Janie woont bij haar grootmoeder, die nanny is bij een
wit gezin. Grootmoeder is een gewezen slaaf, die geploeterd en gezwoegd heeft
om te zorgen dat haar kleindochter niet afhankelijk zou zijn van witte mensen
en gespaard zou blijven van de miserie die ze zelf gekend heeft. Ook al is de
slavernij afgeschaft, verleden tijd is ze niet:
‘Liefje, de witte heeft de macht
over alles voor zover als ik het bekijken kan. Misschien is er ergens wel een
plek in de oceaan of zo waar de zwarten de baas zijn, maar wij weten niks
anders als wat we kunnen zien. Dus die witte smijt de last neer en zegt dan dat
de nigger-man het op moet pakken. Dat
doet-ie ook, want dat moet-ie wel. Maar zelf draagt hij het niet, hoor. Hij
geeft het weer aan het vrouwvolk. De nigger-vrouw
is de muilezel van de wereld voor zover als ik het bekijken kan.’
En dus neemt ze,
wanneer ze ziet hoe Janie zich op haar zestiende onbezonnen door een jongen
laat kussen, drastische maatregelen: ze doet haar trouwen met Killicks, een
oudere, welgestelde man. Een eigen huis, vijfentwintig bunder land, geen
geldzorgen, wat wil ze nog meer? Toch geen liefde zeker? Maar jawel, en als de
jonge, ambitieuze Joe Starks haar verleidt met mooie verhalen, verlaat Janie
haar man. Maar Starks verschilt niet wezenlijk van Killicks, ook voor
hem draait het leven helemaal om prestige en bezit. Hij maakt zijn
ambities waar als burgemeester van Eatonville, een stad in Florida van enkel
zwarte mensen, en zijn succes moet
dan maar op Janie afstralen.
Joe onderwerpt haar meer en meer aan zijn wil, en er komt
geweld bij kijken. Twintig jaar zal ze getrouwd blijven met Starks en na zijn
dood voelt het alleen zijn als vrijheid. Ze houdt alle huwelijkskandidaten (en
dat zijn er nogal wat, want ze is niet alleen een mooie, maar nu ook een
begoede vrouw) ver van zich af en gaat er ten slotte vandoor met de jonge
avonturier ‘Tea Cake’ Woods. Bij hem ervaart ze eindelijk dat liefde niet is
als een molensteen om je nek, die je alleen maar neerhaalt. Ze gaan in de
Everglades wonen, waar het leven hard en intens is, en waar ze in vrijheid
kunnen leven en liefhebben zoals ze willen.
En ze keken naar God (1937) is een raamvertelling en begint met de
terugkeer van Janie naar Eatonville. Tea Cake is dood, Janie heeft hem zelf
neergeschoten nadat hij besmet was geraakt met hondsdolheid. Ze vertelt haar
levensverhaal aan een vriendin. De discrepantie tussen Janie’s idealistische
noties over leven en liefde met lichaam, hart en ziel, en de ontnuchterende
realiteit is de rode draad. De sociale context waarin het verhaal zich
afspeelt, waarin de erfenis van de slavernij nog zwaar doorweegt en de
emancipatie van de zwarte gemeenschap pril is, vormt het ruimer thematisch
kader.
Met het thema van de identiteit
van de zwarte vrouw liet Zora Neale Hurston (1891-1960) een progressieve stem
horen in de Amerikaanse literatuur. Nogal wat (mannelijke) critici konden het
echter maar weinig waarderen dat de focus in de roman ligt op het innerlijk
leven en het verlangen van een vrouw naar autonomie en liefde in een
gelijkwaardige relatie. De segregatiewetten van Jim Crow golden nog onverkort
en de roep om politieke emancipatie van de zwarte bevolking overstemde het
persoonlijke leven. Kreeg ze in de jaren 1930 nog erkenning, vanaf de jaren
1950 raakten schrijfster en werk volledig in de vergetelheid. Zora Neale
Hurston stierf vergeten en berooid.
Nochtans is haar invloed niet te
overschatten. Haar literaire visie verbindt haar met het werk van onder meer
Alice Walker, die overigens een belangrijke rol speelde in de herwaardering van
Hurstons werk in de jaren 1970. Nu wordt ze als een van de belangrijkste
twintigste-eeuwse auteurs van de Afro-Amerikaanse literatuur gerekend, ‘een van
de beste schrijvers van onze tijd’, aldus Toni Morrison.
En ze keken naar God wordt grotendeels gedragen door
swingende dialogen, in de oorspronkelijke tekst deels in een zuidelijk jargon.
In de Nederlandse vertaling weegt dat spreektalige veel minder door, maar de
vertaler heeft de kracht van Hurstons kleurrijke, visuele taal uitstekend weten
te bewaren. Er zit poëtische verfijning en diep inzicht in de ongecompliceerde
beelden en de directe symboliek. Zoals in deze intense passage aan het begin,
wanneer de vrouwen van Eatonville Janie, die in een mooi satijnen jurkje
vertrokken was, nu haveloos zien terugkeren:
‘Het was de tijd dat iedereen op
de veranda’s langs de weg zat. De tijd waarop je dingen hoort en praat. Deze
zitters waren de hele dag tongloze, oorloze, oogloze gebruiksvoorwerpen
geweest. Ezels en andere bruten hadden hen op de huid gezeten. Maar nu de zon
en de baas weg waren, voelde hun huid weer krachtig en menselijk aan. Ze werden
meesters van geluiden en mindere zaken. Ze lieten de wereld over hun tong rollen.
Aan hen was het oordeel.
Door de vrouw in deze toestand te zien
kwam hun herinnering boven aan de jaloezie die zij bij andere gelegenheden
hadden opgepot. Dus herkauwden ze wat ze hadden opgespaard in hun geheugen en
proefden vol genot. Ze maakten van hun vragen brandende uitspraken en
moordwerktuigen van hun gelach. Het was een massaal vertoon van wreedheid.’
De vertaling dateert van 1986 en heeft de tijd uitstekend
doorstaan, maar ‘vanuit het oogpunt van inclusiviteit’ werd de tekst lichtjes
herzien. Zo is er geen sprake meer van ‘blanken’, maar van ‘witten’. Er werd daarnaast
voor gekozen om een aantal ‘raciaal beladen’ termen onvertaald te laten. Wat
niet altijd even goed gedaan is, zodat je zowel ‘zwarten’ als ‘negroes’,
‘niggers’ en ‘negers’ tegenkomt. Een verantwoording bij de vertaalkeuzes
is er niet en ik zie er ook geen consistente lijn in. Niettemin, het is een
gelukkige zaak dat het boek na bijna 25 jaar opnieuw op de markt is.
Zora Neale Hurston:
En ze keken naar God, De Geus, Breda 2023, 220 p. ISBN 9789044546804. Vertaling van Their Eyes were Watching God door Lieke
Frese. Distributie L&M Books
deze pagina printen of opslaan