Vertaald proza

BOEKEN NR. 10, DECEMBER 2021

Helga Schubert: Altijd weer opstaan. Een Duitse geschiedenis

door Carl De Strycker

In 1980 werd Helga Schubert, die in de toenmalige DDR woonde, uitgenodigd om deel te nemen aan de Tage der deutschsprachigen Literatur in Klagenfurt, waar de Ingeborg Bachmann-prijs wordt uitgereikt. Omdat de juryvoorzitter de beroemde criticus Marcel Reich-Ranicki was, die door de Stasi gezien werd als een bestrijder van het communisme, kreeg Schubert geen toelating om te gaan. Veertig jaar later, op haar tachtigste, ontving ze alsnog de Bachmann-prijs voor haar verhaal ‘Altijd weer opstaan’, het slothoofdstuk van Altijd weer opstaan. Een Duitse geschiedenis. Dat boek bestaat uit allemaal scherven van de biografie van de auteur vanaf haar geboorte in 1940 tot op de dag van vandaag. De Duitse ondertitel, Leben in Geschichten (‘een leven in verhalen’), duidt dat fragmentarische karkater aan en is tegelijk een toespeling op het leven als schrijver, wat in de vertaling helaas verloren gaat. Niettemin is ook Een Duitse geschiedenis geen slechte ondertitel, aangezien de autobiografische anekdotes een caleidoscopisch beeld geven van Duitsland sinds de Tweede Wereldoorlog.  
Het leven van Schubert speelt zich namelijk af tegen de achtergrond van die turbulente geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog, de Oost-Duitse socialistische dictatuur, de val van de Berlijnse Muur en ten slotte het verenigde Duitsland. We krijgen het verhaal van vader Schubert, die al in het eerste oorlogsjaar valt en dus een grote afwezige in het leven Helga is. We lezen over de vlucht van moeder en dochter uit Berlijn en de ziekte Helga, die maar ternauwernood de oorlog overleeft. Ze vertelt over de wijze waarop ze in de gaten gehouden wordt door de Stasi, en hoe sommige van haar boeken enkel in het buitenland kunnen verschijnen, maar ook over het verbod om naar Klagenfurt af te reizen. En ze maakt duidelijk wat voor bevrijding van de val van het regime betekent.
 
Maar in de kern gaat het boek over de problematische verhouding met haar moeder, die haar dochter op haar sterfbed nog eens inwrijft dat ze eigenlijk een ongewenst kind was, nadat ze eerder al had laten verstaan dat Helga misschien beter toch gestorven was bij de bevrijding. Schubert gaat op zoek naar de oorzaak van die moeilijke relatie – is het omdat haar moeder door haar eigen vader geslagen werd? – en vraagt zich af waarom zij blijkbaar wel liefde voelt voor haar kleinkind, maar niet voor haar. En ze worstelt met een schuldgevoel, want hoewel ze graag radicaal wil breken met haar verwekster, is dat moeilijk. Ze vindt dat ze niet tegemoet komt aan het vierde gebod (‘Eert uw vader en uw moeder’), waarbij haar tot twee maal toe wordt uitgelegd dat dit niet betekent dat je verplicht van je ouders moet houden…
 
Door de opbouw van het boek, dat voornamelijk via associaties werkt, wordt de liefdeloze, vijandige omgang van de moeder met haar dochter eigenlijk gelijk gesteld aan de nazi- en Stasi-terreur – voor de auteur is dat allemaal even traumatiserend. Maar ook aan zelfanalyse ontbreekt het niet: ‘Waarom schrijven’ is een poëticale bespiegeling, ‘Beschouwingen’ een klein filosofisch onderzoek naar de manier waarop de auteur waarnemingen inzet in het leven, en er zijn de vele overdenkingen over het ouder worden, waarvan het titelverhaal het mooiste voorbeeld is. Opmerkingen over de zowel fysieke als psychische worsteling met het opstaan ’s ochtends worden er afgewisseld met kinderherinneringen aan de mooie zomertijd in de tuin bij de grootmoeder.
 
Schuberts stijl is franjeloos en objectiverend – haar schrijven moet verhelderen: ‘Het verhaal heeft iets uitgelicht uit de stroom van het leven wat ik nu kan beschouwen, met welwillendheid of verdriet, met bewondering of afschuw.’ Dat is wat ze doet: gebeurtenissen naar voren halen en erop inzoomen om er een beter zicht op te krijgen, om beter te begrijpen: ‘Verhalen als een microscoop. Verhalen als een spiegel.’ Uiteindelijk leidt het vertellen en formuleren tot inzicht, ook al zijn de conclusies soms hard en confronterend. Altijd weer opstaan is genadeloos, maar daardoor net ook zo krachtig. Hier is iemand aan het woord die niet klein te krijgen is, maar steeds weer recht krabbelt.
 
Helga Schubert: Altijd weer opstaan. Een Duitse geschiedenis, Pluim, Amsterdam 2021, 224 p. ISBN 9789493256293. Vertaling van Vom Aufstehenein. Leben in Geschichten door Goverdien Hauth-Grubben

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 5, MEI 2022

April in Spanje

John Banville

De aftocht

Anna Eble, Marleen Nagtegaal, Matthijs de Ridder en Willem Bongers-Dek (sam.)

De draaischijf

Tom Lanoye

De val van de Taira

Anoniem

Er is nog tijd

Rodrigo García

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 5, MEI 2022

De wereldgeschiedenis in 100 dieren

Simon Barnes en Frann Preston-Gannon (ill.)

Ik blijf ook altijd bij jou

Smriti Halls, Steve Small (ill.)

King en de drakenvlinders

Kacen Callender

Mevrouw Das en Meneer Ping

Rindert Kromhout en Natascha Stenvert (ill.)

Sneeuwwit

Daan Remmerts de Vries, Mark Janssen (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri