Poëzie

BOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2020

Esther Jansma: Rennen naar het einde van honger

door Dirk De Geest

Esther Jansma heeft de afgelopen jaren een imposant poëtisch oeuvre geschreven, waarin zij klassiek aandoende verzen combineert met een grote betrokkenheid met de actualiteit. Klassieke poëzie voor lezers van vandaag en morgen, met andere woorden. Daarbij vertrekt de dichteres niet verwonderlijk van haar eigen levensverhaal, maar die gegevens en observaties worden verbonden met algemenere kwesties. Net in die combinatie van het specifieke en het algemene ligt de kern van dit dichterschap, iets wat ook tot uiting komt in de manier waarop beschrijvingen en anekdotes vaak gevolgd worden door meer algemene overtuigingen, dichterlijke waarheden die aan de lezer worden voorgelegd.   

Die dubbele dimensie, zowel concreet als meer abstract, komt meteen tot uitdrukking in de openingsreeks van Jansma’s jongste bundel. De gedichten uit ‘Waar het begint’ vormen letterlijk een begin (als opening van een verzameling verzen), maar ze zijn veel meer dan dat. De vraag naar de oorsprong is niet alleen een filosofische vraag van formaat, het antwoord van de dichter kan gelezen worden als een soort van poëtisch programma. Typerend is dat Jansma in deze gedichten niet focust op het leven van mensen (of zelfs de mensheid), maar op bomen. Zij worden verpersoonlijkt, komen aan bod en laten het leed zien dat hen door de tijd en de mens is aangedaan. Het zijn erg emotionele, indringende teksten die de kwetsbaarheid van het leven tonen, des te meer omdat het tijdbesef van de bomen dat van een mensenleven sterk overstijgt. Op die manier wordt de intense wisselwerking van (ver) verleden, heden en toekomst gedemonstreerd. Bomen zijn daarbij mensen en omgekeerd, en vaak blijft onduidelijk wie of wat hier concreet de hoofdpersoon vormt.
 
De daaropvolgende reeksen brengen ons dichter bij vandaag, maar ook dan gebeurt dat op een subtiele poëtische maar niet te verstane wijze. Jansma kiest niet voor het boodschapperige engagement, ze laat veeleer zien wat er misgaat in de samenleving en in ons dagelijkse denken. ‘De verandering’ verzamelt een aantal transformaties en veranderingen, maar de roep om het anders te doen (een gebruikelijke slogan) neemt hier erg unheimliche proporties aan. Zo zijn er de vreemdelingen en de grote migratie van mensen in hun zoektocht om ergens thuis te kunnen zijn, gekoppeld aan de discriminatie en de angst bij de slager om de hoek (met, via het beeld van stervormige sneeuwkristallen op de jas, de onvermijdelijke verwijzing naar de historische Jodenvervolging), gecontrasteerd met de veranderingen waaraan de nieuwe bewoner van ‘het witte huis in het westen’ zich ergert. Dit soort gedichten laat zien hoe Jansma steeds explicieter stelling neemt in ons tijdsgewricht, maar hoe ze dat doet met de middelen die haar als dichter ter beschikking staan.
 
Tegelijk bevat de tweede helft van de bundel ook een aantal persoonlijke verzen, waarin de herinneringen laten zien hoe ook individuen gekweld kunnen worden door wat hen wordt aangedaan. De kleine pesterijen, het misplaatst gebruik van woorden en formules, de dwang van gezag: het zijn alle manieren die personages kunnen traumatiseren en transformeren. Mensen nemen de gedaante aan van de beelden die hen worden opgedrongen, of ze gaan op de vlucht of kweken een soort van pantser. Niet alles is in deze bundel kommer en kwel, maar de momenten van intens ademen en bewust gelouterd genieten steken toch maar mager af tegen die menselijke zoektocht naar zin en oplossingen, naar rust in de wedren naar het einde van de honger. Het is paradoxaal, maar net de evocatie van die honger levert uitmuntende en bijzonder krachtige gedichten op, meer dan de vredevolle rust dat zou doen.
 
Esther Jansma: Rennen naar het einde van honger, Prometheus, Amsterdam 2020, 50 p. ISBN 9789044646146. Distributie L&M Books 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2021

Baksteen

Femke Vindevogel

Brandingen

Paul Verrept

de Lach van de Sfinx

Frans Kuipers

Onder buren

Juli Zeh

Ons deel van de nacht

Mariana Enriquez

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2021

Een leven vol kleur. Alles is kunst, als je maar goed kijkt

Cara Manes, Fatinha Ramos (ill.)

Ik wil een hond (en het maakt niet uit welke)

Kitty Crowther

Ik wil een wiegje worden zei de wilg

Bette Westera, Henriëtte Boerendans (ill.)

Vanaf hier kun je de hele wereld zien

Enne Koens, Maartje Kuiper (ill.)

Victorine

Jet van Overeem, Annemarie van Haeringen (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri