Adolescenten

JEUGDBOEKEN NR. 5, MEI 2023

Yorick Goldewijk, Yvonne Lacet (ill.): Duizend & ik

door Katrien Maris

15+ - Yorick Goldewijk won in 2022 de Gouden Griffel met Films die nergens draaien, waarin hij zijn lezers op een originele en tegelijkertijd ontroerende manier laat ervaren hoezeer aan de slag gaan met pijnlijke herinneringen uit het verleden een mens kan helen.  

In Duizend & ik neemt hij ons mee naar Surdus, een bizarre stad vol identieke witte woontorens. De metershoge Wal ‘als een witte ring om de stad’ onttrekt de zee aan het zicht. In een wooncel, op de dertigste verdieping van zo’n toren, woont Acht, een meisje met donkere warrige haren en witte kleren, te midden van duizenden identieke meisjes. Iedereen leeft er in zichzelf gekeerd. Op alle mogelijke manieren worden ze immers getraind in vanzelfsprekende gehoorzaamheid, in niemand zijn, om uiteindelijk de bezielden overzee te gaan dienen. Onafgebroken dreunt Evi de Principes op via de speakers op de Promenade: ‘Luister, gehoorzaam, volg. Betwijfel niet, aarzel niet, bevraag niet. Wees behulpzaam en ondergeschikt. Onderwerp je aan de wil van de bezielden’. De bewoners worden constant bewaakt door zieners, een soort vliegende, zwarte robots die afwijkingen in die totale gehoorzaamheid lijken aan te voelen. Wie ongehoorzaam is wordt beëindigd, wat gelijk staat aan onzichtbaar worden.
 
Acht voelt zich kwetsbaar in deze gemeenschap. Anders dan iedereen droomt en mijmert ze voortdurend en heeft ze zo haar eigen gedachten. Zo verlangt ze er bijvoorbeeld naar om ooit de zee te zien en houdt ze erg van de aanblik van een zonnige blauwe hemel. Tegelijkertijd boezemt het haar angst in dat ze die absolute gehoorzaamheid niet kan opbrengen, wat Goldewijk prachtig filosofisch weet te verwoorden. ‘Ik denk dat ik de enige ben die het niet kan negeren, en ik weet dat het nooit goed is om de enige te zijn, want als je de enige bent, dan ben je iets.’
 
Die ene voorzichtige glimlach van Duizend, een andere bewoonster, die Acht ziet in het raam van de trein, vormt een kantelpunt. Haast koortsachtig gaat ze op zoek naar Duizend, die op onverwachte momenten kort opduikt als om haar aanwezigheid telkens opnieuw te bevestigen. De illustratie van Yvonne Lacet zoomt in wazige grijswitte tinten in op de handen van twee personen die naast elkaar lopen. De handen zijn elkaars spiegelbeeld en raken elkaar enkel licht bij de pinken. We voelen hoe Acht evolueert.
 
Gemotiveerd door de wetenschap dat Duizend toch ergens in Surdus moet rondlopen, slaat haar angst om in een onstuitbare energie om voor zichzelf te leven en dat leidt tot een aantal bevreemdende gebeurtenissen. Plots bezit ze de kracht om zieners onschadelijk te maken. Ze dwaalt door een gedeelte van Surdus dat nep lijkt te zijn want achter de ramen en de deuren van de woontorens daar treft ze enkel een muur aan. Ze weet zelfs aan een beëindiging te ontsnappen. Uiteindelijk ontmoet Acht Duizend op de Wal, waar ze samen naar de zee kijken. Daarna leven ze een tijdje gelukkig samen in een volledig verlaten Surdus, waar de nacht onafgebroken blijft voortduren. Er heerst bovendien geen enkele vorm van controle meer.
 
Als lezer voel je je op dit punt in het verhaal totaal gedesoriënteerd. Je hebt geen enkel idee meer hoe je de relatie tussen beide meisjes en die absurde wereld rondom hen nog kan interpreteren. Wanneer de zieners onverwacht toch weer opduiken, slagen Acht en Duizend erin opnieuw de Wal te bereiken. Ze ontsnappen uit Surdus door in zee te springen.
 
En dan doet Goldewijk waar hij zich al eerder ongelofelijk sterk in heeft getoond: in zijn verhaal maakt hij een doorkijkvenster, zodat de lezer met een schok beseft dat het is ingebed in een veel omvattender verhaal. Plots blijken we ons in een lab te bevinden, waar projectleidster Evi zich bezorgd buigt over de gezelschapsrobot Acht, die ongeschikt blijkt voor de verkoop. Acht is er namelijk in geslaagd om de Surdus software, waarmee ze gedurende vier minuten werd opgeladen, meermaals te laten crashen, omdat ze een eigen persoonlijkheid heeft ontwikkeld. Duizend bestaat enkel in het hoofd van Acht, als een soort van alter ego.
 
De laatste scènes waarin Goldewijk beschrijft hoe Acht zichzelf in uiterste verwarring ontdoet van de kunsthuid van haar gezicht, met het raam van het lab als spiegel, zijn ontroerend en gruwelijk tegelijk. ‘En dan schieten mijn handen uit elkaar en valt alles wat mijn gezicht was in lappen huid en haar op de vloer.’ ‘Wat ik zie in de weerspiegeling glanst als chroom. Wat me aanstaart zijn gitzwarte, glimmende kogels waaruit ik niets kan opmaken. Wat ik zie is ontzagwekkend en afschuwelijk en verbijsterend. Wat ik zie ben ik.’ Door haar kern van kunststof te accepteren lijkt Acht nog zoveel meer mens te worden. De lezer blijft achter met de onbehaaglijke vraag of we met het voorthollen van de wetenschap uiteindelijk ook niet de allerlaatste grenzen van het menselijk toelaatbare zullen voorbij spurten.
 
Yorick Goldewijk, Yvonne Lacet: Duizend & ik, Ploegsma, Amsterdam 2023, 200 p. : ill. ISBN 9789021684086. Distributie Standaard Uitgeverij 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 2, FEBRUARI 2024

Bloedzang

Caro Van Thuyne

De essays 1982-2022

Stefan Hertmans

De vlaktes

Federico Falco

Licht dat naar ons tast. Verzamelde gedichten

Bernard Dewulf

Puur geluk

Katherine Mansfield

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 2, FEBRUARI 2024

Er kwam een krokodil logeren

Harmen van Straaten

Het meisje van het woud

Eléonore Devillepoix

Liefde en dood in de rode stad

Rindert Kromhout

Net goed!

Tjibbe Veldkamp, Rachelle Slingerland (ill.)

Patina. Patty is geen bagger

Jason Reynolds

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri