Peuters en kleuters

JEUGDBOEKEN NR. 1, JANUARI 2017

Ted van Lieshout, Ingrid en Dieter Schubert (ill.): Ventje zoekt een vriendje

door Henk Van Viegen

3+ - Je moet het maar durven, zo’n woord als ventje in de titel. Het allitereert natuurlijk wel lekker met vriendje, maar ademt ook ouderwetsheid uit. Van Lieshout doet dit soort dingen rustig, vertrouwend op zijn naam wellicht. Zet er ook nog de gerenommeerde Schuberts naast, en je bent er gerust op dat hier (toch) iets goeds gaat gebeuren.   
Ventje heeft niet echt een vriendje. Na een te kleine (slak) en een vastzittende (beeld van Degas) kandidaat komt hij thuis met een heuse reus. Moeder vindt het maar niks, hij moet van haar de deur uit. Ventje probeert hem toch stiekem te houden. Dan blijkt reus al een vriend te hebben, Ventje moet afscheid nemen. Natuurlijk vindt hij wel een vriendje, zelfs meer dan één…
 
Zo’n verhaaltje spreekt in allerlei opzichten aan. We hebben een zoektocht, het kind leert zijn/haar kennis over groot en klein aan te scherpen, er zijn het stout zijn en het conflictje met de autoriteit. De kleine held is een stoer mannetje met vanzelfsprekende durf en ondeugendheid.
 
De rijmpjes van Van Lieshout zijn niet heel sterk, op een paar na. We krijgen bij voorbeeld het gemakkelijke en al door anderen gebruikte ‘lieve vriendje kwijt / ik mis hem al een hele tijd’. Maar heel erg is dat waarschijnlijk niet voor de kleine lezers. Het verhaal zit goed in elkaar, Van Lieshout keet graag een beetje en de tekenaars volgen hem, zoals op een pagina met allerlei verstopmogelijkheden. Ook een reus die zich vermomt als grasmat, is geen enkel probleem.
 
Maar de Schuberts kiezen er op een paar plaatsen ook voor hun eigen verhaal te vertellen. Zoals gebruikelijk overheerst bij hen het verhalend realisme met hier en daar een twist. Hier verrassen ze wel een paar keer, bijvoorbeeld met een intrigerende, interculturele skyline op de bovenste helft van een dubbelpagina. Graag maken ze knipoogjes naar de kunstgeschiedenis. Met een, door hen eerder toegepast, personage tussen de bomen en een prent waarop Ventje te midden van bekende beelden een bloem aanbiedt aan het meisje van Degas; achter hem een Tinguely en een Niki de Saint Phalle. De olifant daar weer achter is kennelijk zo belangrijk dat hij ook op de titelpagina mag.
 
Als vormgever is Van Lieshout op dreef, met onder andere fraaie, rustige schutbladen, in het grijswit van de trui van de reus. Een goede keus, zo wedijveren ze niet met de kleuren van de speciaal gemaakte illustratie van het integraalomslag (een slimme variant op een tekening in het boek): gele letters, die van de titel groter dan die van de makers, die van vriendje groter dan van Ventje, met twee woorden in het oranje van de haren van de reus. Ventje kijkt je aan en steelt meteen je hart.
 
Rotterdam: Lemniscaat 2016, [32] p. ill. ISBN 9789047707400 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2020

De hemel boven Lima

Juan Gómez Bárcena

Fantastische nacht en andere verhalen

Stefan Zweig

Houthakken

Thomas Bernhard

Toch. Nagelaten werk

Armando

Waagstukken

Charlotte Van den Broek

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 1, JANUARI 2020

ABZzz... Een slaapverwekkend alfabet

Isabel Minhós Martins, Yara Kono (ill.)

Aladdin

Sjoerd Kuyper (bew.), Sylvia Weve e.a. (ill.)

Het vuur in mij

Erin Stewart

Meisjes en kunst. De 50 meest vernieuwende vrouwelijke kunstenaars wereldwijd

Rachel Ignotofsky

Niemand ziet het

Dolf Verroen, Charlotte Dematons (ill.)

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri