood koos en de pesterijen bijna verdiende wisselen af met korte vlagen waarin Jeroens schuld zich jankend of kotsend een weg naar boven werkt. In de loop van het verhaal zien we hoe hij hopeloos op zoek is naar iemand die hem bevestigt in wat hij weet: dat hij wel degelijk Jelmers zelfgekozen dood mee veroorzaakt heeft. Jeroen vraagt, impliciet dan wel expliciet, aan zijn omgeving om hem te straffen, iets wat hem ontkend wordt, omdat zijn moeder, leraar en klasgenote de waarheid niet kennen. Wanneer hij, haast gewurgd door zijn schuldgevoel, alles opbiecht aan zijn vader, krijgt hij geen erkenning van zijn schuld. ‘Het bewijst niks, natuurlijk. Je weet niet waarom die jongen het heeft gedaan.’ In een beklemmende scène beslist zijn vader dat Jeroen niet gedaan heeft wat hij deed zolang hij het niet uitspreekt:
 
‘Eerlijk zijn is belangrijk, maar denken aan je toekomst is ook belangrijk. […] Zijn er dingen gebeurd die strafbaar zijn?’ Ik krijg het benauwd. Mijn handen tintelen. ‘Jeroen?’ zegt mijn vader. En dan nog een keer: ‘Jeroen?’ Ik wil het zeggen, maar kan het niet. Mijn vader wéét wat ik bedoel. Maar hij wil het niet horen. ‘Nee,’ zeg ik. […] ‘Er is niks strafbaars gebeurd.’ ‘Gelukkig,’ zegt mijn vader. Ik bijt mijn kaken op elkaar. ‘Ik wist dat jij zoiets nooit zou doen. Zo ben jij niet.’
 
Jeroen moet verder met zijn leven, zonder absolutie, zonder erkenning van zijn schuldgevoel. Zo’n open einde vergt enig lef, want het laat de lezer achter met een ongemakkelijk gevoel. Wie ik ben is een sterk boek, met hier en daar iets wat ruikt naar clichés (de harteloze rijke vader, de pestkop uit een arm milieu die door zijn broer zelf wordt uitgescholden voor homo), maar de treffende beschrijving van een kind dat de gevolgen van zijn daden niet kan overzien maakt het zeker de moeite waard.

Amsterdam : Leopold 2015, 168 p. : ill. ISBN 9789025865764 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2019

De grote verkilling

Geert van Istendael

Kamers antikamers

Niña Weijers

Verlaten

Jane Harper

Verwondering

Aharon Appelfeld

Winterlaken

Micha Andriessen

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2019

Adres onbekend

Susin Nielsen

Mag je haaien aaien?

Katrijn De wit, Inge Rylant (ill.), Laura Bergans (design)

Niet te stoppen

Angie Thomas

Ploef

Espen Dekko, Mari Kanstad Johnsen (ill.)

Zo slapen dieren

Jiří Dvořák, Marie Štumpfová (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri