Nederlands proza

BOEKEN NR. 2, FEBRUARI 2021

Allard Schröder: Sirius

door Lisanne Vroomen

Het is 1999. In de discotheek Sirius vieren jongeren feest. Een door drank en drugs beneveld gevecht heeft echter een fatale afloop. Zo is het eerste deel van Allard Schröders Sirius kort samen te vatten. In het tweede deel zitten we in 2020, in het nu dus. Dat blijkt niet alleen uit de tijdsaanduiding, maar ook doordat Schröder duidelijk kiest voor een actueel decor met een virus en politieke problemen. Maar meer dan een decor is het niet. De verhaallijn in 2020 draait om de groep jongeren van weleer en het verleden dat hen letterlijk blijft achtervolgen. Ze hebben elkaar uit het zicht verloren en leiden elk hun eigen leven, maar door de dood die ze op hun geweten hebben, staat er nog een rekening open.   

Maar Schröders Sirius is veel meer dan dit. Daarmee bedoel ik niet alleen dat ik in deze korte samenvatting het plot sterk heb ingekort, maar ook dat op de achtergrond een tweede verhaal meezingt. Schröder geeft hier voldoende aanwijzingen voor. Op een dag arriveren Balder en Gundula in het dorp E***. In de proloog is aan Balder in een droom al zijn dood voorspeld. En ik verraad waarschijnlijk niks als ik meld dat Balder ook degene is die in 1999 zijn leven verliest. Zo is het verhaal een travestie van de mythe over de dood van Balder, zoon van Odin en Frigg. Het is het oude verhaal maar met een ander jasje.
 
En toch is het ook meer dan dat. Schröder zet de lezer duidelijk op het spoor, maar dat wil niet zeggen dat alles voor het oprapen ligt. Wie is Loki in dit verhaal? Met andere woorden wie is er schuldig aan de dood van Balder? De jongeren die verblind door drugs hun misstappen begaan? Of kunnen we hen hun daden niet aanrekenen en moet de schuldige hogerop gezocht worden? Wat is de rol van Etzel, de eigenaar van Sirius, die in zijn dromen door zijn dode vader bezocht wordt? En hoe moeten we zus Gundula interpreteren? Er is dus nog genoeg te puzzelen in dit boek.
 
Het verhaal speelt zich af in een magisch-realistisch universum. Op het eerste gezicht lijkt de setting realistisch: een dorp, een discotheek, jongeren op zoek naar uitspattingen. Maar al snel komen er magische elementen naar voren, vooral in het zogenaamde Elzenbos. Wie hier binnentreedt, kan zomaar een dwerg of een ander sprookjeswezen tegenkomen en ook de doden houden zich er schuil.
 
Schröder weet deze magische wereld ingenieus en geloofwaardig te verweven in zijn verhaal. Eerst zouden deze wezens nog afgedaan kunnen worden als hersenschimmen van de personages, vooral gezien hun drugsgebruik. Maar als die hypothese niet meer geloofwaardig is, is het verhaal al op stoom en lijkt het helemaal niet meer gek. Schröder laat met Sirius zien dat hij zijn vak verstaat. In een onberispelijke stijl en met een duidelijke structuur weet hij een fascinerend en magisch verhaal neer te zetten. Een verhaal dat zich (althans gedeeltelijk) afspeelt in het nu, maar tegelijkertijd ook de dialoog aangaat met het verleden en vooral met Noorse mythes. Dat maakt Sirius tot een gelaagd werk waarin veel meer staat dan er staat.
 
Allard Dchröder: Sirius, De Bezige Bij, Amsterdam 2020, 380 p. ISBN 9789403113616. Distributie Standaard Uitgeverij 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 5, MEI 2021

De gast uit het Rifgebergte

Khalid Mourigh

De hemelproef

Olli Jalonen

Dingen die je meeneemt op reis

Aroa Moreno Durán

Kraaien in het paradijs

Ellen de Bruin

Oude afdekkerij

Wolfgang Hilbig

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 5, MEI 2021

De eik was hier

Bibi Dumon Tak, Marije Tolman (ill.)

Fruitvliegje

Geert Vervaeke

Misschien…

Chris Haughton

Noem me Nathan

Catherine Castro, Quentin Zuttion (ill.)

Witje

Paul de Moor, Kaatje Vermeire (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri