Vanaf negen jaar

JEUGDBOEKEN NR. 6, JUNI 2025

Xavier-Laurent Petit: Kinderen van de straat

door Katrien Maris

10+ - Maatschappelijk onrecht is een terugkerend thema in het werk van de Franse schrijver Xavier-Laurent Petit. In De zoon van de berentemmer (Ploegsma 2023), dat bekroond werd met een Zilveren Griffel, vertelt hij over een familie van Roma die in een vluchtelingenkamp in Frankrijk belanden. Ze leven er in onmenselijke omstandigheden, maar als de jongste zoon Ciprian een schaakwonder blijkt te zijn, is er licht aan het einde van de tunnel.
 
Voor Kinderen van de straat, dat hij lang voor De zoon van de berentemmer schreef, liet Petit zich inspireren door de waargebeurde lotgevallen van een Boliviaanse dirigent tijdens de rellen in 2003. Saturnino, veertien jaar, vertelt hoe hij na de dood van zijn ouders op straat leeft met zijn zevenjarig zusje Luzia en zijn vriend Tullidito. De jongens trachten de kost te verdienen als schoenenpoetser en Luzia verkoopt ansichtkaarten. Iedereen op straat gaat gebukt onder het dictatoriaal regime en is bang voor de onvoorspelbare, gewelddadige uitbarstingen van de macaco’s, de wrede militaire politie onder het bevel van de president.
 
Op een dag probeert Saturnino een toerist te bestelen omdat die hem onvoldoende betaalde voor zijn werk. De man brengt de jongen zonder pardon naar de macaco’s, die hem geboeid willen afvoeren. Aan alles is voelbaar dat Saturnino deze confrontatie waarschijnlijk niet zal overleven. Maar de macaco’s worden tegengehouden door een mysterieuze, in het wit geklede vreemdeling die beweert de president persoonlijk te kennen.
 
De vreemdeling, die zich ook wel ‘de maestro’ laat noemen, nodigt Saturnino, Luzia en Tullidito uit in zijn muziekschool. Een beetje argwanend gaan de drie op de uitnodiging in en hun verbazing is groot als ze er nog meer straatkinderen aantreffen. Saturnino is meteen verkocht wanneer hij de maestro op zijn cello hoort spelen. ‘Zijn muziek deed me iets, diep in mijn hart. Ze vlinderde, steeg op, daalde neer, golfde… Ik had het idee dat ik deel uitmaakte van wat hij speelde, dat ik me binnen in zijn instrument bevond.’ Een redelijk ongeloofwaardige, al te fraai verwoorde uitspraak van een kind dat gehard door de rauwe werkelijkheid.
 
Petit verstaat de kunst om personages te creëren die schuren langs je binnenste. Via flashbacks ontdek je dat Saturnino’s ouders een na een vermoord zijn door de entourage van de president omdat zijn vader het voortouw nam tijdens een mijnstaking. Saturnino’s herinnering aan de dag van zijn begrafenis is vlijmscherp: ‘In de stromende regen goot men benzine over de kransen die de president had gestuurd. Mama was degene die de lucifer erbij afstreek en ze brandden goed, ondanks de stromende regen.’ En dan is er de geschiedenis van Tullidito, wat ‘Hinkepoot.’ betekent. Zijn moeder zou hem de dag van zijn geboorte in de steek hebben gelaten zonder hem een naam te geven. Hij blijft echter geloven dat iemand anders hem ooit een echte naam moet hebben gegeven.
 
De maestro slaagt erin om de straatkinderen steeds meer te laten openbloeien en tegelijkertijd worden ze als groep steeds hechter. Onder zijn leiding evolueren ze uiteindelijk naar een orkest waarin ze elk hun eigen instrument spelen. Terwijl de kinderen in de muziekschool zichzelf steeds beter ontplooien, groeit de sociale onrust op straat. Knap hoe Petit deze twee tegengestelde evoluties parallel laat accelereren.
 
Het geweld in Kinderen van de straat is uiterst brutaal: Tullidito wordt tijdens één van de rellen ‘tegen de grond geknuppeld’, Saturnino treft hem de volgende ochtend ‘stijf én ijskoud’ aan, overleden aan inwendige bloedingen. Petit laat het geweld een climax bereiken wanneer de president in de school naar een orkestrepetitie komt luisteren. Opstandelingen, waaronder mensen die Saturnino kent van op straat, dringen binnen en branden de school plat. Bodemloos zinloos geweld.
 
Het ondoorgrondelijke personage van de maestro blijft vragen oproepen. Hij zorgt voor een veilige plek voor de kinderen en organiseert met veel warmte Tullidito’s begrafenis; de zelfgekozen naam van de jongen, Johann Strauss, laat hij in zijn grafsteen graveren. Maar hij is wel een jeugdvriend van de president en hij dineerde onlangs nog met hem. Hij gaat goed gekleed, komt met de taxi naar school en de macaco’s gaan voor hem een stapje opzij. Staat de maestro op tegen de dictatuur of bedient hij er zich via slinkse achterpoortjes juist van voor persoonlijke projecten? Zoals de maestro zelf zegt: ‘Het is gecompliceerder dan dat, Saturnino. Véél gecompliceerder.’
 
Xavier-Laurent Petit weeft door dit rauwe verhaal ook een sprankje geloof in een betere toekomst. De kinderen maken een ketting om zoveel mogelijk instrumenten uit de brand te redden en proberen de schade eraan zo goed mogelijk te herstellen. Met de nog nasmeulende, verwoeste muziekschool in de achtergrond, spelen ze voor de voorbijgangers op straat. De maestro dirigeert vanop een muurtje met een stuk betonijzer. Dit is hun eerste optreden voor de buitenwereld. Een mooi beeld van niet-aflatende hoop.
 
Xavier-Laurent Petit: Kinderen van de straat, Ploegsma, Amsterdam 2025, 184 p. ISBN 9789021686363. Vertaling van Maestro door Leny van Grootel. Distributie Standaard Uitgeverij

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 10, DECEMBER 2025

De zwarte poel

Jan Vantoortelboom

Engelenbrood

Patti Smith

Het Nachtlicht

Erik Vlaminck

Sodomiet

Alexandre Vidal Porto

Wie is bang voor vrouwelijke kunstenaars? Belgische kunstenaressen van 1880 tot nu

Christiane Struyven

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 10, DECEMBER 2025

De geheime bibliotheek. Wie redt de magische boeken?

Nina George, Jens J. Kramer, Hauke Kock (ill.)

Kiki & ik

Leo Timmers

Peter Pan

J.M. Berrie, Floor Rieder (ill.)

Plassen op schrikdraad

Simon van der Geest, Karst-Janneke Rogaar (ill.)

Properzia

Jean-Claude Van Rijckeghem

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri