Vertaald proza

BOEKEN NR. 4, APRIL 2022

Annemarié van Niekerk: Om het hart terug te brengen. Een memoir. Liefde en geweld in Zuid-Afrika

door Jooris van Hulle

Ubuntu. Ik ben omdat wij zijn
 
Op 15 augustus 2015 vindt in Ida, een piepklein dorp in de Oostelijke Kaapprovincie in Zuid-Afrika een gruwelijke moord plaats: Ruben Gouws en zijn bejaarde moeder worden er in hun woonhuis Pinevale omgebracht door drie jonge kerels, die uit zijn op hun geld. Ruben die als hoofd van het dorpsschooltje door iedereen werd gerespecteerd en gewaardeerd, liet de overvallers, van wie twee van hen zelfs bij hem in de klas hadden gezeten, zonder argwaan binnen. Het werd zijn dood. Annemarié van Niekerk, die sinds 2004 in Nederland woont, maar zelf ook opgegroeid is in Port Elisabeth, zal terugkeren naar Ida om voor zichzelf een mogelijk antwoord te vinden op de vraag hoe het zo ver is kunnen komen, niet alleen in dat ene geval van Ruben en zijn moeder, maar even nadrukkelijk binnen de context van het geweld dat haar geboorteland blijft teisteren.
 
Van Niekerk kadert haar roman binnen het relaas van drie reizen die ze maakt en die voor haar een kantelpunt markeren in haar leven. In 1986 – ze is dan 23 jaar – verlaat ze het ouderlijke huis in Port Elisabeth om in Transkei, meer precies in Umtata, Afrikaans te gaan doceren aan de UNITRA (Universiteit van Transkei). Terugdenken aan de reis betekent voor haar ook terugdenken aan wat eraan is voorafgegaan binnen het rigide apartheidsbewind:
 
‘Je kunt, besef ik nu, niet alleen de dingen terloops en zijdelings achter je laten, maar ook weloverwogen met je rug naar de tijd gaan staan, zelfs wanneer dat wat voor je ligt nog totaal verborgen is.’
 
In een aantal prangende scènes memoreert (cf. de ondertitel) ze bekende en minder bekende momenten uit het groeiende verzet tegen de apartheid: de opstand in Soweto en de moord op de dertienjarige Hector Pieterson, de moord op Steve Biko, en nog zovele anderen. Verder wijst ze op het werk van André Brink, wiens werk een baken zal blijven in de veroordeling van de apartheid. Gaandeweg ook wordt duidelijk hoe twijfel haar leven komt te beheersen:
 
‘Hoe kan iemand over poëtische structuurprincipes schrijven als er op hetzelfde moment, even verderop, vijfendertig begrafenisgangers door de politie zijn doodgeschoten? Wat bezielde me?’
 
Binnen het memoir over haar tweede reis – dit keer vanuit Nederland naar Zuid-Afrika en dit nadat ze vernomen heeft dat Ruben, die ze heeft leren kennen in Umtata en misschien ooit haar geliefde had kunnen zijn, is vermoord – wordt haar persoonlijke inzet in het verzet tegen de apartheid, vooral benaderd vanuit de relatie die ze begint met Denzel Daniels. Hun verhouding vindt op geen enkel moment genade in de ogen van haar vader, die haar blijft bestoken met brieven en met de vraag een eind te maken aan deze schanddaad, want: blank en zwart kunnen niet samengaan. Van Niekerk drijft door, steekt zich in de schulden om een huis aan te kopen zodat ze eindelijk met Denzel kan gaan samenwonen.
 
‘Ik bezit een woning. Nee, ik ben in het bezit van een enorme schuld. Omdat ik van een man houd. Omdat ik iets heel normaals wil, maar iets wat het land en zijn wetten ons misgunnen: om als geliefden samen te kunnen wonen.’
 
En veelzeggend is dan de zin die hierop volgt: ‘Omdat ik iets wil goedmaken wat door mijn mensen verkeerd is gedaan.’ Partnergeweld van de kant Denzel zal haar nadien verplichten de relatie stop te zetten. Treffend is in dat opzicht hoe Van Niekerk het persoonlijke weet te relateren aan het maatschappelijke: geweld is er altijd.
 
De derde reis wordt gesitueerd in 2016-2017, als Van Niekerk nog eens vanuit Nederland terugkeert naar Zuid-Afrika – ze omschrijft het als ‘het laatste deel van mijn missie’ – om het rechtbankdossier rond de moord op Ruben en zijn moeder te gaan doornemen en nadien definitief afscheid te nemen van Pinevale. En weer komt de motieflijn van de roman aan bod:
 
‘Ik probeer mijn land te begrijpen. Ik probeer het geweld te begrijpen, het geweld van de toenmalige apartheidsregering en hun doodseskaders, maar ook de ‘gewone’ geweldmisdaden die tot vandaag zo kenmerkend zijn voor de Zuid-Afrikaanse samenleving.’
 
Inderdaad: ‘tot vandaag’, zoals blijkt uit de ‘actuele statistieken’ die als een soort van Nawoord bij de roman zijn opgenomen. Onthutsend cijfermateriaal, zoals: ‘Sedert de komst van de democratie in 1994 werden zo’n 600 000 mensen slachtoffer na moord. […] In Zuid-Afrika wordt om de drie uur een vrouw vermoord.’
 
Annemarié van Niekerk heeft met talrijke verwijzingen naar literaire voorbeelden (ik wees reeds op A. Brink, maar er zijn verder auteurs als Antjie Krog, Ingrid Jonker e.a., een sterk voorbeeld afgeleverd van ‘faction’-literatuur: historische, biografische en autobiografische gegevens, gefilterd door het geheugen en de verbeelding, vormen er de grondslag van. Los daarvan heeft Om het hart terug te brengen ook alles in zich om als roman blijvend te overtuigen. De titel verwijst, mede door de link die gelegd wordt met Chopin, die op Père Lachaise werd begraven, maar wiens hart naar Warschau werd overgebracht, naar de struik die in Sotho ‘motlepelo’ wordt genoemd, ‘letterlijk betekent dat ‘om het hart terug te brengen’.
 
En zonder enige vorm van opdringerigheid geeft Van Niekerk een inkijk in het schrijfproces dat haar tot de roman heeft gebracht: de openingszin van de eerste reis, ‘ik kijk een laatste keer om als we wegrijden uit mijn oude leven’ wordt ruim driehonderd pagina’s verder in perspectief geplaatst: ‘De volgende dag open ik een nieuw document op mijn laptop en schrijf mijn eerste zin: Ik kijk een laatste keer om als we wegrijden uit mijn oude leven. Zo begin ik mijn verhaal, de confrontatie met mijn eigen mythes, het verhaal van mijn vroegere leven, en mijn leven van daarna. Het lot van Ruben, en het lot van zoveel anderen, is ermee verknoopt, en mijn lot met dat van hen. Ubuntu. Ik ben omdat wij zijn.’
 
Annemarié van Niekerk: Om het hart terug te brengen, Atlas Contact, Amsterdam 2021, 461 p. ISBN 9789045032030. Distributie VBK België

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2022

De blauwe schuit

Shūgorō Yamamoto

Het lied van ooievaar en dromedaris

Anjet Daanje

Ogentroost

A.H.J. Dautzenberg

Voor wie de tijd verstrijkt

Miriam Van hee

Weerspiegeld in een waterglas

Annette Portegies

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, NOVEMBER 2022

Achter de bomen stond een leeuw

Daan Remmerts de Vries

De Pinguïnsint en andere dierenklazen

Edward van de Vendel, Saskia Halfmouw (ill.)

Het levende hoofd

Els Pelgrom, Sylvia Weve (ill.)

Ik ben hier!

Joke van Leeuwen

Wolvenweer

Simon van der Geest, Karst-Janneke Rogaar (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri