Adolescenten

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2018

Laure Van den Broeck: Dansen in Diep Water. Overleven doe je niet alleen

door Henk Van Viegen

14+ - ‘Hoezo, met meisjes?’ heet het voorwoord van Laure Van den Broeck, dat ook integraal te lezen is op haar site. Hierin deelt ze meteen mee dat het verhaal dat volgt een antwoord is op Lord of the Flies (1954, vertaald als Heer van de vliegen (Veen klassiek, 2017) van William Golding). Een inktzwart boek over overleven op een onbewoond eiland, met uitsluitend mannelijke personages, dat bol staat van geweld en barbaarsheid. Geestig merkt Van den Broeck op dat meisjes overleven op een eiland altijd (ook) wel eens wilden proberen, ze verklapt ook iets van een mogelijk slot: hoopvol.
 
Het is niet al te moeilijk Lord of the Flies terug te vinden in verhaallijn en personages. Net als daar staan twee leiderstypen tegenover elkaar. De een lijkt duidelijk sympathieker en krijgt de leiding (hier Rafa, daar Ralph), maar de ander is meteen bijna even machtig,  January (daar Jack) met ook hier een gemene secondant, Olga (daar Roger). In beide boeken vind je het belang van het maken en brandend houden van vuur (om de aandacht te trekken van schepen en vliegtuigen) en het bouwen van een hut op het strand. Ook denken sommigen dat er een beest of een enge man ergens op het eiland huist. Het begin van beide boeken heeft ook sterke overeenkomsten. Twee figuren ontmoeten elkaar: een mooi, snel meisje, Rafa, en een dikkertje met een bril en astma, Bess (gespiegeld aan  Piggy in Lord of the Flies. De brillen van Bess en Piggy worden beide ingezet om vuur te maken en zijn beide op een gegeven moment weg).  
 
De twee meiden, Bess is de ik-figuur, hebben een vliegtuigcrash overleefd en zijn kennelijk op een eiland beland. Net als ze een vluchthut ontdekt hebben, komt er een groep meisjes aan, zo te zien aangevoerd door een mooi en sterk type, January. De anderen zijn het punkmeisje Justine, haar vriendin Marlene , de stille, graatmagere tweeling Vera en Venetia, de angstige Kimmy, het sportieve survivalmeisje Sally, en de christelijk geïnspireerde Sue. En Olga dus, die veel ellende zal veroorzaken.  
 
Rafa krijgt de leiding, maar de lezer ziet al dat die heel broos is en zomaar overgenomen kan worden door January, die al spreekt over ‘mijn  troepen’. Rafa wil snel een goed vuur hebben, Sally vooral een hut voor de nacht, want de vluchthut is ontoereikend,  January ziet echter veel fun in het verschiet. Zij meent dat ze als groep zoveel mogelijk moeten gaan genieten van de kans die hun geboden wordt om een poosje paradijselijk te leven. Gratis detoxen, je met kokosmelk reinigen en met modderbaden. En ook: stel dat ze straks gevonden worden, dan moeten ze er toch een beetje toonbaar uitzien voor de hele wereld, en niet als een stelletje haveloze losers?
 
Bovendien zijn zij en haar groepje dansers! En die zijn anders, vandaar later ook de nauwelijks emotionele reactie van January op de dood van een van haar groepje. ‘Als je doodgaat, dan ben je even een lege lichtcirkel op het podium, maar dan komt je personage weer tot leven in een andere danser.’  Voedsel is er op het eiland alleen niet veel, wat er is, is fruit, wel hebben ze voldoende schoon en fris water. De zee lijkt te woest om vis uit te kunnen halen.  
 
Uiteraard ontstaan ook hier groepen en conflicten. Het groepje rond Rafa wordt steeds kleiner, alleen Bess, die duidelijk gegroeid is, en Sally blijven over. En er vallen dus doden. Waarschijnlijk onnodig, en misschien wel veroorzaakt door het slechtste personage van allemaal, maar iedereen kan begrijpen: allen zijn schuldig.  
 
Het is natuurlijk ook ‘gewoon’ een roman over tienermeisjes, die zich op veel plaatsen zou kunnen afspelen, op een school bv., met de geëigende motieven leiderschap, macht, jaloezie, haat en nijd, vriendschap, populariteit en uiterlijk vertoon. Daarbij  is het aardige: op het eiland zijn geen spullen om je te onderscheiden, zoals Marlene treffend opmerkt. Bij het personage Marlene ligt veel sympathie. Ergens midden in de geschiedenis schrijft ze ineens in het zand: ik ben/wie/ik ben. In het slothoofdstuk kapt ze met school en gaat ze in een bejaardenhuis werken. Dat slothoofdstuk is nr. 11. Het had, op grond van de ontmoetingen die Bess daar heeft met verschillende personages,  gemakkelijk gesplitst kunnen worden in 11 en 12, dan had het boek evenveel hoofdstukken gehad als Lord of the Flies.  
 
Maar het is dus vooral een antwoord op deze klassieke roman. Golding meende dat meisjes zijn verhaal nooit zouden kunnen meemaken, simpelweg omdat ze nooit over zullen gaan tot barbarij. Van den Broeck lijkt dat statement te bevestigen, zonder de ogen te sluiten voor het venijn van de hoofdpersonages. Er is namelijk een totaal ander slot, ook verteld vanuit Bess, waarin de nasleep van de redding verteld wordt, want die is er, uiteraard. Een groep onderzoekers volgde een golfstroom die plastic meevoerde (een actueel element) en op dat eiland wierp. Ze blijken op Charity (!) Island geweest te zijn, niet het bestaande, maar ergens in de onmetelijke oceaan. We zijn in het uiterste slot een paar maanden verder. We zien een schip uit beeld varen met een spandoek langs de boeg waarop staat: DAG VAN DE ARK – DAG VAN HOOP. Bess zwaait, naar een kind, een meisje, en voelt dat er iets gebeurt met haar en de wereld.  
 
Qua verhaal een zeer geslaagd experiment, rijp voor vertaling naar het Engels, lijkt me. Namen en setting zijn alvast Angelsaksisch, net als in haar vorige twee boeken over sterker wordende pubers.  Maar er is meer, geniet bij voorbeeld van nog meer verwijzingen naar het voorbeeld, de subtiele vooruitwijzingen, de geslaagde verhouding beschrijving/dialoog en de rake beeldspraak.
 
Laure Van den Broeck: Dansen in diep water, Lannoo, Tiel  2018, 283 p.  ISBN 9789401452519 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2018

Een knipperend ogenblik. Portret van Remco Campert

Mirjam Van Hengel

Het epos van sjeik Bedreddin

Nazim Hikmet

Istanbul, Istanbul

Burhan Sönmez

Nova

Daniël Samkalden

Twee mensen samen

Knud Sønderby

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2018

Jij begint

Kees Spiering, Alette Straathof (ill.)

Laat een boodschap achter in het zand

Bibi Dumon Tak, Annemarie van Haeringen (ill.)

Liefde en duisternis. Heldenverhalen uit vervlogen tijden

Ed Franck, Anne Westerduin (ill.)

Van twee ridders

Imme Dros, Harrie Geelen

Viktor

Jacques Maes, Lise Braekers

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri