Peuters en kleuters

JEUGDBOEKEN NR. 12, NOVEMBER 2016

Klaas Verplancke: De appel van Magritte

door Frauke Pauwels

 4+ - Vreemd, dat het prentenboek De appel van Magritte een sticker draagt met de vermelding ‘Een bijzonder prentenboek over kunst en surrealisme’. De cover van het boek ademt immers ook zo de inhoud. Schilderijlijsten met allusies op Magrittes werk zijn zo geordend dat ze de vorm aannemen van een man die, arm uit de kader, aan een ander werk schildert, waarbij een groene appel een bolhoed vormt. Beknopter kan je surrealisme bijna niet schetsen, en met de iconische pijp, appel en bolhoed is ook de referentie aan de schilder Magritte duidelijk.
 
Dit spel met lagen en verwijzingen naar werk en werkelijkheid vormt ook de rode draad doorheen het boek. Zoals wel vaker in prentenboeken die worden opgebouwd rond een kunstenaarsoeuvre, volgen we het personage René, ‘een schilder die niet kan schilderen. Hij weet wel hoe het moet, hij weet alleen niet wat’. Eerder dus dan aan de slag te gaan met de beeldtaal van Magritte en daar een eigen verhaal mee te creëren, zoals bijvoorbeeld Thé Tjong-Khing deed met de beeldtaal van Hieronymus Bosch in Bosch. Het vreemde verhaal van Jeroen, zijn pet, zijn rugzak en de bal…, stelt Klaas Verplancke de kunst als kunst centraal. Hij probeert de ontstaansgeschiedenis van Magrittes oeuvre te vatten en vorm te geven aan de stroming ‘surrealisme’. Door de manier waarop Verplancke werkelijkheid, droom en weergave door mekaar laat vloeien, is hij daarin ook goed geslaagd. De appel van Magritte leunt zo een pak dichter aan bij het informatieve genre dan Meneer René van Leo Timmers (2010), een prentenboek dat weliswaar ook duidelijk aan het werk van Magritte alludeerde, maar toch op de eerste plaats een fantasieverhaal was over kunst en liefde.
 
Klaas Verplancke maakte het boek in opdracht van het Museum of Modern Art, New York. De keuze voor deze illustrator is allicht geen toeval – en pakt uitstekend uit. Er is immers niet alleen de gedeelde Belgische context, waaraan de schutbladen mooi refereren. Verplancke geniet ook internationaal bekendheid en illustreerde onder meer voor The New York Times. Daarnaast toonde hij in werk zoals Appelmoes hoe hij de schemerzone tussen droom en werkelijkheid betekenisvol weet te bespelen.
 
Ook in De appel van Magritte doet hij dat overtuigend, al is de indringende emotionele laag van een boek als Appelmoes hier afwezig. De nadruk ligt op de vertaling van een idee, en de stapsgewijze opbouw met uiterst summiere tekst laat ook jonge lezers toe moeiteloos mee te gaan in dit associatieve denken. Zo opent het boek herkenbaar met een figuur die niet kan slapen, en even verderop voor zijn schildersezel in slaap valt, om in zijn droom aan het schilderen te gaan. Verplancke maakt handig gebruik van de mogelijkheden van het prentenboek, door een sequentie van kleinere prenten op te nemen, of door de overgang tussen de bladzijden bewust uit te spelen: ‘Hij schildert / … een schilder die een appel schildert’. Zodra het associëren is gestart, gaat Verplancke daarop verder om steeds dichter bij het eigenlijke werk van Magritte te komen.
 
De pagina’s achterin met de vraag elementen uit de afgebeelde, oorspronkelijke, schilderijen terug te vinden in het boek, is dan ook beperkend. Verplancke speelt met veel meer elementen dan die uit de gereproduceerde schilderijen. Spijtig, al is die keuze wellicht ingegeven door de collectie van het Museum of Modern Art of door de beschikbaarheid van reproductierechten. Het zou mooi zijn als dit element lezers uitnodigt andere bronnen te raadplegen en de rest van het oeuvre te ontdekken. Ook de bladzijden daarna zijn een gemiste kans. Leven en werk van Magritte worden er kort geschetst, maar in een taalgebruik dat niet op dezelfde leeftijdsgroep is gericht als de rest van het boek. Het zal aan de begeleidende lezer zijn om die informatie desgewenst te vertalen voor het jongere kind. Geen gemakkelijke opdracht – al heeft Verplancke met het boek een knappe eerste stap gezet.
 
Tielt : Lannoo 2016, [40] p. : ill. ISBN 9789401439268
 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 2, FEBRUARI 2020

Buiten beeld

Jurriaan van Eerten

De allegorische microfictie van Cynan Jones

Het landschap als een spiegel

De schrijver is een alleenstaande moeder

Hagar Peeters

Schelmen van het Oude Hof

Mateui I. Caragiale

Zon

Peter Verhelst

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 2, FEBRUARI 2020

De koudste winter

Tine Mortier, Alain Verster (ill.)

De man met de zeegroene ogen

Koos Meinderts, Sanne te Loo (ill.)

dier boek. ik lees van aas gier tot zee draak

Coco & June

Het beest met de kracht van tien paarden

Lida Dijkstra, Djenné Fila (ill.)

Stel dat...

Alastair Reid, JooHee Yoon (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri