Vertaald proza

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2023

Lorena Salazar Masso: De rivier is een wond vol vissen

door Hugo Van Hoecke

De Atrato-rivier ontspringt in de Andes en baant zich meanderend doorheen het zompige binnenland een weg naar de Caraïbische Zee. Op haar tocht naar het noorden passeert ze het klamme provinciestadje Quibdó, om zich dan te verliezen in de regenrijke laagvlakte van Colombia. De nederzettingen langs de oever zijn schaars en bevolkt met mensen van afro- of inheemse origine, die weliswaar de kruimels hebben meegepikt van de westerse way of life maar toch aan de zelfkant leven van de maatschappij. Hun gemeenschappen zijn enkel per boot bereikbaar en met al wat ze in zich hebben koesteren ze de rivier -- hun levensader -- die ‘markten verbindt en mensen scheidt’. Ze bidden zelfs tot haar, terwijl ze zichzelf beschouwen als ‘een gemeenschap van vissen, die leven op het ritme van het water’.  

Het is op de rivierkade van dit vergeten stadje Quibdó dat het verhaal begint. Een jonge vrouw (twintiger neem ik aan, en wit) vergezeld door een jongetje (zes jaar ongeveer, en zwart) scheept in met als bestemming het piepkleine plaatsje Bellavista, een paar reisdagen stroomafwaarts en niet eens te vinden op de landkaart. Al snel wordt duidelijk welke de aanzet is voor deze reis: in Bellavista woont met name de biologische moeder van de jongen, en die had gevraagd om haar kind na zoveel jaren even terug te kunnen zien. Zes jaar eerder – dat vernemen wij pas nadien -- had zij hem als baby bij de vrouw van Quibdó achtergelaten met ‘ik kan hem niet meer houden’ als simpele verklaring. De jonge vrouw, die de zwarte jongen bruusk overhandigd kreeg, was intussen zijn tweede moeder geworden. Zou het op deze reis bij een ‘even terugzien’ blijven, of was die de voorbode van een nakend afscheid?
 
Het is de pleegmoeder zelf die het verhaal doet over de boottocht, die enigszins met horten en stoten verloopt. In de ene stopplaats heeft een brand ongehinderd een tiental huizen in de as gelegd, in de andere krijgen de bootreizigers te maken met de fatale miskraam van een jonge medepassagier: een en ander onmiskenbare illustraties van het hachelijke leven in deze tegenstribbelende natuur en het tekortschieten van de bredere gemeenschap. Waarbinnen toch mensen blijken te leven die, hoe beperkt ze ook zijn, als één hechte rivierfamilie het voor elkaar – én voor toevallige passanten zoals de bootreizigers - opnemen.
 
De vrouw met het zoontje aanschouwt dit alles, brengt het te berde in haar verhaal, maar blijft toch de hele reis lang gefocust op haar eigen innerlijke proces, dat onafgebroken blijft cirkelen rond haar moederlijke bezorgdheid om het jochie. ‘Haar’ jongen, wiens doen en laten ze al meer dan vijf jaar van nabij observeert, die ze bijstuurt, wiens onschuldige vragen ze onvermoeibaar beantwoordt, erover wakend om toch maar een goede tweede moeder te zijn. Terwijl ze zich afvraagt of ze dat wel is, want ze is nooit losgekomen, ook nu niet, van het nare besef dat haar ‘lege en kleurloze’ moederschap niet ‘echt’ kan heten en dat daarin een of andere schuld vervat ligt die zij moet aflossen -- misschien binnen een paar dagen al. Oeverloos pijnigt zij haar hersenen omtrent de relatie tussen ‘echt’ en ‘pseudo’ moederschap, zonder ook maar enig antwoord te vinden op haar twijfels. Hoe dit hartverscheurende dilemma verder zijn onverwachte beloop krijgt leest u best zelf.
 
Merkwaardig veel tegenstellingen die het leven bemoeilijken worden, al is het maar even en met fluwelen toets, in de fraaie (debuut)roman van deze jonge Colombiaanse auteur aangeraakt. Dat moederschap, adoptie en het getwijfel daaromtrent daarin centraal staan moge al duidelijk geworden zijn. Maar ook het historisch rassenonderscheid wordt subtiel aangekaart, en hoe dat een feitelijke scheiding teweegbracht tussen wie in de stad woont en wie in de jungle: voor de eerste betekent dat kansen en voorzieningen, voor de andere simpelweg help yourself. En er is natuurlijk – we zijn in Colombia – de tegenstelling tussen leven en dood, lees: de overheersende geweldcultuur die het leven ontwricht, met de machtelozen als grootste slachtoffers. In eerste instantie zou je kunnen stellen dat hiermee een staalkaart wordt voorgelegd van Colombia, maar er is wellicht ook méér. Opvallend is immers dat de vertelster van het verhaal - de jonge adoptiemoeder dus – nergens een naam krijgt. Het zoontje al evenmin: hij blijft de hele tijd ‘de jongen’. En de geweldenaars naar het einde toe worden enkel benoemd als ‘die lui’. In andere woorden, het zou best kunnen dat de auteur op die manier het gebeuren wil ontdoen van zijn zuiver lokaal karakter. Hetgeen de roman aardig meer allure geeft.  
 
Wat dit verhaal zo aandoenlijk maakt is de sublieme eenvoud waarmee de alledaagsheid van het leven en de natuurlijke omgang met de dingen in beeld worden gebracht. Hoe de vervangmoeder zorgzaam en plichtsbewust het haar toevertrouwde kind behandelt als een kleinood dat zij in bewaring heeft gekregen, hoe ze vanuit haar eigen kind-ervaring het jongetje weet te sturen, zijn leefwereld probeert te lezen: ‘Kinderen zoeken niet naar figuren in de wolken, daar zijn ze niet mee bezig: wel met het spel, een losse tand, een rijpe mango voor de honger’ -- het zijn basale inzichten die in de handen van een intuïtieve auteur tot poëzie kunnen ontluiken. Soms komt die poëzie ook heel dichtbij in deze roman - al kent het verhaal een afloop die naar de keel grijpt. En zelfs dan.
 
Lorena Salazar Masso: De rivier is een wond vol vissen, Signatuur, Amsterdam 2022, 182 p. ISBN 9789056727338. Vertaling van Esta herida llena de peces door Irene van de Mheen. Distributie Standaard Uitgeverij

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2023

De nachten van de pest

Orhan Pamuk

Het voortleven van de vuurvliegjes

Georges Didi-Huberman

Margriete

Kathleen Vereecken

Onkrijgbaarheid

Tim Krabbé

Overal zit mens. Een moordfantasie

Yves Petry

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 1, JANUARI 2023

Frank en Bert

Chris Naylor-Ballesteros

Goed zo, mama!

Chris Haughton

Het 'klassieke oeuvre' van Imme Dros

Naar een nieuw Troje

Kunstmatige intelligentie is niet eng

Bas Haring, Maus Bullhorst (ill.)

Vandaag houd ik mijn spreekbeurt over de anaconda

Bibi Dumon Tak, Annemarie van Haeringen (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri