Letterkunde

BOEKEN NR. 3, MAART 2022

Jaap van der Bent: De dichter die het niet wilde zijn. Leven en werk van Louis Lehmann

door Dirk De Geest

L.Th. Lehmann (1920-2021) zal allicht alleen bij fervente poëzielezers nog een belletje doen rinkelen. Nochtans is de auteur een groot deel van de vorige eeuw actief geweest in de literatuur, zij het dat hij nooit echt op het voorplan is gekomen. Daarvoor was Louis Lehmann wellicht toch te zeer een eenzaat, iemand die blijkbaar moeilijk contacten kon leggen en ook niet wars was van tegenspraak. Het maakte van hem een boeiende figuur in een sterk evoluerend tijdsklimaat, zoveel maakt de biografie duidelijk die Jaap van der Bent van hem schreef, maar het maakte van hem ook een boeiend dichter: dat blijkt niet enkel uit de vele treffende citaten waarmee de biograaf zijn verhaal lardeert, het blijkt ook uit de bloemlezing van Lehmanns poëzie die tegelijk met de biografie (en bij dezelfde uitgever) is verschenen.  

De jonge Lehmann wordt van meet af aan geportretteerd als een outsider, in het gezin waar hij opgroeit, op school en vooral in de literatuur. Zijn vader is kapitein op de lange omvaart en daardoor zelden thuis, waardoor de jongen een soort van substituut-partner voor zijn moeder wordt. Vrij toevallig wekt hij de aandacht van oudere schrijvers, en vooral Ed. Hoornik ontpopt zich meteen tot een pleitbezorger van de jonge aankomende dichter. Door zijn toedoen verschijnen vrijwel gelijktijdig twee bundels van de nauwelijks twintigjarige dichter, zowel bij Helikon als bij De Vrije Bladen. Het zijn voortreffelijke visitekaartjes die door uiteenlopende recensenten positief worden onthaald.  
 
Lehmann blijft echter op zoek naar zijn plaats in de kunst en de literatuur en maakt kennis met het Franse surrealisme, wat resulteert in zijn medewerking aan het tijdschrift De Schone Zakdoek, waarvan telkens slechts één exemplaar werd gerealiseerd. Het ging om het experimenteren en niet om de publieke erkenning. Vriendschappen met jonge vrouwen en mannelijke collega’s speelden bij dat alles een belangrijke rol, en de meeste prozaverhalen vormen daarvan een gecamoufleerd relaas. De oorlogsjaren lijken in dat opzicht een soort van lang intermezzo, al is Lehmann genoodzaakt onder te duiken om te ontsnappen aan een verplichte tewerkstelling in Duitsland. Die vormingsjaren krijgen in het verhaal van Van der Bent veel aandacht, ook al doordat hij daarbij een beroep kan doen op Lehmanns dagboekaantekeningen.
 
In feite is dit boek inderdaad het verhaal van ontmoetingen, kortstondige liefdesrelaties, vriendschappen en de zoektocht naar een volwaardig bestaan. Lehmann gaat rechten studeren, later klassieke talen en op late leeftijd promoveert hij in de antieke archeologie (met een proefschrift over scheepvaart, een laat symbolisch eresaluut aan zijn vader). Schrijven is daarbij steeds een soort van nevenbezigheid, ook al publiceert Lehmann heel wat poëzie (in 1947 verschijnen zelfs al voor het eerst zijn Verzamelde gedichten), romans, literaire kritieken en essays. Surrealisme en marginaliteit blijven hem fascineren, en op het eind van zijn leven neemt hij zelfs deel aan de punkscene met Diana Ozon. De biografie van Van der Bent kabbelt deskundig door die vele episodes, maar ook bij hem verzinkt de literatuur gaandeweg in de biografische anekdotes. De man Lehmann heeft blijkbaar grotendeels de schrijver Lehmann verdrongen (en omgekeerd wordt het werk extra leesbaar door er de biografische achtergronden bij te betrekken).
 
De dichter die het niet wilde zijn is uiteindelijk het verhaal van een zoekend leven (met een lange psychoanalytische kuur als zoveelste symptoom) waarbij kunst en literatuur een van de vele pogingen vormen om iets blijvends te realiseren. De pas verschenen bloemlezing, die een aanvulling vormt bij dit boeiende levensverhaal, laat wellicht nog het best zien waarom wij Lehmann moeten blijven lezen: een minor poet, maar een laconieke schrijver met stijl.  
 
Jaap van der Bent: De dichter die het niet wilde zijn. Leven en werk van Louis Lehmann, AFdH, Enschede 2021, 512 p. : ill. ISBN 9789493183070

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2022

De blauwe schuit

Shūgorō Yamamoto

Het lied van ooievaar en dromedaris

Anjet Daanje

Ogentroost

A.H.J. Dautzenberg

Voor wie de tijd verstrijkt

Miriam Van hee

Weerspiegeld in een waterglas

Annette Portegies

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2022

Achter de bomen stond een leeuw

Daan Remmerts de Vries

De Pinguïnsint en andere dierenklazen

Edward van de Vendel, Saskia Halfmouw (ill.)

Het levende hoofd

Els Pelgrom, Sylvia Weve (ill.)

Ik ben hier!

Joke van Leeuwen

Wolvenweer

Simon van der Geest, Karst-Janneke Rogaar (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri