Peuters en kleuters

JEUGDBOEKEN NR. 6, APRIL 2016

Kristien Hemmerechts, An Candaele (ill.): Ik ben KameLeon

door Ine Muys

3+ - ‘Kristien Hemmerechts, schrijft die ook boeken voor kinderen?’ was het eerste dat ik te horen kreeg toen ik thuis over het prentenboekendebuut van de gerenommeerde veelschrijfster vertelde. Toegegeven, Hemmerechts’ complexe thematieken en essayerende schrijfstijl roepen niet meteen kinderliteraire associaties op. Nochtans gaat ze voor Ik ben KameLeon —het eerste boekje in de reeks ‘Kameleon en zijn vrienden’ — een samenwerking aan met An Candaele, een illustratrice die bekendstaat om haar feestelijke kleurgebruik en levendige dierenfiguren uit onder meer Slaap lekker, Rosalie! en het recente  Ik wil  naar verder.  
De fleurige cover nodigt uit tot een kennismaking met een op het eerste gezicht gezellige schoolbende. Alle ogen zijn gericht op KameLeon, het eigenzinnige groentje van de groep. Wanneer hij met de tong uit de bek de klas komt binnengestormd, krijgt hij meteen de volle laag van een piepende Muis en ook Kikker drukt hem met de neus op de feiten: ‘Je bent te laat’. Ondanks de troostende woorden van OliFant neemt KameLeon met een beteuterd gezicht plaats in de kring. De bedrukte sfeer maakt al snel plaats voor totale verbazing: de groene KameLeon heeft plots de blauwe kleur van zijn krukje aangenomen. Na wat gepalaver over lievelingskleuren valt het verdict: ‘Hier op school is jouw kleur blauw.’
 
Ik ben KameLeon bouwt voort op de traditie van schoolboekjes voor kleuters, waarin er regelmatig met thema’s als anders zijn en kleurherkenning wordt gespeeld. Ook hier wordt de veilige thuishaven ingeruild voor het spannende klasgebeuren, een verschuiving die op de eerste twee pagina’s treffend wordt voorgesteld. KameLeon zegt de vlinders vaarwel en geeft daarmee ook een stukje van zijn speelse vrijheid op. Toch is het van in het begin duidelijk dat de mondige kleuter niet op zijn kop zal laten zitten. Deze tegendraadsheid is hoofdzakelijk te wijten aan zijn aparte verschijning. Behalve een slissende tong heeft hij het vermogen om razendsnel van kleur te veranderen. Een eigenschap waarop zijn klasgenootjes aanvankelijk neerkijken (de neerbuigende houding van GiRaf springt hierbij in het oog), maar die ook om nader onderzoek vraagt (het vergrootglas —van opnieuw GiRaf
benadrukt tegelijkertijd nieuwsgierigheid).

In eerste instantie is KameLeon door deze hevige reacties uit het veld geslagen. Met tranen in de ogen geeft hij toe dat hij zijn blauwe kruk en beker maar niets vindt: ‘Ik ben een kameleon’, zegt KameLeon. ‘KameLeons moeten af en toe veranderen van kleur’. Deze aandoenlijke titelzin is (zo vermeldt De Eenhoorn op haar website) ontleend aan een achteloze opmerking van een van Hemmerechts studenten: ‘Een kameleon kiest ook niet welke kleur hij is.’ De hoedanigheid van dit wezentje zou de schrijfster ertoe geïnspireerd hebben een prentenboekenreeks te beginnen, in de eerste plaats voor haar eigen kleinkinderen. Hoewel de dieren het groentje uiteindelijk in hun midden verwelkomen, is er ook een materialistische keerzijde aan dit happy end verbonden. Want het is pas nadat KameLeon onder het K3-motto ‘Alle kleuren van de regenboog’ een stoelendans heeft uitgevoerd dat de klasgenootjes hem in hun hart sluiten. Dankzij hem zullen ze allemaal schitteren op het schoolfeest.
 
Hemmerechts bedacht voor haar eerste prentenboek korte, herkenbare zinnetjes. Zo speelt ze in op de (spraak)eigenschappen van elk dier. De muis zegt niet, maar piept, de kameleon slist, de olifant trompettert enzovoorts. Het verhaal leent zich relatief goed tot voorlezen, ook al bekken sommige zinnen wat moeilijker. De dierennamen —zoals KameLeon en OliFant— springen wel in het oog, maar veroorzaken een onaangename hapering tijdens het lezen. Veel bijzonders valt er voor de rest niet te melden over Hemmerechts’ uitwerking van een op zich al weinig originele plot. Candaeles illustraties tillen het geheel naar een hoger niveau, maar missen de kracht van de dynamische spreads uit Ik wil naar verder. De gezichtjes van de dieren spreken boekdelen en ook een komische noot is aanwezig (OliFant viert feest met de toeter in de slurf), maar de potloodtekeningen vallen wat fletser uit.  
 
Wel is het prentenboek mooi vormgegeven. De cover spreekt meteen aan en op elke spread zorgt een uitroep in opvallende, vetgedrukte letters voor dynamiek. Een pluim dus voor Dries Desseyn van Studio Oranje die (ook aan de hand van de oranje schutbladen) zijn stempel op het prentenboek weet te drukken. Met Ik ben KameLeon voeren Hemmerechts en Candaele een weliswaar herkenbaar, maar weinig innovatief schoolverhaaltje op. Benieuwd of ze in een volgend deel verrassendere belevenissen voor de jonge prins der metamorfose in petto hebben.

Wielsbeke : De Eenhoorn 2016, [32] p. : ill. ISBN 9789462911178 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2020

De hemel boven Lima

Juan Gómez Bárcena

Fantastische nacht en andere verhalen

Stefan Zweig

Houthakken

Thomas Bernhard

Toch. Nagelaten werk

Armando

Waagstukken

Charlotte Van den Broek

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 1, JANUARI 2020

ABZzz... Een slaapverwekkend alfabet

Isabel Minhós Martins, Yara Kono (ill.)

Aladdin

Sjoerd Kuyper (bew.), Sylvia Weve e.a. (ill.)

Het vuur in mij

Erin Stewart

Meisjes en kunst. De 50 meest vernieuwende vrouwelijke kunstenaars wereldwijd

Rachel Ignotofsky

Niemand ziet het

Dolf Verroen, Charlotte Dematons (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri