Adolescenten

JEUGDBOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2018

Tom Pollock: Wit konijn, Rode wolf

door Henk Van Viegen

15+ - Dit boek gaat over angst. Tom Pollock weet er alles van, hij vertelt er regelmatig over op het blog talklife.co, waarvan hij een van de editors is. Het begint met een daverende angstaanval van Peter Blankman, hoofdpersoon van deze young adult-(sf)thriller, en eindigt voorzichtig positief met het ‘uitzetten’ van een alter ego. In de tussentijd wordt de lezer op bekende wijze vermaakt met een geheime-dienstplot met wisselende verdachtmaking van de voor Peter belangrijkste mensen: zijn moeder, zijn tweelingzus Anabel (Bel) en zijn vriendin Ingrid.
 
Dat enigszins bekende komt ook door twee andere ingrediënten: Peter is geweldig goed in wiskunde en kan die, zoals alle professor Langdons in vele Davincicodes, mooi inzetten bij het oplossen van puzzels om iets te ontdekken of zich te bevrijden, en het manipuleren van de menselijke geest. Op een gegeven moment zegt zijn moeder tegen Peter, die denkt dat hij haar vooral tot last is met al die aanvallen, dat hij ‘precies is zoals ze hem hebben wil’. Een zin die veel meer betekent dan je op dat moment, nog in het begin van het verhaal, denkt.
 
Dat verhaal is zorgvuldig geconstrueerd in twee soorten hoofdstukken: ‘Nu’ en ‘Herinnering’ (met een tijdsaanduiding), om en om. In het nu draait het om de moordaanslag op moeder, die, zoals het zich laat aanzien, gepleegd is door Bel. Zij is op de vlucht. Peter komt met zijn gewonde moeder terecht in een van de hoofdkwartieren van de nieuwe geheime dienst. Hij wordt opgesloten, maar weet vrij simpel te ontsnappen (verdacht!) en gaat proberen samen met Ingrid te ontdekken wat er met hem, zijn agressieve zus Bel (ze heeft verschillende moorden gepleegd) en zijn moeder nu precies aan de hand is. En vooral wat het onderzoek van zijn moeder precies inhoudt: een belangrijk hersenonderzoek, waarvoor ze juist op de dag van de aanslag een prijs zou krijgen.  
 
Het is te voorspellen dat de climax, na een reeks spectaculaire achtervolgingen, plaatsvindt rond het bed van de gewonde moeder, met de vier belangrijkste personages. Voor Bel pleit dat ze alleen foute mannen en jongens gedood heeft; voor Ingrid dat ze zijn angst volledig begrijpt en hij die van haar (smetvrees, met tot bloedens toe handen schoonschrobben) en hem helpt het mysterie op te lossen; voor moeder dat ze zo geduldig is met hem. De lezer weet inmiddels wie het Konijn is en wie de Wolf.
 
De hoofdstukken ‘Herinnering’ worden direct betrokken op het nu, in de meeste gevallen dienen ze als verklaring. In de woorden van Peter: ‘je herinneringen bepalen je keuzes, die leiden tot je volgende ervaring, en die wordt weer je volgende herinnering.’ Zo logisch als een som, lijkt het, in een hoofdstuk over de kennismaking met de enige op school die hem niet pest, links laat liggen of zijn angst angstaanjagend vindt, Ingrid. Een voor de opbouw van deze roman, belangrijk hoofdstuk is dat waarin Peters wiskundeleraar centraal staat. Deze Arthurson brengt hem na de les in contact met de theorieën van de befaamde wiskundige Gödel, die, volgens hem erg veel leek op Peter: mager, nerveus en excessief. Fijn detail is ook dat Gödel overleed aan een psychische aandoening: hij wilde niet eten wat zijn vrouw niet had klaargemaakt, uit paranoïde waan dat iemand hem zou kunnen vergiftigen. Dit leest Peter, zelf ‘wk-kampioen paranoia’.  
 
Peter raakt helemaal van slag als hij ontdekt dat Gödel bewees dat de wiskunde onvolledig is. Niet alles, zoals zijn eigen paniekaanvallen bij voorbeeld, is met getallen op te lossen dus! Ook het motto van het boek (‘Dit verhaal is niet waar’, in de Engelse editie is het de ondertitel) verwijst enigszins naar Gödel, maar niet alleen. Het is een variant op de aloude leugenparadox ‘Deze zin is niet waar’. Het zet de lezer ook aan het denken over het personage Ingrid en over wat angsten zijn. De wiskundeleraar geeft hem op zeker moment zijn adres, voor als er iets mis zou gaan, en lijkt dus betrouwbaar…

Voor de liefhebbers is er nog de puzzel van de drie delen van de roman: ‘Versleuteling’, ‘Inversie’ en ‘Recursie’. Ze worden, verspreid over het verhaal, redelijk duidelijk uitgelegd, maar als je geen zin hebt in stoppen met doorlezen om de boel helder te krijgen, doet dat geen afbreuk aan het verhaal zelf. De drie begrippen kunnen niet zonder elkaar, maar inversie staat niet voor niets in het midden: Peter ontdekt dat hij Bels inverse is, ze zijn elkaars tegenpool en zonder elkaar niet compleet.
 
Misschien zullen er lezers zijn die de kennis die Pollock graag tentoonspreidt in dit verhaal, wat irritant vinden. Maar Wit konijn, Rode wolf is een geslaagde poging om psychische problemen te vangen in een spannend plot waarin de geest op grote schaal versleuteld wordt/is en er toch kennelijk de mogelijkheid is tot ‘genezing’. Het slot is op dit punt niet volledig duidelijk, maar voelt zeker als happy. Pollock kan op zijn blog zijn eigen boek aanbevelen als therapie. Hij schreef eerder vier romans voor 14- à 17-jarigen. Ze zijn nog niet in het Nederlands verkrijgbaar.
 
Tom Pollock: Wit konijn, Rode wolf, Gottmer, Haarlem 2018, 352 p. ISBN 9789025768027. Vertaling van White rabbit, red wolf door Esther Ottens. Distributie L&M Books 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2018

Blinde drift

Belinda Bauer

De rover

Robert Walser

Heel de tijd

Leo Pleysier

Onder een koperen hemel

Stefan Hertmans

Zeiseman

Martha Heesen

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, OKTOBER 2018

De invloed van Gregie De Maeyer (1951-1998) op de (Vlaamse) jeugdliteratuur

‘Het wezen van de dingen vervaagt naarmate het zichtbaar wordt’

De slaapster en de spintol

Neil Gaiman, Chris Riddell (ill.)

Op zoek naar Stella

Gerda Dendooven

Rivieren

Peter Goes

Tegenwoordig heet iedereen Sorry

Bart Moeyaert

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri