Vertaald proza

BOEKEN NR. 6, NOVEMBER 2015

Owen Sheers: Ik zag een man

door Kris van Zeghbroeck

‘Gisteren zag ik op de trap,
Een man die er niet was.
Ook vandaag was hij er niet,
Ik wou, ik wou dat hij vertrok.’
 
Met dit motto uit het gedicht ‘Antigonish’ van de Amerikaanse dichter Hughes Mearns spiegelt Owen Sheers de haast onzichtare titel (afhankelijk van de belichting verschijnt Ik zag een man tegen de dominante achtergrondillustratie van een lege trap om dan vanuit een andere hoek weer te verdwijnen) op de cover van zijn recentste roman. Tegelijk fungeert het als een overkoepelende metafoor voor het boek, waarin verlies en herinneringen centraal staan. De nood aan een uitgeleende schroevendraaier brengt Michael Turner naar de achterdeur van de Nelsons, zijn bevriende buren, die op een kier staat. Niemand geeft thuis en Michael betreedt het huis om te controleren of alles in orde is en om zijn schroevendraaier terug te vinden. Naarmate hij beneden en langs de trap naar boven vordert, komen de herinneringen boven die zijn leven bepaalden. Een door verlies getekend leven dat op het punt staat een dramatische wending te krijgen.
 
In zijn jonge jaren besloot journalist Michael Turner, om als freelancende correspondent naar New York te verhuizen. Dit niet alleen om aan de ‘afstomping die hij bij sommigen van zijn oudere collega’s had bespeurd’ te ontsnappen. Maar ook om zich aan ‘een andere reis te wagen; om van journalist, zoals hij zich sinds de universiteit altijd had genoemd, schrijver te worden’. Uiteindelijk blijkt fictie niet zijn ding te zijn en stort hij zich op de waargebeurde verhalen van New York om ‘de smaak van fictie’ in zijn journalistieke stukken te verwerken. Een vorm van literaire onderzoeksjournalistiek waarbij hij zich eerst verregaand in het leven van zijn onderwerp onderdompelt en zich dan met zijn notities achter zijn schrijftafel terugtrekt. Zijn stukken krijgen gretig aftrek in de pers en uiteindelijk krijgt Michael beperkte internationale bekendheid met zijn debuutboek Broederbende.

Daarin vertelt hij het verhaal van Nico en Raoul, twee Dominicaanse boefjes uit de New Yorkse wijk Inwood (Manhattan). Gefnuikte ambitie en mislukking staan centraal in ‘een intiem portret van hun leven en wereld’. Een mislukking die in Michaels ogen parallel loopt met zijn eigen mislukking, zijn onvermogen om een echte roman te schrijven. Michaels boek versterkte uiteindelijk de neerwaartse spiraal van de broers en de jarenlange hechte band tussen schrijver en onderwerp werd ‘tenietgedaan, ontbonden door de publicatie van zijn verhaal over hun tijd samen’. Michael had zijn reis gemaakt om schrijver te worden, om zijn stem te vinden’. In zekere zin wordt New York een overgangsfase die hem terug naar Engeland brengt.

Daar ontmoet Michael toevallig de oorlogscorrespondente Caroline, die na vele hectische jaren in het veld overweegt om zich te gaan settelen. Caroline wordt aangetrokken door Michaels ‘kalmte, zijn vermogen om de wereld luchtig op te nemen zonder een afstandelijke of frivole indruk te maken’. Ook Michael wil dat hun relatie eeuwig duurt, maar vanuit zijn jeugd draagt hij een zekere angst met zich mee voor geluk: ‘een gevoel dat zich door zijn borst verspreidde en veroorzaakt wordt door een vreugde die zo tastbaar was dat ze juist daarom ook ondraaglijk broos was – uitgehold tijdens zijn groei, vluchtig tegenover de zekerheden van leven en dood’.
 
Rond de tijd dat het verliefde koppel samen hun intrek neemt in een afgelegen huis in Wales, rondt Michael zijn jarenlange onderzoek af voor zijn nieuwe boek, De man die de spiegel brak. Opnieuw een ‘non-fictiewerk’, ‘met de stijl en toon van een roman’. Daarin volgt hij de ‘briljante maar wispelturige’ neurochirurg Oliver Blackwood, die zijn controversiële ideeën in lezingen en publicaties ventileerde. Zijn basistheorie is dat empathie een emotie is, ‘die in spiegelneuronen was ontstaan, afzonderlijke cellen in het menselijke brein via welke de handelingen en gevoelens van anderen gespiegeld en daarmee gevoeld worden.’ Maar naarmate zijn theorie gaandeweg ingang vindt in de wetenschappelijke wereld, lopen zijn relaties met familie, vrienden en collega’s op de klippen.
 
Na maandenlang huiselijk geluk begint het sedentaire leven bij Caroline te knagen en gaat ze op reportage naar Pakistan. De levens die Michael observeert, lijken voorbestemd om in een negatieve spiraal terecht te komen. Zo ook zijn relatie met Caroline, die plots geamputeerd wordt wanneer ze omkomt in een Amerikaanse drone-aanval in het grensgebied tussen Afghanistan en Pakistan. Michael blijft verweesd achter en ruilt uiteindelijk het huis in Wales voor een appartement in Londen om zijn leven opnieuw op de sporen te krijgen. Daar wordt hij met open armen ontvangen in het gezin Nelson; Vader Josh, Moeder Samantha en de kinderen Rachel en Lucy. Ze vormen een soort surrogaat familie voor hem, een bron van energie die weer wat kleur brengt in zijn leven. Tot de bewuste dag dat de achterdeur van de Nelsons op een kier staat, de tastbare herinneringen aan Caroline hem de trap op lokken en hij getuige is van een dramatisch ongeluk die het leven van de Nelsons zal ontwrichten…
 
Owen Sheers is een zeer veelzijdig auteur, die als dichter, toneelschrijver en biograaf (de fictioneel ingekleurde biografie over een voorouder, Het Afrikaanse dagboek van Arthur Cripps, werd internationaal als roman en als non-fictie uitgebracht) actief was voor hij als een zuivere romanschrijver debuteerde met Verzet. Zij het dat de, weliswaar fictieve, bezetting van Engeland en Wales door de Duitsers, binnen het gekende tijdskader van de Tweede Wereldoorlog uitgewerkt moest worden. In die zin is Ik zag een man het eerste boek waarin Sheers vanuit het niets een roman kon vormgeven, wat extra betekenis geeft aan Michael Turners onvermogen om een echte roman te schrijven. Het resultaat is een bijzonder gelaagd en beklijvend verhaal dat stilistisch verfijnd de moraliteit van verlies, schuld en verlossing exploreert. Owen Sheers bewijst dat hij meer is dan ‘a poet who writes in other forms’.

Owen Sheers: Ik zag een man, Ambo/Anthos Amsterdam, 2015, 310 p. ISBN 9789026329487. Vertaling van I saw a man door Inge De Heer

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, SEPTEMBER 2021

1000 kronkelwegen angst

Olivia Wenzel

De lichtjaren

Jens Meijen

Het eigenlijke

Iris Hanika

Meter per seconde

Stine Pilgaard

Nu je het zegt

K. Schippers

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, SEPTEMBER 2021

Een nieuwe wereld in 100 dagen

Vera Van Renterghem, Eleni Debo (ill.)

Jij mag alles zijn

Griet Op de Beeck, Linde Faas (ill.)

Lily

Tom De Cock

Magneetje

Milja Praagman

Vuurtje en de dikke steen

Catharina Valckx

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri