Vertaald proza

BOEKEN NR. 5, MEI 2021

Antonio Tabucchi: De laatste drie dagen van Fernando Pessoa: (een delirium)

door Monica Jansen

Het verhaal dat hier verteld wordt, is gebaseerd op de laatste drie dagen van de beroemde Portugese modernist Fernando Pessoa, die op 28 november 1935 met een acute levercrisis werd opgenomen in het Lissabonse ziekenhuis São Luís dos Franceses. De ondertitel luidt een delirium en verraadt niet alleen de doodsoorzaak – overmatig alcoholgebruik – maar ook de intentie van wie het heeft opgetekend. Antonio Tabucchi, een Italiaanse schrijver en lusitanist, heeft een verbeeld eerbetoon willen schrijven aan zijn Meester en literaire vriend Pessoa, die hem sinds zijn vondst in Parijs in de vroege jaren zestig van het lange gedicht Tabacaria is blijven inspireren als academicus, vertaler en auteur. Zozeer dat Tabucchi in 1992 de korte roman Requiem heeft geschreven, in het Portugees en met de ondertitel een hallucinatie. In dit werk ontmoet de ik-persoon in Lissabon de schim van Pessoa, na in een olijfboomgaard in Azeitão in slaap gevallen te zijn boven het levenswerk van een van diens heteroniemen, Bernardo Soares. Het metafysische Boek der rusteloosheid (De Arbeiderspers 2019) katapulteert de hoofdpersoon in een snikheet Lissabon om daar tussen 12 uur ’s middags en 12 uur ’s nachts een reeks personen uit zijn verleden te ontmoeten die inmiddels overleden zijn.  

Een soortgelijk schemergebied tussen leven en dood en tussen fictie en werkelijkheid is het scenario van de drie dagen die in dit werkje beschreven worden, tijdens welke Pessoa vanuit zijn ziekbed afscheid neemt van zijn ‘afsplitsingen’, van de schrijvende alter ego’s die hij geschapen heeft en die op hun beurt een rol speelden in het leven en schrijven van de dichter. De introductie bij de vertaling geeft het goed weer: ‘Gesloten cirkels bestaan in de literatuur eigenlijk niet. Literatuur vormt een lijn van schrijvers die schatplichtig zijn aan de schrijvers vóór hen, een lijn soms recht, soms krom, soms hortend, maar nooit onderbroken’.
 
Zijn twee beste vrienden en zijn chef – Pessoa onderhield zich in Lissabon als handelscorrespondent en leefde in bescheiden pensionnetjes of huurkamers terwijl hij ’s nachts alle Portugese avant-gardestromingen uitvond – leveren hem in een taxi bij het ziekenhuis af, waar de dokter een levercrisis vaststelt en hem op kamer 4 laat leggen. De eerste bezoeker die bij Pessoa aanklopt, om middernacht zoals geesten dat betaamt, is Álvaro de Campos, de ingenieur en futurist die in 1928 Tabacaria schreef, een dichtwerk dat de toen jonge Tabucchi (geboren in 1943) in Parijs zozeer had aangegrepen dat hij doorreisde naar Portugal waar hij zijn vrouw, Maria José de Lancastre, zou ontmoeten.
 
Campos komt afscheid nemen omdat hij weet dat hij tegelijk met zijn schepper zal sterven, en dus moet er het een en ander worden uitgepraat. De fictieve Campos heeft immers een einde gemaakt aan Pessoa’s levensechte verhouding met de jonge typiste Ofélia Queiroz, en de draak gestoken met diens ‘lachwekkende’ liefdesbrieven, terwijl Pessoa de onfeilbare ironie van de avant-gardist als onmenselijk beschouwt. Ze gaan verzoend uiteen, Pessoa vergeeft Campos met opgestoken hand (een esoterisch gebaar), en Campos fluistert bij het weggaan dat ‘toch niet alle liefdesbrieven lachwekkend’ zijn (in 1978 is de briefwisseling uitgegeven met een inleiding van Ofélia).
 
De volgende bezoeker is Pessoa’s Meester, Alberto Caeiro, die hem een bekentenis komt doen. Hij zou namelijk de plaats hebben ingenomen van zijn jong gestorven vader die aan tuberculose overleed toen Pessoa amper vijf was, zoals te lezen valt in de korte persoonsbeschrijvingen aan het einde van het boekje. Hier valt ook te lezen dat Caeiro in 1915 eveneens aan tuberculose overleed, net als Pessoa’s vader. Autobiografie en fictie raken zo steeds onlosmakelijker verstrengeld. Caeiro bezoekt Pessoa dus vanuit het dodenrijk en doet hem een gedicht cadeau dat zijn devotie als eenvoudige man van buiten voor de schepper van de Europese avant-garde met ontroerende eenvoud uitdrukt: ‘Al die jaren heb ik naar de maan gekeken, maar met mijn scherpste blik heb ik mijn zoon en leerling gevolgd, opdat mijn blik de zijne zou kunnen zijn en opdat de heuvel die mijn horizon vormt ook zijn bescheiden en stralende horizon zou vormen’.
 
Op dag twee krijgt Pessoa bezoek van Ricardo Reis, het heteroniem dat naar Brazilië vertrokken zou zijn omdat hij zijn classicistische smaak slechts zou kunnen rijmen met de monarchie. Deze komt echter met de ontboezeming dat hij zich daarentegen al die tijd in Azeitão heeft schuilgehouden. Pessoa maant hem aan om na zijn dood niet te stoppen met het schrijven van gedichten. ‘Apocriefe geschriften’ zullen zijn oeuvre immers niet schaden, dat grotendeels is overgeleverd in een grote reiskist vol onuitgegeven werk, terwijl tijdens Pessoa’s leven slechts de esoterische dichtbundel Mensagem (Boodschap) is verschenen.  
 
Het langste onderhoud is echter gereserveerd voor het heteroniem en alter ego Bernardo Soares, dat Pessoa leerde kennen in het eenvoudige restaurantje ‘Pessoa’ waar deze hem vertelde over zijn literaire project Het boek der rusteloosheid, een dagboek waarin hij experimenteerde met ‘wordpainting’ om de zonsopgangen tijdens zijn slapeloze nachten boven de stad Lissabon mee te beschrijven. Het immateriële samenzijn van de dichter met zijn personages – ‘pessoa’ betekent in het Portugees ‘persoon’ maar kan ook ‘niemand’ betekenen – wordt nu ook stoffelijk, want Soares heeft een complete maaltijd meegebracht van hun favoriete restaurantje, en dit geeft Tabucchi de gelegenheid om uitgebreid de receptuur te beschrijven van de succulente Portugese vis- en vleesgerechten die de lezer reeds in Requiem deden watertanden. Gelukkig bestaat ook van deze roman een vertaling in het Nederlands (De Prom 1994), naast die van twee andere romans die in Portugal spelen: Pereira verklaart (De Bezige Bij 2017), waarmee Tabucchi de Europese literatuurprijs Jean Monnet won, en Het verloren hoofd van Damasceno Monteiro (De Bezige Bij 1998), een literaire detective die in Porto speelt.
 
Op de derde dag wordt de laatste gast verwacht, een personage dat Pessoa zegt verwaarloosd te hebben en dat inderdaad een minder prominente rol speelt in de werken waarmee de modernist internationale bekendheid heeft gekregen. Het gaat om de neopaganistische filosoof António Mora, waarmee Pessoa kennis maakte in 1916 in de psychiatrische kliniek van Cascais, een badplaats dichtbij Lissabon. Deze verschijning in een witte Romeinse tuniek tot op zijn voeten en een enorme witte baard, verkondigt de terugkeer van de goden en het opnieuw meervoudig worden van de ziel, ‘zoals de Natuur het wil’. De met paranoia gediagnosticeerde profeet mag, Prometheus aanroepend, Pessoa naar de andere wereld begeleiden door hem zijn bril op te zetten: ‘António Mora nam de bril van het nachtkastje en zette die voorzichtig op de neus van Pessoa. Die sperde zijn ogen wijd open, zijn handen klemden het laken vast. Het was exact halfnegen in de avond’. Volgens de historische overlevering waren Pessoa’s laatste woorden ‘Geef me mijn bril’.
 
Zo eindigt dit meesterlijke verhaal dat kleine menselijke details verbindt met de wonderbaarlijke samensmelting van fictie en werkelijkheid in het leven en werk van een dichter die op zijn beurt is gaan leven en scheppen in het werk van een Italiaanse schrijver, die op zijn beurt in een Lissabons ziekenhuis na een kort sterfbed zou komen te overlijden, op 25 maart 2012, en wiens as op zijn verzoek is bijgezet ‘in de erekapel voor de Escritores Portugueses op het kerkhof van Dos Prazeres, waar ook Pessoa rust’. Dankzij het vijfjarige bestaan van Barbóék Leuven en dankzij vertaler Mark Rummens kan dit kleine juweeltje nu worden toegevoegd aan de vertalingen van Tabucchi’s werk in het Nederlands, en hopelijk volgen er nog meer.
 
Antonio Tabucchi: De laatste drie dagen van Fernando Pessoa, Vrijdag, Antwerpen 2020, 70 p. Vertaling van Gli ultimi tre giorni di Fernando Pessoa door Mark Rummens. ISBN 9789460019463. Distributie Elkedag Boeken

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 5, MEI 2021

De gast uit het Rifgebergte

Khalid Mourigh

De hemelproef

Olli Jalonen

Dingen die je meeneemt op reis

Aroa Moreno Durán

Kraaien in het paradijs

Ellen de Bruin

Oude afdekkerij

Wolfgang Hilbig

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 5, MEI 2021

De eik was hier

Bibi Dumon Tak, Marije Tolman (ill.)

Fruitvliegje

Geert Vervaeke

Misschien…

Chris Haughton

Noem me Nathan

Catherine Castro, Quentin Zuttion (ill.)

Witje

Paul de Moor, Kaatje Vermeire (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri