Peuters en kleuters

JEUGDBOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2018

Linde Faas: Ik neem je mee

door Henk Van Viegen

3+ - Het is meteen een genoegen het integraalomslag te bekijken, met op de rug mooi ingepast de tekst, een vogeltje en het embleem van de uitgeverij (dat ook erg leuk verschijnt op het voorplat). De beide hoofdpersonen van dit tekstloze prentenboek stellen zich als het ware voor.
 
Een jongen, met de bij Faas bekende rechtopstaande haardos, ligt zo te zien uitgeteld op een bed. Het kan een ziekenhuiskamer zijn, wellicht is het die van hemzelf, in elk geval hangt er aan zijn voeteneind een grafiekje dat weinig reden tot hoop geeft. Een helder kijkend meisje met rood haar (zie Faas’ andere werk!) stapt vastberaden de kamer binnen, een berg papier dragend met bovenop kleurpotloden en in haar hand een ballon. Ze blaast de ballon op en begint te tekenen, wat ze tekent, wordt meteen zichtbaar. De jongen gaat eindelijk eens rechtop zitten om vervolgens mee te gaan tekenen en het avontuur in gezogen te worden.
 
 De tekeningen die ze maken, blijven ook te zien: vogels, een nachthemel, sneeuwlandschappen (de tekenblaadjes kunnen blanco dwarrelen als vlokjes!), pinguïns en dolfijnen. Blijft het bed in de kamer staan? Waarschijnlijk wel. Evengoed gaan ze, in verschillende landschappen, hangend aan de ballon, naar een paradijselijk gelegen eiland. Daarna liggen de twee verzaligd naast elkaar op het bed, omringd door tekeningen. Een octopus, die ze zo te zien meenam het eiland af, heeft de ballon gehouden. Maar ze zijn ‘er’ nog niet. Pas na een dubbelpagina met naam-, richtingbordjes en pijlen, de twee personages zitten weer frontaal maar nu met de ogen dicht, is het kennelijk zover. Op de laatste pagina is het bed leeg.
 
Op de haar bekende wijze tovert Faas de wereld van de jongen en het meisje te voorschijn. In gemengde techniek, in uitbundige en ook mysterieuze sferen oproepende kleuren. Met weer een grote rol voor het potlood dat lekker slordig gebruikt mag worden. Elke prent bestrijkt een dubbelpagina. Het is de eerste keer dat ze helemaal alleen de baas is. Ze gaat daarbij subtiel te werk. Immers, een prentenboek zonder woorden kan zomaar te vet zijn in het willen weergeven van emoties of het verhaal in een bepaalde richting duwen. Dat doet Faas geenszins. De jongen zie je langzaam opknappen, op iedere volgende prent wordt hij iets actiever. Verder stuurt ze niet te opzichtig, maar laat de verhaalmogelijkheden ook niet alle kanten opwaaien. Slechts één prent vond ik niet zo mooi passen, de eerste met de fantasievissen. Hij is nodig voor het slot, maar lijkt een beetje een breuk met de pagina ervoor, door de positie van de personages. Mooi zijn de als verbindende schakel dienende armen van een octopus, die de twee pagina’s gemakkelijk vol krijgt en ook nog eens een hoop plezier oplevert. Er is een fijne afwisseling van heel drukke, volle pagina’s met heel rustige en verstilde.
 
Is het meisje naar huis, en is de jongen overleden? Zijn ze verdwenen in hun fantasiewereld? Is de jongen beter? We komen het niet te weten. Op de slotpagina’s staan de duidelijkste pijlen bij het raam en bij de deur, een kastje krijgt een pijl en een uitroepteken. Zet je verbeelding maar aan het werk, het leukst is dat natuurlijk met een/je kind of met de kinderen in je klas.
 
Het prentenboek zonder woorden. Ik zou niet willen zeggen dat je erover struikelt tegenwoordig, maar het is zeker populair, mede dankzij moderne klassiekers als Thé Tjong-Khings Waar is de taart? en De gele ballon van Charlotte Dematons. De laatste paar jaar zitten er aardig wat fraaie exemplaren bij. Onder andere de drie boeken van Marije en Ronald Tolman (De boomhut, Het eiland, Het boek), werk van Ingrid en Dieter Schubert (vorig jaar het sterke Konijnentango, samen met Daan Remmerts de Vries), van Alice Hoogstad, en, in Vlaanderen, Judith Vanistendael en Geert Vervaeke. Je mist uiteraard de interactie tussen beeld en tekst die ‘gewone’ prentenboeken zo spannend kunnen maken. Maar, als de maker binnen zekere grenzen ruimte laat voor verschillende interpretaties en eenheid weet te bewaren in de prenten, is er een andere, even interessante spanning. Faas laat het wonder van het tekenen zien, en (daarmee) wat een mooi cadeau verbeelding is voor een ziek vriendje.
 
Ik neem je mee (mooie meerduidige titel) kan zo in het rijtje recente, hoogwaardige tekstloze prentenboeken. Wat fijn is (ook voor Faas, die in Duitsland overigens al aan de weg timmert): ze kunnen relatief gemakkelijk de internationale markt op.
 
Linde Faas: Ik neem je mee, Lemniscaat, Rotterdam 2018, 36 p. : ill. ISBN 9789047709213. Distributie De Eenhoorn 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2018

Een knipperend ogenblik. Portret van Remco Campert

Mirjam Van Hengel

Het epos van sjeik Bedreddin

Nazim Hikmet

Istanbul, Istanbul

Burhan Sönmez

Nova

Daniël Samkalden

Twee mensen samen

Knud Sønderby

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2018

Jij begint

Kees Spiering, Alette Straathof (ill.)

Laat een boodschap achter in het zand

Bibi Dumon Tak, Annemarie van Haeringen (ill.)

Liefde en duisternis. Heldenverhalen uit vervlogen tijden

Ed Franck, Anne Westerduin (ill.)

Van twee ridders

Imme Dros, Harrie Geelen

Viktor

Jacques Maes, Lise Braekers

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri