Peuters en kleuters

JEUGDBOEKEN NR. 2, FEBRUARI 2018

Anna Vercammen, Sabien Clement (ill.): Bettie & Harrie in 13 ongelukjes (die niemand zag aankomen)

door Jan Van Coillie

5+ - Je zou ze een hedendaagse versie kunnen noemen van Jip en Janneke (Annie M.G. Schmidt) of Hannes en Kaatje (Miep Diekmann). Bettie en Harrie zijn grote zus en kleine broer. Ze wonen in een huis in Bengelbrugge. De fictieve naam van de gemeente is veelzeggend, want bengels zijn het zonder twijfel. Meestal op initiatief van Bettie spoken ze allerlei kattenkwaad uit, meestal met Harrie als slachtoffer: hij valt van de trap, smakt tegen de ruit, krijgt een bloedneus en wordt gestoken door een bij. Zoals alle peuters en kleuters zijn ze gefascineerd door ontlasting. Harries pipistraal wordt in zijn droom een regenboog, ze houden een protjesconcert en Bettie krijgt een kwak vogelkak op haar hoofd.
 
Vooral de verhaaltjes waarin hun verbeelding op hol slaat, blijven bij. Van andere teksten is de inhoud mager of zakt het slot in elkaar. De slotzin ‘Harrie schreeuwde met superveel gevoel’ is flauw als afsluiter van een spel waarbij hij zijn pink breekt die zo krom staat ‘als de hals van een stervende zwaan’. De vergelijking is bovendien gezocht. Ook geforceerd is de scène waarin Bettie zich met stoel en al achterover laat vallen omdat ze net als Harrie ‘sterretjes wil zien’. Soms loopt ook de humor te veel uit de hand en wordt het verhaal ongeloofwaardig, bv. bij het protjesconcert in bad, waarbij er plots een drol bovendrijft, waarop Harrie het bad uit springt, op zijn achterste valt en daardoor een scheet laat waardoor hij ‘als een opwindautootje’ over de vloer glijdt en zo de trap af dondert. Wat hij daarbij breekt, komen we niet te weten, alleen dat Bettie nog een heel stil protje laat, ‘dat ontzettend hard stonk’.  
 
In geen van de verhalen is er trouwens sprake van ouders, wat wel gemakkelijk is, maar tegelijk het onrealistische versterkt. De chaos waar de twee kinderen telkens weer voor zorgen, doet denken aan de streken van De kleine Nicolaas van Sempé en Goscinny, maar deze verhaaltjes hebben bij lange na niet de spitsvondigheid van die klassieker.
 
Positief is wel dat de twee kinderen duidelijk een eigen karakter krijgen. Bettie is bazig, ondernemend en heeft een wilde fantasie. Harrie kijkt op naar zijn grote zus en gaat heel graag mee in de spelletjes die ze bedenkt. Allebei spelen ze ook veel met woorden, waarbij ze nieuwe woorden verzinnen als ‘preklala’ of ‘flopperzwier’. Die speelse taal en de levendige dialogen maken de verhaaltjes prettig om voor te lezen.
 
De meeste speelsheid steekt echter in de illustraties van Sabien Clément. Niet alleen spat het enthousiasme van de twee kleuters van de paginagrote prenten bij elk hoofdstuk, maar ook haar kleine schetsjes tussendoor zorgen voor extra lucht en luchtigheid in de tekst. Lijn voering en kleurengebruik zijn sober maar efficiënt.  
 
Anna Vercammen, Sabien Clement (ill.), Bettie & Harrie in 13 ongelukjes (die niemand zag aankomen), De Eenhoorn, Wielsbeke 2017, 83 p. ISBN 9789462912588

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri