Poëzie

BOEKEN NR. 14, DECEMBER 2016

Paul Van Ostaijen, Jos Léonard (ill.): Music-Hall. Verzen

door Dirk De Geest

Honderd jaar geleden verscheen in Antwerpen, vrijwel onopgemerkt, een dichtbundel die het aanschijn van de moderne poëzie in onze letteren zou veranderen. Music-Hall was het debuut van de kantoorbediende Paul van Ostaijen. Wij weten allemaal hoe het ondertussen is gegaan. De dichter groeide uit tot een auteur van internationaal formaat. Tegelijkertijd verloochende hij, als rechtgeaard avant-gardist, steevast alle eerdere stadia in zijn loopbaan. Ook Music-Hall was mede daardoor geen lang leven beschoren. Nu het werk van Van Ostaijen rechtenvrij is, wordt hij uiteraard ook commercieel een interessant gegeven voor uitgevers.
 
Uitgeverij Polis lijkt zich wel op te werpen als de 21ste-eeuwse behoeder van de Vlaamse literaire canon. Na Timmermans’ Pallieter en het gebakkelei rond de heruitgave van het werk van Elsschot presenteert hij nu alvast de kritische heruitgave van Van Ostaijens debuutbundel: de herdenkingsdatum (met enige publiciteit) heeft ongetwijfeld meegespeeld bij dat initiatief. Bevat deze uitgave Van Ostaijens beste werk? Uiteraard niet, zou men meteen zeggen. De latere dichter heeft veel baanbrekender teksten geschreven dan deze eerste vingeroefeningen. Hopelijk is dit dan ook een voorproefje voor een nieuwe publieksvriendelijke heruitgave van die waarachtige hoogtepunten.  
 
Niettemin blijft dit na een eeuw onverminderd een interessante bundel. Van Ostaijen brengt er allereerst zijn fascinatie voor de grote stad in tot uitdrukking. De musichall (De samensteller kiest nog steeds voor de ondertussen verouderde spelling ‘music-hall’ in zijn beschouwing) symboliseert die beschutting, de onderdompeling in een soort van collectieve roeservaring, die tegelijk geassocieerd wordt met een caleidoscopische overvloed van indrukken. Tegelijk gaat het om een bijzonder artificieel milieu. In feite is daarmee ook de toon van deze verzen gezet. De gedichten van Van Ostaijen hebben vaak iets onbeholpens, met jongensachtige branie of vermoeide lethargie. Stilistisch aarzelt hij tussen een (verouderd) typisch poëtisch idioom enerzijds en een meer spreektalig poëzie anderzijds. Voor de dichter zelf was het een stadium dat hij vrijwel meteen gepasseerd achtte. Voor de lezer van vandaag is er opvallend veel aanwezig van wat pas later (tot in de laatst gedichten) de meest briljante uitdrukking zal vinden.
 
Tekstbezorger Matthijs De Ridder heeft er (terecht) voor gekozen om integraal terug te gaan naar de eerste druk, en de halfslachtige spelling van de dichter opnieuw in eer te herstellen. Daardoor is deze editie ‘beter’ dan de andere uitgaven die momenteel op de markt zijn. Ook is de oorspronkelijke bundel aangevuld met enkele bijzonder interessante documenten: een paar handschriften (er is nauwelijks iets bewaard gebleven), een handvol ongebundelde gedichten uit dezelfde periode en bovenal de illustraties die Jos. Léonard oorspronkelijk voor Music-Hall ontwierp maar die door Van Ostaijen uiteindelijk werden verworpen. (Jammer is wel dat de originele boekuitgave nergens is afgedrukt).  
 
In zijn uitvoerig nawoord richt Matthijs de Ridder – die momenteel werkt aan een nieuwe Van Ostaijen-biografie voor een ruim publiek – zich vooral op de cultuurhistorische en politieke context waarbinnen de bundel werd geschreven en gelezen. Hij schetst de sfeer onder de Antwerpse studenten, met veel aandacht voor de complexe Vlaamse gevoeligheden die ook leven en werk van Van Ostaijen ingrijpend hebben bepaald. Het is een boeiend verhaal, ook al krijgt de literaire achtergrond daarbij vrij weinig aandacht. In ieder geval wordt Van Ostaijen met deze mooie uitgave (jammer voor de afbrekingen van langere versregels en de onduidelijkheid of een tekst nu na of middenin een strofe overgaat naar de volgende bladzijde) recht gedaan. Een boek dat in geen enkele bibliotheek mag ontbreken.
 
Antwerpen : Polis 2016, 167 p. ISBN 9789463101943  

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2021

Baksteen

Femke Vindevogel

Brandingen

Paul Verrept

de Lach van de Sfinx

Frans Kuipers

Onder buren

Juli Zeh

Ons deel van de nacht

Mariana Enriquez

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2021

Een leven vol kleur. Alles is kunst, als je maar goed kijkt

Cara Manes, Fatinha Ramos (ill.)

Ik wil een hond (en het maakt niet uit welke)

Kitty Crowther

Ik wil een wiegje worden zei de wilg

Bette Westera, Henriëtte Boerendans (ill.)

Vanaf hier kun je de hele wereld zien

Enne Koens, Maartje Kuiper (ill.)

Victorine

Jet van Overeem, Annemarie van Haeringen (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri