Nederlands proza

BOEKEN NR. 11, DECEMBER 2020

P.F. Thomése: Tilburg Trilogy

door Len Buggenhout

De Nederlandse auteur P.F. Thomése leerde Jos Kessels een eeuwigheid geleden kennen op de redactie van Het Nieuwsblad van het Zuiden, een Tilburgse krant. Ze werden vrienden en reisden enkele keren samen door de Verenigde Staten, zich onderdompelend in de rijkdom van de lokale (maar wereldberoemde) country- en westernmuziek in het land van ‘lovers and losers and lost souls alike’. Tot zover datgene wat we voorzichtig de feiten kunnen noemen.
  
Aan het begin van deze eeuw rijpte bij Thomése vervolgens het idee om van zijn vriend een personage te maken. En zo werd J. Kessels geboren, de auteurs ‘beste vriend en favoriete romanpersonage’. Hij duikt voor het eerst op in de verhalenbundel Greatest hits (2001), waar hij weinig flatterend wordt neergezet als een in sigarettenrook en bier gedrenkte eenzame cowboy.  
 
Niettemin bleek Thomése nog lang niet uitgeschreven over J. Kessels en zijn avonturen. In 2009 verscheen J. Kessels: The Novel, een op de leest van Keourac geschoeid reisverhaal naar Hamburg, dat in 2015 verfilmd werd met Frank Lammers in de rol van J. Kessels. Nadien volgden nog de romans Het Bamischandaal (2014) en Ik, J. Kessels (2018). De drie J. Kessels-romans zijn nu opnieuw uitgegeven in een verzameling met de titel Tilburg trilogy, een uitnodiging om ze ook eens als geheel ter hand te nemen.
 
De moeilijkheid met verhalen die met één been in de realiteit staan en via het andere been gretig uit de verbeelding van de auteur putten, is dat ze zich op een flinterdunne grens bevinden van wat fijn is om te lezen en van wat ronduit onacceptabel is. Wat ik hiermee wil zeggen is dit: Thomése heeft duidelijk gekozen voor het groteske. Het gaat in het geval van deze romans om fictie, niet om memoires. Al zijn personages zijn karikaturale uitvergrotingen, naar we vermoeden losjes gebaseerd op bestaande figuren.
 
In J. Kessels: The Novel lijkt hij in die zin soms nog wat zoekend. Hij tast voorzichtig de grens af, als een taalkundig experiment in het fictionaliseren van een verder ondoordacht/semi-waargebeurd verhaal. Thomése kent zichzelf daarbij een niet onaanzienlijke rol toe, waarin hij als auteur graag ingrijpt in de situatie en dat ook letterlijk neerschrijft. Zit hij met een vervelend nevenpersonage? Wel, misschien moet hij het maar naar een ander hotel sturen. En hupsakee, daar gaat hij.  
 
Dit levert een hilarisch, bij momenten grandioos boek op met knallende zinnen als: ‘Het dubbele billenbestand had de frikadellen ongedeerd op het droge gekregen en serveerde ze nu uit met een baaierd aan sauzen’. Of nog: ‘Ik bleef twaalf, ik bleef op de drempel dralen, op de rand van de afgrond, de afgrondelijke, bodemloze afgrond […]’.
 
Over Het bamischandaal kan ik daarentegen duidelijk zijn: hier helt alles door in de verkeerde richting. Het lijkt op een goedkope, amateuristische kopie van het eerste boek. De roman is als een oude Duitse pornofilm, vulgair en wansmakelijk - een metafoor die ik, voor de duidelijkheid, uit het boek zelf haal. Het is slapstick, maar niet grappig en dus zielig. Ik zou zelfs durven stellen: één groot tijdverlies. (Markant detail: aan het eind van boek drie lijkt hij zich hiervoor tussen de regels door zelfs te verontschuldigen.)
 
Dat zoeken en falen heeft - gelukkig voor de lezer - wel ergens toe gediend. In Ik, J. Kessels heeft Thomése dat evenwicht wél gevonden. Hij maakt nog steeds gebruik van dezelfde ingrediënten als in de twee vorige boeken, met name Tilburg, borsten, billen, sigaretten en bier. En een buitensporig verlangen naar een lang vervlogen tijd. Alleen straalt zijn stem ineens een fascinerende maturiteit uit, zonder het hijgerige en geobsedeerde van ervoor. J. Kessels en het personage P.F. Thomése zijn fantastische heerschappen, weliswaar met een kink in de kabel van hun vriendschap als gevolg van de hele ‘J. Kessels-hype’. Treurige mannen, gemarineerd in een eindeloos aantal referenties naar countrymuziek, niet voor niets het genre van de verloren zielen, bij wie je zo een arm om de schouders zou slaan.
 
Een aanrader is Ik, J. Kessels zeker en vast. Maar dan moet je dus wel eerst langs J. Kessels: The Novel en - oh, help - Het bamischandaal. En dan rijst de vraag wat precies de meerwaarde is aan een gebundelde heruitgave. Eerlijk gezegd, ik zie ze niet.
 
P.F. Thomése: Tilburg Trilogy, Prometheus, Amsterdam 2020, 683 p. ISBN 9789044646368. Distributie L&M Books 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 5, MEI 2021

De gast uit het Rifgebergte

Khalid Mourigh

De hemelproef

Olli Jalonen

Dingen die je meeneemt op reis

Aroa Moreno Durán

Kraaien in het paradijs

Ellen de Bruin

Oude afdekkerij

Wolfgang Hilbig

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 5, MEI 2021

De eik was hier

Bibi Dumon Tak, Marije Tolman (ill.)

Fruitvliegje

Geert Vervaeke

Misschien…

Chris Haughton

Noem me Nathan

Catherine Castro, Quentin Zuttion (ill.)

Witje

Paul de Moor, Kaatje Vermeire (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri