Vertaald proza

BOEKEN NR. 11, DECEMBER 2020

Dag Solstad: Roman 11, boek 8

door Herman Jacobs

NEE  

Dit wordt geen lange recensie. En wel omdat ik het boek dat erin wordt besproken écht niet kan aanbevelen. ‘Dit vind ik echte literatuur,’ deelt, omineus genoeg, de Japanse wauwelwok Murakami op het achterplat mee – eigenlijk weet je dan al genoeg.
 
De naam Dag Solstad ken ik al een jaar of veertig, uit de tijd toen ik, zo groen als gras, Noors studeerde (een bijvakje in mijn curriculum van wat toen nog ‘Germaanse filologie’ heette). Hij werd ook begin jaren tachtig al als een van de belangrijkste auteurs van Noorwegen beschouwd.
 
Altijd al iets van willen lezen; ik bezit ook al decennia een handvol titels van hem. Het kwam er maar nooit van. Maar nu is er dan een Nederlandse vertaling van Ellevte roman, bok atten (1992; waarom die niet ‘Elfde roman, boek achttien’ mocht heten, maar een op de Engelse vertaling gecalqueerde titel moest krijgen is me een raadsel. Maar goed, ’t is een detail, daar hebt u gelijk in. Het is overigens ook echt Solstads elfde roman).
 
Dit eerste deel van een trilogie over, gok ik, een alter ego van Solstad, Bjørn Hansen, doet je beslist niet naar méér verlangen – of je moest genoegen scheppen in de omgang met een nogal zakkige man met niet al te grote sociale vaardigheden en een grotere eigendunk dan te rechtvaardigen lijkt.
 
Deze (godlof korte) roman omvat drie episodes. Eerst wordt verhaald hoe Hansen (die, voor zover er niet met ‘hij’ naar hem wordt verwezen, altijd voluit als ‘Bjørn Hansen’ in de tekst voorkomt, gemiddeld een keer of drie per pagina, iets wat, als je je daar niet overheen weet te zetten, tot diep snuiven door de neus en opeenklemming der kaken bij de lezer kan leiden), hoe dus Hansen zijn nog jonge huwelijk en op dat ogenblik tweejarige zoontje in de steek laat voor een andere vrouw, voor wie hij uit de Noorse hoofdstad weg verhuist om zich bij haar in het zeventig kilometer zuidwestelijk van Oslo gelegen provinciestadje Kongsberg (ja, ‘Koningsberg’) te vestigen. Omdat er in Kongsberg op dat ogenblik een vacature is voor een belastinginspecteur, en omdat hij toch al ambtenaar was, solliciteert Hansen voor de baan, een mens moet nu eenmaal ergens zijn kost mee verdienen, en hij krijgt ze ook. Veertien jaar later verlaat hij ook deze tweede vrouw weer, en gaat alleen wonen. In Kongsberg.
 
Vier jaar daarna krijgt hij daar enige maanden zijn intussen twintigjarige zoon Peter over de vloer, die, nu zijn legerdienst erop zit, in het stadje optometrie komt studeren. De jongen heeft na zijn veertiende verjaardag nauwelijks nog enig contact met zijn vader toegelaten, maar polst nu of Hansen hem misschien een tijd onderdak kan verschaffen, tot hij een kamer in het stadje heeft gevonden. Hansen gaat daar graag op in – maar merkt al vrij spoedig dat hij zijn zoon, die hij als nogal pedant en altijd te luid pratend ervaart, eigenlijk niet zo heel erg mag.
 
Ten slotte stelt Hansen, die op zijn vijftigste last begint te krijgen van het kwellende gevoel dat hij tot dan toe een volstrekt willekeurig en volkomen door het toeval bepaald leven heeft geleid, een welhaast dadaïstische acte gratuit. Daar kan hier verder niets over meegedeeld worden, je mag de ontknoping van een intrige nu eenmaal niet verklappen, alleen dat het mikpunt ervan, anders dan bij de dadaïsten, niet een willekeurige buitenstaander maar Hansen zelf is. En dat een en ander een volstrekt belachelijke en ongeloofwaardige wending in het verhaal vormt: aanstellerij, je zou haast zeggen mannelijke hysterie – zogenaamd om ‘uitdrukking (te) geven aan zijn nee, aan zijn grote NEE, zoals hij die was gaan noemen, door een daad die onomkeerbaar was. Door een enkele daad zou hij zich ergens in storten waaruit er geen weg terug was en wat hem voor de rest van zijn leven zou binden aan die ene, krankzinnige daad.’
 
Bjørn Hansen is een man die zonder de geringste gewetensknaging jonge vrouw en kind in de steek laat, die ook de volgende vrouw na enige jaren laat zitten puur omdat hij haar fysiek niet meer aantrekkelijk vindt, die van allerlei bij zijn zoon veronderstelt (dat die eigenlijk sociaal onaangepast is bijvoorbeeld en helemaal geen vrienden heeft, wat een geval van zuivere projectie van zijn kant lijkt, want Peter laat zich met enige regelmaat enthousiast over zijn studie en over enkele van zijn medestudenten uit) zonder de jongen daar ooit naar te vragen of ooit een echt gesprek met hem te voeren – een man die in feite compleet in zijn hoofd leeft. Hij heeft wel de grote kanonnen uit de wereldliteratuur gelezen (uitsluitend mannen overigens), in dit boek herleest hij Kierkegaards Het begrip angst, maar op ook maar één oorspronkelijke of zelfs maar enigszins opmerkelijke gedachte valt hij niet te betrappen. Er hangt iets van autisme om de man heen – wat op zich interessant noch oninteressant is –, merkbaar in sommige wat priegelige, detailzuchtige overwegingen van hem of dito beschrijvingen van dingen, het boek heeft daardoor, hoe kort ook, af en toe toch ook iets wijdlopigs, maar daar wordt verder niets mee gedaan, hij had net zo goed een horrelvoet kunnen hebben of aan één oor doof zijn of in een rolstoel kunnen zitten: het doet er niet toe.
 
Zoals heel dit Roman 11, boek 8 er, zeer tot mijn verraste teleurstelling, niet toe doet. Het grote misverstand met dit soort boeken: zeker, je kunt er een complete vernuftige interpretatie tegenaan optuigen, van je mythologisch motief hier en je Nietzscheaanse noties ginder, en vergeet de verwijzingen naar Proust niet. Maar wat daardoor niettemin geen sikkepit verandert is het soortelijk gewicht van hoofdpersonage Bjørn Hansen (zo heet hij namelijk: Bjørn Hansen. Een zo goed als generieke Noorse naam: Bjørn Hansen. Bjørn Hansen dus). Die is, en blijft, een volkomen oninteressante zakkenwasser.
 
Dag Solstad: Roman 11, boek 8, Podium, Amsterdam 2020, 182 p. ISBN 9789463810180. Vertaling van Ellevte roman, bok atten door Edith Koenders en Adriaan van der Hoeven. Distributie Elkedag Boeken 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 6, JUNI 2021

2050. Gedichten

Peter Verhelst

Het bekroonde proza van Jesmyn Ward

Black Lives Matter

Het huis van de dichter

Herman Leenders

Het leven van de geest

Hannah Arendt

Stemvorken

A.F.Th. van der Heijden

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 6, JUNI 2021

Brons / Onder de golven

Linda Dielemans, Sanne te Loo (ill), Djenné Fila (ill.)

De nacht van Ronke

Jef Aerts, Marit Törnqvist (ill.)

De roos uit het beton

Angie Thomas

Groot Biegel sprookjesboek

Paul Biegel, Charlotte Dematons (ill.)

Zonder titel

Erna Sassen, Martijn van der Linden (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri