Vertaald proza

BOEKEN NR. 3, MAART 2023

Charles Ferdinand Ramuz: Schoonheid op aarde

door Elisabeth Francet

Op een voorjaarsdag in een Zwitsers dorp aan het meer van Genève, ontvangt cafébaas Milliquet een brief uit Cuba, waarin zijn lang geleden geëmigreerde en zopas overleden broer de wens uitdrukt dat Milliquet zich over zijn negentienjarige dochter Juliette ontfermt. Milliquet zit met de handen in het haar. Wist hij veel dat zijn broer een dochter had. En wat zal zijn vrouw hiervan denken? Stamgast Rouge raadt Milliquet aan het verzoek – het is tenslotte afkomstig van zijn broer – in te willigen. Zo geschiedt.
 
De komst van zijn nichtje loopt anders dan Milliquet hoopte. Ze zegt geen woord, sluit zich op in haar kamer, eet nauwelijks, laat zich niet zien. Het meisje is in rouw. De dorpelingen brengen voor de kapsones van het verwende wicht niet veel begrip op. Milliquets vrouw weigert zelfs Juliette een hand te geven. Na enkele dagen in afzondering vallen de schellen van Juliettes ogen (en oren), wanneer door het open raam de heldere klanken van een trekharmonica weerklinken en ze voor het eerst in haar nieuwe thuis de lucht, de bergen, het water aanschouwt. Juliette gaat op zoek naar de bron van de betoverende muziek. Die vindt ze bij het hulpje van de schoenlapper, een kleine bultenaar, die net als zij een vreemde taal spreekt en door de gemeenschap als een curiosum beschouwd wordt. Zodra Juliette zich in het openbaar vertoont, gaat er een schokgolf door de dorpsgemeenschap. De schoonheid van het meisje is niet te beschrijven!
 
In Schoonheid op aarde zijn alle ingrediënten van een onvervalste Charles Ferdinand Ramuz aanwezig: het landschap en de elementen als volwaardige personages, meerstemmigheid, wervelende spreektaal, onvoorspelbare werkwoordtijden. Net als in zijn eerder vertaalde roman De grote angst in de bergen, roept de Zwitserse schrijver pure schoonheid op. Synesthetische vervloeiing van beelden en klanken bepalen de compositie. Neem nu de passage waarin Ramuz het vallen van de nacht op Milliquets caféterras beschrijft:  
 
'Plotseling leek het alsof de wanden van de doos uiteenspatten. In plaats van panelen van blauw glas waren er ondoorzichtige nachtmuren om je heen neergevallen en die onttrokken het meer, de lucht en de bergen aan het zicht, alsof we nu binnen in een huis zaten. De elektronische lampen waren net aangegaan. We zaten als in een kamer onder de lampen, en we wisten niet meer wat er buiten gebeurde, behalve wanneer er een golfje kwam opzetten met een soort zucht: 'sjang! zoals wanneer je een houtblok splijt of wanneer de bakker zijn brood maakt; zoals wanneer de bijl neerkomt op een ijzeren spie, of wanneer je de bol deeg met twee handen boven je hoofd heft.'
 
In geen tijd brengt Juliette de dorpelingen het hoofd op hol. Iedereen wil haar zien, zelfs aanraken. Milliquet ruikt geld en zet haar in als dienstmeisje, waarop de klandizie verdubbelt. Met de schone vreemdelinge dringen jaloezie, wrok en obsessie de hechte gemeenschap binnen. Het komt zelfs tot een handgemeen, waarna Juliette zich opnieuw opsluit, ver van alle blikken. Ze heeft alleen nog oor voor de bultenaar die aan zijn trekharmonica de zoetste klanken ontlokt. Milliquet weet zich geen raad. 'Waar zou schoonheid onder ons een plaats kunnen krijgen, als ze zo wordt achtervolgd?'
 
In Schoonheid op aarde wisselt het gezichtspunt voortdurend, van dichtbij naar veraf, van frontaal naar zijdelings of op de rug, van binnen naar buiten, van mens naar landschap. Alles lijkt subject en object tegelijk. Ook de taal is onbestendig: tegenwoordige en verleden tijd worden, vaak in een zin, door elkaar gebruikt. Nu eens is een naamloze verteller aan het woord of bezien we het verhaal vanuit het oogpunt van de oude visser Rouge, ergens in een onbepaalde toekomst. Dan weer laten meerdere stemmen zich simultaan horen in het nu of kijken we vanuit het oogpunt van het water, de bergen, de lucht, de wolken naar al die wriemelende mensjes. Benevens is Ramuz een meester in het beschrijven van woeste landschappen als mythische taferelen en laat hij intens voelen wat xenofobie betekent en hoe machtsmisbruik ontstaat.
 
Voor Juliette noch de bultenaar is er plaats in de dorpsgemeenschap. Juliette – als het ware met pek en veren uit het huis van Milliquet verjaagd – vindt onderdak bij Rouge, in zijn loods aan de oever van de Bourdonette, die zich lieflijk tussen de hoge kliffen van de Savoie slingert. We ontmoeten er Rouge, bij zonsopgang, voor zijn woning aan de oever van de rivier: 'Hij was kort en dik; aan de ene kant van zijn lichaam was hij, in zijn marineblauwe trui en zijn broek, mooi geelgeverfd. Af en toe keek hij in de richting van het dorp: dan namen zijn nek en de onderkant van zijn haar een andere kleur aan onder zijn pet, en al die tijd had hij er niet eens aan gedacht zijn pijp aan te steken.'
 
Met vaderlijke liefde bouwt Rouge een extra kamer voor Juliette en laat zijn hulpje Décosterd elke dag vers brood en boter halen. Geen moeite is hem te veel. Maar Juliette wil niets, behalve dansen, lachen, van de natuurelementen genieten en naar de muziek van de bultenaar luisteren. Met andere woorden: ze wil 'zijn'. In het dorp wordt Rouge met de vinger gewezen; op zijn beurt wordt hij jaloers zodra anderen van Juliettes schoonheid genieten en wil Milliquet terug wat hij kwijtspeelde. Moet Rouge het meisje dan opsluiten om haar te kunnen beschermen tegen al die belagers?
 
Hoewel ze de centrale figuur is, komen we niet te weten hoe Juliette er precies uitziet en wordt ons niet toegestaan in haar hoofd te kijken. Terwijl je Ramuz leest, besef je dat schoonheid onmogelijk toegeëigend kan worden. Ze is gedoemd om vluchtig en vergankelijk te zijn. Door alle ruimte te geven aan suggestie, nu en dan een glimp van een gebaar, een zweem van een glimlach, een flard stemgeluid, versluiert Ramuz Juliettes schoonheid in momentopnamen: een spel van licht en tegenlicht (schaduw), stilte en klank, (in wisselwerking met de waarnemer) en immer in beweging, net als de Bourdonette. Daarin schuilt het meesterschap van deze schrijver. Hoed af ook voor Rokus Hofstede, wiens vertaling de magie van Ramuz' proza alle eer aandoet.
 
Wanneer de bultenaar Juliette uitnodigt samen met hem te vertrekken, is het hek van de dam. Hoe neem je in hemelsnaam afscheid van schoonheid? Dan breekt een fenomenaal onweer los boven de Savoie en bezingt Ramuz in een langgerekt, synesthetisch slotakkoord voor een laatste maal de schoonheid in al haar vergankelijkheid.
 
Charles Ferdinand Ramuz: Schoonheid op aarde, Van Oorschot, Amsterdam 2023, 240 p. Vertaling van La Beauté sur la terre door Rokus Hofstede. ISBN 9789028223257. Distributie Elkedag Boeken

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 2, FEBRUARI 2024

Bloedzang

Caro Van Thuyne

De essays 1982-2022

Stefan Hertmans

De vlaktes

Federico Falco

Licht dat naar ons tast. Verzamelde gedichten

Bernard Dewulf

Puur geluk

Katherine Mansfield

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 2, FEBRUARI 2024

Er kwam een krokodil logeren

Harmen van Straaten

Het meisje van het woud

Eléonore Devillepoix

Liefde en dood in de rode stad

Rindert Kromhout

Net goed!

Tjibbe Veldkamp, Rachelle Slingerland (ill.)

Patina. Patty is geen bagger

Jason Reynolds

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri