Vertaald proza

BOEKEN NR. 5, MEI 2022

Jack Kerouac: Eenzame reiziger

door Elisabeth Francet

Op zijn zeventiende besloot Jack Kerouac (1922-1969), opgegroeid in het provinciale Lowell, Massachussets, schrijver te worden en op zijn achttiende, in de voetsporen van Jack London, ook avonturier. Tijdens zijn betrekkelijk korte leven oefende Kerouac een waaier aan jobs uit: van bouwvakker, pompbediende, katoenplukker en spoorwegarbeider tot brandwacht, sportverslaggever, koksmaatje en matroos. Na een lange reis door de Verenigde Staten, samen met Neal Cassady (die model stond voor Dean Moriarty in On the Road), schreef Kerouac in een benzedrineroes en naar verluidt in amper drie weken tijd On the Road. Dit cultboek (intussen ook klassieker) weerspiegelde wat onderhuids bij miljoenen Amerikanen leefde: vervreemding, onrust en de drang naar persoonlijke vrijheid in een materialistische, op commercie gerichte samenleving. Het werk gold als het testament van de Beat Generation, een groep schrijvers en dichters waartoe ook Allen Ginsberg en William Burroughs behoorden. Beat, of 'een toestand van geëxalteerde uitputting', groeide uit tot een levensfilosofie, gekenmerkt door een duistere, rauwe kijk op de grootsteedse realiteit. Voor Kerouac hield die ook een diep geloof in.  

Eerder dan een beatnik vond Kerouac zichzelf 'een vreemde eenzame gekke katholieke mysticus'. Als dromerig romanticus en idealist die gevoelsmatig afstand van anderen hield, koesterde Kerouac de Amerikaanse Droom in stilte. Hij wilde zowel over het grootse als het miezerige Amerika schrijven. De oppervlakkige respons op On the Road en het feit dat hij meteen tot spreekbuis van een nieuwe generatie gebombardeerd werd, stemden hem somber. Zijn wilde, associatieve manier van schrijven – door Kerouac zelf 'spontaan proza' genoemd – werd niet door iedereen gesmaakt. Truman Capote sneerde: 'This isn't writing; it's typing'. Gedreven door zijn rebelse inborst en aangetrokken door het zwerversbestaan, vertrok Kerouac opnieuw uit New York. Ditmaal om op zijn eentje de wereld rond te reizen, op zoek naar zichzelf en de essentie van het bestaan.
 
In Eenzame reiziger, een verzameling stukken met titels die erg tot de verbeelding spreken ('Aanlegsteigers voor de dakloze nacht', 'Alleen op een bergtop', 'Sloddervossen van de keukenzee'...), brengt Kerouac verslag uit van zijn wedervaren. Onverbloemd, wars van conformisme beschrijft hij in orale taal het leven zoals het zich hier en nu (of liever: daar en toen) afspeelt.
 
Kerouacs wereldreis begon in 1951. Na enkele weken sporen, liften, sjokken van New York naar het Westen – een trip die hij beleefde als een 'visioen van Amerika' – loopt Kerouac op versleten schoenen door de straten van Los Angeles, op zoek naar een baantje op een schip dat hem over de wereld zou voeren. Omdat zijn papieren nog niet in orde zijn, reist hij verder naar Mexico, waar blije, lachende gezichten, 'een gozerachtig levensgevoel' en bedwelmende hoeveelheden marihuana en opium hem met open armen verwelkomen. Als een kameleon gaat Kerouac op in zijn omgeving. Hij plaatst de Mexicanen op een voetstuk omdat ze volgens hem de dood beter begrijpen. Ze wenden zich er niet van af en genieten daardoor meer van het leven.
 
In het weergaloze stuk 'De spoorwegaarde' verhaalt Kerouac over zijn tijd als remmer bij het spoor, nabij San Fransisco. Kerouacs spitsvondige proza dendert als een trein en blaakt van levenslust. Tongue in cheek beschrijft hij zijn zevendaagse werkweek, zijn verblijf in miezerige hotels in de achterafstraatjes van het oude Frisco, waar hij zich op hangerige middagen overgeeft aan de kustblues en in groezelige bars en bordelen, badend in mist en roze neonlicht, luistert naar de levensverhalen van aan lager wal geraakten. Kerouac maakt je deelgenoot van talloze zwerversbesognes en dronkemanspraatjes en schenkt bovengemiddeld aandacht aan spijkerbroeken en pindakaas. Zijn intense beschrijvingen van de knarsende wielen van goederenwagons bezorgen je wel oorpijn.
 
In 'New York Scenes' schrijft Kerouac met veel liefde over zijn moeder. Buiten haar lijkt er in zijn bestaan geen vrouw van betekenis te zijn. Zijn liefdesleven is een aaneenschakeling van losse flirts en mislukte huwelijken. Na iedere omzwerving geeft Kerouacs moeder hem de gelegenheid thuis te komen en een poos te blijven om te schrijven. 's Avonds zwerft hij rond in zijn geliefde Manhattan, waar rusteloze, nieuwsgierige, diepzinnige beatniks op straathoeken staan te wachten op niemand in het bijzonder. Dronken en high schuimen de beatnikvrienden de overvolle jazzbars en nachtclubs af, waar Miles Davis, Thelonious Monk en John Coltrane hun opwachting maken.
 
Na de wilde tijd komt de eenzame tijd. In 'Alleen op een bergtop' gaat Kerouac enkele maanden als brandwacht werken op een berg in de wildernis aan de Canadese grens. Hij kan er alleen op zichzelf vertrouwen en leert er al mediterend zijn ware en verborgen kracht kennen. De leegte en stilte geven hem een helder bewustzijn. Kerouac beseft dat eenzaamheid zich louter in de geest bevindt en dat de angst voor vernietiging erger is dan de vernietiging zelf. Kerouac geeft wijze raad mee: 'Geen mens zou door het leven moeten gaan zonder zichzelf een keer bloot te stellen aan gezonde, ja zelfs saaie eenzaamheid in de wildernis'.
 
In 1957 reist Kerouac op een Joegoslavisch vrachtschip van New York naar Marokko. De bootreis duurt twaalf dagen. Tijdens een spectaculaire storm staat hij duizend angsten uit. De hele overtocht is 'een les in WIT': het schuim, het zout, geesten en engelen, de volle maan en het gelaat van God. Na een opiumtrip met Burroughs in Tanger, vat hij de overtocht naar Frankrijk aan, waar hem het zoete leven wacht. Plots hangt Kerouac de toerist uit. Verrukt is hij van de landschappen van Cézanne en in Parijs leeft zijn rococoziel helemaal op bij de aanblik van de Sacré-Coeur. Prompt wordt hij verliefd: op de lippen van Françaises, op paardenmolens en stokbroden. In het Louvre valt hij bijna in katzwijm bij Rubens, Breughel en Rembrandt. Wanneer Kerouac zelfs over een taartje lyrisch begint te doen, kijk je toch uit naar zijn overtocht naar Engeland. Hij wordt er gearresteerd wegens landloperij en ontwaakt zodoende – gelukkig maar – uit zijn zeemzoete droom.
 
Kerouacs krachtige, ritmische, nu en dan extatische proza vol binnenrijm en klanknabootsingen nodigt uit de tekst luidop te lezen, om de klanken te proeven. In de Nederlandse vertaling, verzorgd door Arie Storm, gaan de ritmiek en de ironische toon van het oorspronkelijke werk helaas soms wat verloren.
 
Jack Kerouac overleed op zevenenveertigjarige leeftijd aan de gevolgen van alcoholverslaving. Zijn werk blijft, zeker in de huidige woelige tijden, bijzonder actueel.
 
Jack Kerouac: Eenzame reiziger, Oevers, Zaandam 2022, 280 p. ISBN 9789492068828. Vertaling van Lonesome Traveller door Arie Storm. Distributie De Wolken

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 5, MEI 2022

April in Spanje

John Banville

De aftocht

Anna Eble, Marleen Nagtegaal, Matthijs de Ridder en Willem Bongers-Dek (sam.)

De draaischijf

Tom Lanoye

De val van de Taira

Anoniem

Er is nog tijd

Rodrigo García

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 5, MEI 2022

De wereldgeschiedenis in 100 dieren

Simon Barnes en Frann Preston-Gannon (ill.)

Ik blijf ook altijd bij jou

Smriti Halls, Steve Small (ill.)

King en de drakenvlinders

Kacen Callender

Mevrouw Das en Meneer Ping

Rindert Kromhout en Natascha Stenvert (ill.)

Sneeuwwit

Daan Remmerts de Vries, Mark Janssen (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri