Vertaald proza

BOEKEN NR. 8, OKTOBER 2021

Denis Diderot: De droom van d'Alembert en andere wijsgerige geschriften

door Jan Baes

'Ik heb een dialoog tussen d'Alembert en mij geschreven. Het is een geanimeerd en ook een helder gesprek, al is het onderwerp dor en duister. De dialoog wordt door een tweede gevolgd, die veel langer is en dient als toelichting op de eerste. Deze is getiteld De droom van d'Alembert. De personages zijn d'Alembert; zijn vriendin Mlle de Lespinasse en dokter Borden. Had ik de rijkdom van het onderwerp willen opofferen aan een verhevener toon, dan waren Democritus, Hippocrates en Leucippus opgetreden, maar dan had ik terwille van de authenticiteit binnen de grenzen van de antieke filosofie moeten blijven en die prijs was me te hoog. Het stuk is uiterst bizar en tegelijkertijd diep filosofisch. Het was niet onverstandig mijn ideeën te laten uitspreken door een man die droomt. Vaak is het beter wijsheid te verpakken in dwaasheid.'

Aldus Denis Diderot (1713-1784) in een brief van 31 augustus 1769 aan zijn geliefde Sophie Volland. Op 11 september komt hij erop terug: 'Achteraf heb ik nog vijf, zes pagina's toegevoegd die mijn aanbedene de haren ten berge zouden doen rijzen. Ze krijgt die dan ook niet te lezen, maar wat u zal verbazen is dat er geen woord over godsdienst wordt gezegd, noch enig onvertogen woord; zo, ik geef je te raden waar het over kan gaan.'

Het bewuste vervolg behelst een vrijmoedig en erotisch geladen gesprek tusen Julie de Lespinasse en doktor Théophile de Borden over de vrije beleving van seksualiteit en was wellicht de oorzaak van de ruzie die Diderot met beide geportretteerden kreeg toen ze van dit verhaal hoorden. Het was nochtans zuivere fictie, net als de andere verhalen van het drieluik, zoals het eerste, waarin een levendig gesprek plaatsvindt tussen de twee voornaamste redacteurs van de Encyclopédie, de deïst en wiskundige Jean Le Rond d'Alembert en de atheïst Diderot, over God en het bestaan van een denkende ziel. Het tweede deel ('Diepzinniger en waanzinniger kan geen tekst zijn', meldt Diderot aan Sophie) beschrijft de visoenen van een ernstig zieke d'Alembert zoals ze door zijn vriendin Julie de Lespinasse worden overgebracht aan dokter Borden. In die koortsdromen spreekt hij, lang voor Darwin, over de evolutie van de soorten, over de sensibiliteit van de materie, over het bewustzijn als een complex van trillingen en harmonieën, over begrippen als kernen, draden en bundels, over de Natuur als een reusachtig experimenterend organisme.

Gevaarlijke ideeën uiteraard, die maken dat Diderot, toen de Encyclopédie in 1759 bij koninklijk decreet verboden werd, geen eigen werk meer zou kunnen publiceren. Le rêve de d'Alembert zou pas in 1820 in boekvorm verschijnen en nog vele jaren later in het Nederlands worden vertaald door J.D.Hubert-Reerink (Boom klassiek 1980). De huidige vertaling van Hannie Vermeer-Pardoen wordt aangevuld met enkele minder bekende literair wijsgerige teksten, sterke voorbeelden van het vrije en sceptische denken van de verlichtingsfilosofen en van Diderot in het bijzonder.

Met als voorbeeld het antikolonialistische 'Supplement bij de reis van Bougainville', een geestige commentaar op de aantekeningen die de zeevaarder en ontdekkingsreiziger Louis-Antoine de Bougainville maakte van zijn verblijf over het door hem sterk geïdealiseerde leven op Tahiti in zijn Voyage autour du monde (1771). Diderot zag hierin een geschikte gelegenheid om de onnatuurlijkheid en de verwording van de zogenaamde beschaafde samenleving briljant op de korrel te nemen. In vijf luchtige dialogen confronteert hij de als utopisch voorgestelde levenswijze van de eilanders met de hypocrisie en de wreedheid van de bezoekers die enkel uit zijn op eigenbelang en het voldoen van hun lustgevoelens.

Een schitterende monoloog van een oude Tahitiaan gericht op de bezoekers doet zondermeer denken aan de gelijkaardige toespraak uit 1854 van het Indiaanse opperhoofd Seattle tot de blanke kolonisten over het beheer van de aarde. ('Als jij ons overhaalt om over de smalle grens van het noodzakelijke heen te gaan, waar ligt dan het einde van onze arbeid? Wanneer mogen we dan genieten?')

De godsdienst en de hypocriete westerse moraal worden grondig over de hekel gehaald in een spetterende dialoog tussen een Tahitiaanse familievader en de aalmoezenier van het schip die hem als gast werd toegewezen. Teksten die zomaar op het toneel zouden kunnen worden gebracht. Net zoals dat andere 'Gesprek tussen een filosoof met de vrouw van maarschalk***' over het geloof, dat overigens bewijst dat Diderot ondanks zijn vaste overtuigingen nooit een scherpslijper is geweest:

'Als je kunt geloven dat je nog kunt zien als je geen ogen meer hebt; dat je nog hoort als je geen oren meer hebt; dat je nog denkt als je geen hoofd meer hebt; dat je nog zult liefhebben als je geen hart meer hebt; dat je nog bestaat als je nergens meer bent; dat je nog iets bent zonder uitgestrektheid en zonder plaats, dan vind ik dat prima.'

Het boekje eindigt met een bij wijlen ontroerend 'Gesprek van een vader met zijn kinderen', een familiaal onderonsje met als thema 'Over het gevaar je boven de wet te stellen'. Een beschaafd gesprek dat ongetwijfeld onder meerdere vormen heeft plaatsgevonden in zijn geboortestadje Langres waar de vader van Diderot meester-messenmaker was. Een broer en een zus zijn aanwezig en af en toe komt er een bezoeker langs die ook zijn duit in het zakje doet. De vader sluit uiteindelijk de zitting af en stuurt iedereen naar bed, maar Diderot neemt hem nog even apart.

'Vader, de zaak is dat er, strikt gesproken, voor de wijze geen wetten zijn...'
'Niet zo luid...'
'Aangezien er op elke wet uitzonderingen zijn, is het aan de wijze te oordelen in welke gevallen men eraan moet gehoorzamen en wanneer men zich eraan moet onttrekken.'
'Wat mij betreft', antwoordde hij, 'mogen er hier in de stad best wel een of twee burgers zijn zoals jij, maar ik zou hier niet willen wonen als ze allemaal net zo dachten.'

Niet alleen boeiend en leesbaar, maar ook actueel.

Denis Diderot : De droom van d'Alembert, IJzer, Utrecht 2021, 247 p. ISBN 9789086842254. Vertaling van Le rêve d'Alembert door Hannie Vermeer-Pardoen. Distributie EPO

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 8, OKTOBER 2021

Aria van professor Bentoné

Dirk Elst

Baron Bagge / Mona Lisa. Twee novellen

Alexander Lernet-Holenia

De gelukzalige jaren van tucht

Fleur Jaeggy

Gare du Nord. Belgische en Nederlandse kunstenaars in Parijs (1850-1950)

Eric Min

Het web van omtrek

Paul Demets

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 8, OKTOBER 2021

Brown girl dreaming

Jacqueline Woodson

De moestuin van Heer Hermelijn en Kereltje Konijn

Elle van Lieshout, Erik van Os, Marije Tolman (ill.)

De omhelzing

David Grossman, Michal Rovner (ill.)

Een tijger in je bed

Bibi Dumon Tak, Ingrid & Dieter Schubert (ill.)

Vluchtweg

Goedele Ghijsen

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri