Vertaald proza

BOEKEN NR. 8, OKTOBER 2021

Fleur Jaeggy: De gelukzalige jaren van tucht

door Kris Velter

Bij uitgeverij Koppernik verschenen van de Zwitsers-Italiaanse auteur Fleur Jaeggy eerder de roman SS Proleterka en de verhalenbundel Ik ben de broer van XX. Beide boeken werden unaniem lovend ontvangen. De eenzaamheid, de melancholie en de duisternis die aanwezig zijn in deze eerder gepubliceerde werken, komen ook terug in De gelukzalige jaren van tucht, een roman die niet enkel gedragen wordt door het verhaal, maar evengoed door de sfeer die het oproept en de ambiguïteit die het thematiseert. Met deze kostschoolroman, die oorspronkelijk in 1989 verscheen, brak Jaeggy door.
 
De ik-figuur is een meisje van veertien jaar dat op een kostschool zit in Zwitserland, het Bausler-instituut dat geleid wordt door Frau Hofstetter. Deze school herbergt bevoorrechte meisjes uit verschillende landen. Op een dag verschijnt er een nieuwe leerlinge die meteen indruk maakt. Ze is in alle opzichten perfect en moet worden veroverd. Deze Frédérique is de beste van de klas, speelt piano en beheerst haar emoties: ze verbergt haar minachting achter discipline en respect, ze lacht weinig en is niet wispelturig of melancholisch. Bovendien lijkt ze al veel meer beleefd te hebben dan haar medeleerlingen en zou ze iets met een man hebben gehad. Tussen de ik-figuur en Frédérique ontstaat een vriendschap, gebaseerd op gesprekken en wandelingen. Tegen het einde van het eerste trimester zijn ze een stel. Van lichamelijk contact is geen sprake. Hoe de verhouding precies in elkaar zit, wordt nooit duidelijk. Over heel dit verhaal hangt een sluier van droefheid, melancholie en noodlot. Het verhaal zal ontsporen.
 
De school staat in de omgeving van het gesticht waar de auteur Robert Walser de laatste jaren van zijn leven doorbracht en lange wandelingen maakte. De verwijzing naar Walser aan het begin van de roman is niet gratuit. Fleur Jaeggy verbindt doorheen haar roman telkens het lelijke aan het mooie, het lage aan het verhevene. Daarom, meteen al aan het begin, dit:
 
‘Hij stierf in de sneeuw. Op de foto’s zie je zijn voetsporen en zijn lichaam languit in de sneeuw. Wij kenden die schrijver niet. Zelfs onze lerares Duits kende hem niet. Soms denk ik dat het mooi moet zijn om zo te sterven, na een wandeling, om je in een natuurlijk graf te laten vallen in de sneeuw van Appenzell, na bijna dertig jaar gesticht in Herisau. Het is echt zonde dat wij niet van het bestaan van Walser afwisten, we zouden een bloem voor hem hebben geplukt.’
 
De dood en de bloem worden symbolisch voor de ambiguïteit die uit de roman spreekt. Net als Walser maakt de ik-figuur wandelingen in de omgeving. Op de top van een berg dacht ze niet meer aan Frédérique. En toch verkeerde ze in een toestand die de keerzijde van geluk kan worden genoemd. De dood en de bloem of het onbehagen van geluk:  
 
‘Er was eenzaamheid voor nodig, een toestand van roezig en kalm egoïsme, een zoete wraak. Ik dacht dat die roes een inwijding was en dat het onbehagen van het geluk het gevolg was van een magische leerschool, een ritueel.’
 
Fleur Jaeggy grijpt telkens terug naar contrasterende woorden of beelden. Het gaat dan niet over neerslachtigheid, maar wel over het genot van die neerslachtigheid. Ook wordt genoten van teleurstelling. Zelfs de titel verwijst naar een dergelijke vorm van masochisme:
 
‘Misschien waren dat wel de mooiste jaren, dacht ik. De jaren van tucht. Het is er als in een roes, licht maar voortdurend aanwezig, tijdens de jaren van tucht, de gelukzalige jaren van tucht.’
 
Elders worden verdriet en verlatenheid met een hevige blijdschap verwacht. In eerbied zit wellust vervat, de wellust van het gehoorzamen en de onderwerping. Mooi is ook: ‘De dag was helder en rampzalig.’
 
De stijl van Jaeggy is altijd beheerst en trefzeker zonder aan elegantie in te boeten. Sober maar niet simplistisch. Het schetsen van het leven op de kostschool en de psychologie van de meisjes is genuanceerd. De gelukzalige jaren van tucht is aan de oppervlakte een boek over een speciale vriendschap, over hoe discipline kan ontaarden. Maar op een fundamenteler niveau is het ook een pleidooi voor nuance, ambiguïteit en dubbelzinnigheid. Omdat het leven ook niet rechtlijnig verloopt. Wie nog niks van Fleur Jaeggy heeft gelezen, kan zeker beginnen met deze wondermooie roman.  
 
Fleur Jaeggy: De gelukzalige jaren van tucht, Koppernik, Amsterdam 2021, 104 p. Herziene vertaling van I beati anni del castigo door Annegret Böttner en Leontine Bijman. ISBN 9789083174419

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 10, DECEMBER 2021

Anarchisme. Van Bakoenin tot de commons

Ludo Abicht

De minzamen

Koen Peeters

Harlem Shuffle

Colson Whitehead

Nasr Compacter

Ramsey Nasr

Nocilla-trilogie

Agustín Fernández Mallo

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 10, DECEMBER 2021

De heen-en-weerbrief

Gerda Dendooven

Een wonderprachtig dier

Britta Teckentrupp (ill.)

Elke rimpel een verhaal

David Grossman, Ninamasina (ill.)

Het strand

Sol Undurraga

Uit het niets

Aline Sax

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri