Vanaf negen jaar

JEUGDBOEKEN NR. 11, DECEMBER 2017

Bettie Elias: De lege schommel

door Jürgen Peeters

9+ - Al vanaf haar allereerste jeugdboeken neemt Bettie Elias actuele, maatschappelijk-sociale gerelateerde thema’s als uitgangspunt, zoals kindermishandeling in De meester is een schat (1994), racisme in Thuis eten we apentaart (1993) en recentelijk nog Jodenvervolging in Jongen zonder naam (2015). De ondertitel van De lege schommel onderstreept opnieuw de actualiteitswaarde van het boek, ‘het verhaal van Azmi, een vluchtelingenkind’.
 
Het eerste deel begint sterk in medias res: vluchteling Azmi bevindt zich met zijn ouders en zusje Rasha in een klein rubberen bootje op de Middellandse Zee. Het vormt het voorlopige eindpunt van hun wanhopige vlucht uit een verwoest Aleppo richting Europa en biedt een aanknopingspunt voor het vervolgverhaal, waarin Elias onder andere focust op de reddingsactie op volle zee, de opvang in Italië en het indienen van de asielaanvraag. Vooral dat laatste aspect wordt grondig uitgelegd en voor jongere kinderen begrijpelijk gemaakt. Authenticiteit bereikt Elias er echter niet mee; vanuit haar rol als volwassen auteur biedt ze inzichten waaraan het een elfjarig kind ontbreekt:
 
‘Misschien weten de Italianen gewoon niet wat ze met zoveel vluchtelingen moeten aanvangen, denkt Azmi. En daarom sluiten ze ons maar op. Dan kan er alvast niets fout lopen.’

In het tweede deel van de roman bevindt Azmi’s familie zich in Brussels opvangcentrum. Opnieuw stoort het uitleggerig toontje van de auteur, die de leefomstandigheden probeert te kaderen:
 
‘Maar de burgemeester had voet bij stuk gehouden, omdat hij moest. De minister had het zo beslist, iedereen moest zijn steentje bijdragen om de duizenden vluchtelingen op te vangen. Maar niet elke gemeente werd verplicht.’
 
Niet enkel de kinderlijke verteltrant werkt bevreemdend, dergelijke bedenkingen staan sowieso te ver van Azmi’s dagelijkse realiteit af. De pedagogische intenties van Elias reiken in dit tweede deel te ver; ofwel biedt de auteur soortgelijke belerende passages, ofwel wijdt ze lange beschrijvingen aan Azmi’s gevoelens van ontworteld zijn. Er zijn de gratuite pesterijen op school en racistische opmerkingen van onwetende volwassenen, maar daar plaatst Elias vanzelfsprekend de vriendelijke klasgenoten en behulpzame begeleiders tegenover. En in nauwelijks enkele gesprekken met psychologe Miriam kan Azmi een onverwerkt jeugdtrauma met bijhorend schuldgevoel ook weer plaatsen. Dat is absoluut te veel voor een verhaaltje van nauwelijks 170 bladzijden, dat daarmee alle geloofwaardigheid en vooral authenticiteit verliest.
 
Nochtans weet Elias via enkele treffend uitgewerkte scènes uit Azmi’s kindertijd in een belegerd Syrië de oorlogsgruwel en de daaropvolgend vluchtpoging dichterbij te brengen. De angst van Azmi en zijn familie wanneer ze in een klein rubberbootje ronddobberen, de meedogenloze houding van de mensensmokkelaars, bij gebrek aan beter beschimmeld brood moeten eten. Daartegenover staan echter ook passages die ieder inlevingsvermogen ontberen, zoals de verdrinkingsdood van enkele vluchtelingen of herinneringen aan gruwelijke bombardementen op Aleppo. Elias integreert ze haast als faits divers, in nauwelijks enkele losstaande zinnen gevat.
 
De personele verteller zit Azmi weliswaar dicht op de huid, maar Elias vindt niet het geijkte register om zijn besognes effectief op de lezer over te brengen. Azmi evolueert nergens tot round character; zijn ervaringen, gevoelens en gedachten zijn te makkelijk inwisselbaar, hadden eender welk Syrisch kind kunnen overkomen. In een louter beschrijvende stijl biedt Elias een objectief verslag van Azmi’s vluchtpoging en z’n gewennen aan de nieuwe omgeving. Dat levert echter nog geen invoelbaar portret van een ontheemd kind op.
 
Stilistisch is het, zoals wel vaker in Elias’ werk, eenvoud troef. De auteur bedient zich van louter descriptieve zinnetjes, zodat een verhaaltje ontstaat dat makkelijk wegleest, maar niet beklijft. Tal van stilistische uitschuivers ontsieren De lege schommel: ‘Vol verwachting staat iedereen te wachten’, ‘Het instappen in het donker gebeurt met geharrewar.’, ‘Zijn maag kronkelt niet meer van de honger’. Het grote lettertype in bold bevordert de leesbaarheid evenmin. Het maakt De lege schommel tot een verhaaltje vol goede bedoelingen, maar dat door een gebrek aan authenticiteit en inlevingsvermogen finaal ten onder gaat.
 
Bettie Elias: De lege schommel, Davidsfonds/Infodok, Leuven 2017, 174 p. ISBN 9789059088733. Distributie: WPG Uitgevers


deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri